Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Terrorisme

Welkom in de nieuwe wereldwanorde

Als de gebeurtenissen van deze weken een voorproefje zijn van wat ons te wachten staat, zullen we nog wel eens terugverlangen naar de barre oude tijden van de Amerikaanse suprematie, meent Timothy Garton Ash.

Welkom in de nieuwe veelpolige wereldwanorde. De staat Israël is in oorlog met Hezbollah, die binnen Libanon een politieke beweging, maar over de grenzen een terroristische organisatie is. De Libanese staat is geen baas over zijn eigen grondgebied. Iran heeft een sterke invloed op Hezbollah, maar heeft er niet de leiding over.

Rusland, triomfator op de jongste G8-top in St. Petersburg, heeft van alle G8-mogendheden waarschijnlijk de nauwste betrekkingen met Syrië (waaraan het wapens levert) en Iran. Ook China speelt een rol, evenals de grote Europese mogendheden – die eens te meer verzuimen als één Europese Unie op te treden.

De Verenigde Staten bezitten het machtigste leger ooit, en hoe gebruiken ze het? Om hun burgers uit Libanon te evacueren. Als de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, een eind aan de gevechten weet te bewerken, zal dit alleen door complexe multilaterale diplomatie lukken.

Welkom dus in de nieuwe veelpolige wanorde – en vaarwel aan het eenpolige moment van de ogenschijnlijk onbetwistbare Amerikaanse suprematie. De hypermacht! Het mega-Rome. ‘Moment’ blijkt het juiste woord te zijn geweest: een korte episode tussen het einde van de oude tweepolige wereld van de Koude Oorlog en het begin van de nieuwe veelpolige wereld van de 21ste eeuw.

Deze nieuwe veelpoligheid is het gevolg van ten minste drie ontwikkelingen:

De eerste en bekendste is de opkomst of herleving van andere staten – China, India, Brazilië, Rusland dat aan een comeback bezig is – waarvan de machtsmiddelen die van de gevestigde mogendheden in het Westen evenaren.

De tweede is de groeiende macht van de ‘niet-overheidsorganisaties’. Die lopen uiteen van bewegingen als Hamas, Hezbollah en Al-Qaeda, via non-gouvernementele organisaties als Greenpeace, grote energieconcerns en farmaceutische bedrijven, tot regio’s en godsdiensten.

Een derde ontwikkeling betreft veranderingen in de macht als zodanig. Dankzij nieuwe technieken met gewelddadige mogelijkheden kunnen heel kleine groepjes mensen machtige gevestigde staten op de proef stellen, bijvoorbeeld door met een vliegtuig het Wereldhandelscentrum in New York in te vliegen, een raket op Haifa af te schieten, het Amerikaanse leger in Irak te bestoken, de Londense ondergrondse op te blazen of sarin in de metro van Tokio te sproeien. Als gevolg van de ontwikkelingen in de informatietechnologie en de gemondialiseerde media kan het machtigste leger uit de wereldgeschiedenis een oorlog verliezen, niet op het slagveld van stof en bloed, maar op het slagveld van de wereldopinie. Gelet op de snelle daling van de Amerikaanse populariteit sinds 2002, ook in landen die vanouds welwillend tegenover de VS stonden, zou gesteld kunnen worden dat dit Amerika is overkomen.

Het netto-effect van deze verschillende ontwikkelingen is een vermindering van de relatieve macht van de gevestigde westerse landen, en vooral van de VS. Amper opgemerkt door een groot deel van de wereld, en verhuld door de onafgebroken oorlogsretoriek heeft de regering-Bush zich in de tweede ambtstermijn van de president aan deze werkelijkheid aangepast. Vanaf 2005 heeft ze Condoleezza Rice gevolgd in haar voorkeur voor multilaterale diplomatie, niet alleen tegenover de twee andere leden van de ‘As van het Kwaad’, Iran en Noord-Korea. Maar ook inzake de meeste andere uitdagingen – zij het dat de mogelijkheid tot gebruik van geweld altijd nadrukkelijk op tafel blijft.

Deze aanpak heeft geleden onder de massale gerichtheid van tijd en middelen op Irak, en van de onwil rechtstreekse, bilaterale onderhandelingen aan te gaan met akelige regimes als van Iran, maar de Amerikaanse buitenlandse politiek van 2006 is heel anders dan die van 2003, toen de oorlog tegen Irak werd begonnen.

Noord-Korea doet lanceerproeven met raketten voor het vervoer van de kernkoppen die het al heeft? Washington zegt: kom weer naar de zespartijenbesprekingen! Iran hervat de verrijking van uranium? Washington zegt: we klagen jullie aan bij de VN! Hezbollah vuurt raketten op Israël af? Washington zegt: het uur van de diplomatie is gekomen!

Toen Jacques Chirac in 2003 een lans brak voor veelpoligheid, voegde hij twee stellingen samen:

1. De wereld is veelpolig, en

2. Dat is een goede zaak.

Stelling 1 blijkt juist. Stelling 2 moet nog bevestigd worden. Om te beginnen scheelt het nogal wat of er veelpolige orde of een veelpolige wanorde heerst. Orde is een groot goed in de internationale betrekkingen. Het belet dat er massa’s mensen omkomen. Nu hebben we een veelpolige wanorde, en het is niet duidelijk wat de vorm van een nieuwe veelpolige orde zou kunnen zijn.

Van oudsher heeft de opkomst van nieuwe mogendheden, die dringen om een plaatsje, de kans op geweld verhoogd. Hetzelfde geldt ook als het gezag binnen landsgrenzen wordt betwist.

Wij ‘liberale’ internationalisten dromen van een wereld van democratische, vredelievende landen met eerbied voor de mensenrechten, opererend door middel van internationale bondgenootschappen en organisaties binnen het kader van het volkenrecht. Zoiets als 192 keer Canada.

Een aantal van de opkomende mogendheden voldoet aan dit beeld: neem Canada en Australië, die dankzij hun natuurlijke rijkdommen in de toekomst belangrijker zullen worden, maar tot op grote hoogte ook India en Brazilië. China en Rusland daarentegen in het geheel niet, evenmin als veel niet-overheidsorganisaties die nu in de wereldpolitiek de toon aangeven.

Volgens Henry Kissinger zou de geopolitiek van Azië in de 21ste eeuw wel eens kunnen gaan lijken op die van Europa in de 19de eeuw, waarbij grootmachten met de ellebogen werken en oorlog gebruiken als voortzetting van de politiek met andere middelen. Maar het kan nog erger worden. Dat soort wedijver tussen grootmachten op wereldschaal bijvoorbeeld, maar dan nog plus terroristen. En bedrijven. En grensoverschrijdende godsdienstgemeenschappen. En internationale ngo’s. Zonder deze zeer verschillende organisaties moreel gelijk te stellen, kan wel worden gezegd dat ze één ding gemeen hebben: ze passen niet zo netjes in een wereldorde van staten. Wat we zien bij de grens tussen Israël en Libanon is misschien nog maar een voorspel.

Als Tony Blair allang weg is en de Amerikaans-Britse aanwezigheid in Irak is zodanig teruggebracht dat ze alleen nog maar symbolisch is, dan denken we misschien terug aan zijn waarschuwingen – ongelukkig gekoppeld aan de oorlog met Irak – voor het gevaar van een verbinding tussen massavernietigingswapens, terrorisme en ‘mislukte staten’. De verspreiding van kernwapens – de hele verspreiding van massavernietigingswapens – is een van de grootste gevaren van onze tijd. Het staat op één lijn met het broeikaseffect en is even moeilijk op te lossen.

De stelling is te verdedigen dat het gevaar van een kernoorlog nu groter is dan op enig moment sinds de Cubaanse rakettencrisis van 1962, al is de schaal van een mogelijke vuurzee veel kleiner. Wie zou de weddenschap aandurven dat we de komende tien jaar niet uit woede een kernwapen afgevuurd zullen zien worden?

In beginsel is veelpoligheid een vooruitgang ten opzichte van eenpoligheid om dezelfde reden als het verstandig is om in een democratie een goed geordende scheiding der machten te hebben. Het is echter alleen maar een vooruitgang als de orde vrijheidslievend en vooruitstrevend is. Als de recente gebeurtenissen een voorproefje zijn van wat ons te wachten staat, zou de nieuwe veelpolige wereldwanorde wel eens heel akelig kunnen zijn. En dan zult u zelfs misschien nog wel eens terugverlangen naar de barre oude tijden van de Amerikaanse suprematie.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford.