Boer zoekt patiënt

Boeren zoeken extra inkomsten. Autisten, drugsverslaafden en dementen willen ruimte en dieren aaien. Zij komen elkaar tegen op het erf van de zorgboerderij. „Ronald is rustig omdat het platteland rustig is.”

Zorgboerderij van de familie Van der Horn: Ronald bestraat het terras, Harm van der Horn achter de kruiwagen, Maarten op de skelter, bewoners en gezin aan tafel Foto Sake Elzinga Nederland - Fochteloo - ( Friesland ) - 21-06-2006 Zorgboerderij van de Fam. v/d Horn. Links Ronald bezig met het terras, terwijl Dhr. v/d Horn met de kruiwagen spullen vervoerd. Op de achtergrond bewoners en de gezinsleden van de fam. v/d Horn gezamelijk aan de buiten tafel op het nieuwe terras. Foto: Sake Elzinga
Zorgboerderij van de familie Van der Horn: Ronald bestraat het terras, Harm van der Horn achter de kruiwagen, Maarten op de skelter, bewoners en gezin aan tafel Foto Sake Elzinga Nederland - Fochteloo - ( Friesland ) - 21-06-2006 Zorgboerderij van de Fam. v/d Horn. Links Ronald bezig met het terras, terwijl Dhr. v/d Horn met de kruiwagen spullen vervoerd. Op de achtergrond bewoners en de gezinsleden van de fam. v/d Horn gezamelijk aan de buiten tafel op het nieuwe terras. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Alles wat Sietse zeggen kan is: „ka, ka, ka”. Sietse is gefascineerd door ‘karren’. De spastische, meervoudig gehandicapte jongen banjert met een karretje over het erf van ‘zorgboerderij’ De Flint. Op het grote terras achter de deel werpt hij zich op een grotere kar, en raakt geobsedeerd door een sticker op het frame. Hij haalt de sticker eraf en plakt hem er weer op. Verder ziet hij niets of niemand. Totdat een kind op bezoek komt met een gezicht geschminkt als kat. Nu ziet Sietse alleen nog maar het kattengezicht.

„Zo’n kind heeft de ruimte nodig”, zegt ‘zorgboerin’ Monique van der Horn. „In de stad vindt hij dat niet.” Monique en haar man Harm hebben een zogeheten ‘zorgboerderij’. Deze vorm van boeren groeide de laatste jaren uit tot een nieuw fenomeen. De boer en boerin zorgen naast hun dieren of gewassen ook voor gehandicapten of mensen met andere problemen. Soms wonen de deelnemers op de boerderij, meestal komen ze alleen overdag om mee te werken op het bedrijf.

Eind jaren negentig waren er slechts enkele tientallen zorgboerderijen, met name in Brabant en Gelderland. Nu zijn er zo’n 650. Daar wonen en/of werken meer dan tienduizend ouderen, gehandicapten, verslaafden, thuislozen en andere hulpbehoevenden. Per jaar komen er zo’n honderd bedrijven bij. Steeds meer ook in Noord- en Zuid-Holland. Nederland is daarmee een van de koplopers in de wereld, alleen in Noorwegen is het fenomeen nog populairder. In 2012 zal het aantal professionele zorgboerderijen gegroeid zijn tot bijna duizend, schat de landbouworganisatie LTO.

„Het is een trend die niet meer weg te denken is”, zegt Marjolein Elings van de Universiteit Wageningen die onderzoek doet naar zorgboerderijen. Er stoppen in Nederland acht boeren per dag, op een totaal van 122.000. Het is vaak een uitkomst voor kleine en middelgrote boerenbedrijven die steeds minder verdienen op het land en de patiënten die hun dag goed willen besteden. Eerst waren de zorgboerderijen er voornamelijk voor verstandelijk gehandicapten. Nu komen de deelnemers uit allerlei hoeken: mensen met psychische klachten, dementerende ouderen, drugsverslaafden en zelfs tbs’ers op verlof. Elings: „Ik verwacht dat de zorgboerderij ook steeds meer aan populariteit zal winnen in de preventieve gezondheidszorg. Te denken valt aan werknemers die tegen een burn-out of depressie aanzitten.”

Zorgboerderij De Flint van Monique en Harm van der Horn staat in Fochteloo, een gehucht met ruim vierhonderd inwoners aan een landweg naar nergens. In de tuin van de boerderij is de autistische Ronald op een mooie zomerdag bezig keien te verplaatsen „om het mooi te maken”, zoals hij uitlegt. „Ronald is rustig omdat het platteland rustig is”, zegt Monique. „In de stad zou hij gek worden.” Tot zijn grote tevredenheid woont en werkt de 21-jarige Ronald nu permanent op de boerderij.

Een jaar geleden kochten Monique en Harm hun boerderij. Het was al lang „een droom”, vertelt Monique, om dit project te beginnen. Ze werkte als groepsleidster voor gehandicapten, maar was niet tevreden over de gangbare gezondheidszorg. Toen een van haar eigen kinderen problemen ontwikkelde door zuurstofgebrek tijdens de geboorte, realiseerde ze zich opeens dat ze haar kind nooit aan het officiële zorgcircuit zou willen toevertrouwen. Toen Harm wegens reorganisaties weg moest bij Defensie, dachten ze: nu of nooit.

Ze hebben een aantal pony’s, geiten en kippen, maar de inkomsten komen van de cliënten die hier deels permanent wonen en deels alleen in de weekeinden komen logeren. Voor permanente bewoners als Ronald zijn in de deel vier kamers gemaakt met elk een eigen badkamer. Ook is er een grote woonkamer met open keuken waar ze gezamenlijk kunnen eten, apart van het gezin in het voorhuis. Zo eet Ronald hier samen met Marten, die overdag op een zorgboerderij – een écht boerenbedrijf – even verderop werkt. Ook Vanessa woont hier, maar zij eet met het gezin mee in het voorhuis. ‘Achter’ is voor de jongens. Voor de vierde kamer is er een kandidaat die nu af en toe een weekend op proef komt.

De spastische Sietse is een van de weekendlogés, waarvoor een aantal eenvoudigere logeerkamers zijn gebouwd. En dan is er een paar dagen per week ook nog een stagiaire van een MBO-zorgopleiding op de boerderij. De logés en Vanessa eten met het boerengezin, en zo zitten er op tweede pinksterdag maar liefst twaalf mensen aan de lunchtafel van de familie Van der Horn. En verdwijnen in een mum van tijd ruim twee hele broden.

Onderzoek van de Universiteit Wageningen wijst uit dat patiënten zich op zorgboerderijen goed ontwikkelen. Vooral op boerderijen die echt productie draaien. De ‘hulpboeren’ doen in een veilige omgeving zelfvertrouwen op omdat ze bijdragen aan het boerenbedrijf. Onderzoeker Elings: „Ze voelen zich nuttig en leggen sociale contacten. Autisten bijvoorbeeld leggen moeilijk contact met mensen. Het werk met dieren op de boerderij biedt hen een veilig oefenterrein.” Ook het dagritme geeft de patiënten rust en structuur in hun leven. Voorheen hadden ze vaak geen reden om uit hun bed te komen, maar op de boerderij speelt de klok een belangrijke rol. De oogst duldt geen uitstel, de handelaar wil de wortelen voor de middag hebben, het hok van de varkens móet schoon.

Zorg en echte landbouw komen samen op boerderij De Fochtel van Petra en Jan van Rozen, een paar honderd meter verderop aan de landweg in Fochteloo. Hier werkt Marten, de jongen die inwoont bij de Van der Horns. Jan heeft een traditioneel gemengd bedrijf: vijftig melkkoeien en akkers met maïs en aardappelen. Petra werkte altijd al in de zorg, na een HBO-opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening. „Ik heb altijd een eigen inkomen gehad”, zegt Petra. Een paar jaar geleden hoorde het echtpaar over de mogelijkheden van een zorgboerderij. In 2003 begonnen ze en een jaar later zegde Petra haar baan op. Met de zorg voor de verschillende deelnemers die elke dag naar de boerderij komen, is ook voor haar de boerderij nu de werkplek geworden.

„Marten groeit. Hij wordt zelfstandiger”, zegt Petra aan de keukentafel. „Ik zie veel passiviteit, veel angst om iets te doen bij deze jongeren. Maar toen mijn man er laatst niet was en ik aan het einde van de dag met Marten naar de stal liep, wist hij precies wat er moest gebeuren. Belangrijk is te sturen met de handen op de rug, ze zelf initiatief te laten nemen.” „Maar soms”, zegt haar man Jan, „moet ik dingen duizend keer uitleggen voor het duidelijk is.”

Het is geen makkelijke inkomstenbron voor boeren, zegt Petra. „Jan is als de dood dat mensen alleen denken aan wat je er aan overhoudt. Het zijn neveninkomsten, maar het is veel werk”, zegt Petra. „Een zorgboer levert veel goedkopere zorg dan een instelling”, zegt Jan. Want het is en blijft zorg, voor mensen met beperkte capaciteiten. „Jongens als Marten hebben continue begeleiding nodig. Een professionele knecht heeft tegenwoordig al gauw een beroepsopleiding gevolgd en zou in z’n eentje de hele boerderij kunnen bestieren.”

Om beunhazerij te voorkomen heeft het eind jaren negentig opgerichte Landelijk Steunpunt Landbouw en Zorg uit Barneveld een keurmerk ontwikkeld. Ook heeft het Steunpunt een klachtencommissie waar alle partijen met problemen terecht kunnen. Niet dat er meldingen zijn van misstanden. De vakbond van de zorg, NU ’91, heeft nooit klachten binnengekregen over misbruik van gasten op zorgboerderijen als ‘goedkope arbeidskracht’ en verzekert voor misstanden een goede neus te hebben. Inmiddels beschikken 21 boerderijen over het keurmerk, waaronder de boerderij van Jan en Petra. Patiëntenvertegenwoordigers hechten daar zeer aan. Zij zouden graag zien dat alle zorgboerderijen op termijn zo’n keurmerk hebben.

Vrijwel alle betrokkenen schetsen een win-win situatie voor boer en patiënt. Het mes snijdt aan twee kanten. De gehandicapte haalt voldoening uit zijn werk en ontwikkelt zich. Aan de agrarische kant bestaat behoefte aan extra inkomstenbronnen. De landbouw is geen vetpot en het aandeel van het inkomen van buiten het eigenlijke bedrijf is groeiende. De ene boer begint een camping, de ander plaatst windmolens. Volgens het Landbouw Economisch Instituut halen boeren inmiddels veertien procent van hun inkomsten uit nevenactiviteiten, een cijfer dat elk jaar stijgt. En ‘zorg’ is de grootste groeier als bron van neveninkomsten.

Onderzoeker Elings plaatst één kanttekening bij het fenomeen van de zorgboerderijen. De doorstroom naar regulier werk is beperkt. „De succesverhalen van cliënten die doorstromen naar een reguliere baan zijn schaars. Vacatures voor knecht of hovenier zijn er niet zoveel.”

Zorgboeren zijn de concurrentie aangegaan met zorginstellingen. Ze bieden mensen met een beperking een alternatieve vorm van hulp. „Wij leveren meer zorg voor minder geld”, zegt Monique van der Horn. Haar werk houdt nooit op: 24 uur per dag, zeven dagen per week moeten zij en Harm klaar staan. „We hebben dit jaar vier vrije weekeinden voor onszelf gepland”, zegt Monique. „In twee jaar tijd moet het bedrijf lopen, zodat we iets meer tijd voor onszelf en het gezin kunnen nemen.” Want ze hebben ook nog vier schoolgaande kinderen. „Zonder idealisme is dit werk niet te doen.”

De opmars van de zorgboerderij is niet los te zien van het persoonsgebonden budget (pgb) dat nu ruim tien jaar bestaat, zegt Hans van der Knijff van Per Saldo, belangenbehartiger van mensen met een beperking. Gehandicapten hebben recht op passende zorg en kunnen kiezen voor zorg in natura of voor een zak met geld waarmee ze zelf zorg kunnen ‘kopen’. Met dat geld kan men nu dus ook naar een zorgboerderij stappen. De boer en boerin (die vaak een opleiding in de zorgsector hebben) vragen doorgaans zo’n dertig à veertig euro per dagdeel aan de patiënten. Bij ‘zware’ cliënten of grote groepen schakelt het boerenechtpaar vaak weer gespecialiseerde hulpverleners in. Van der Knijff schat dat circa vijfhonderd zorgboerderijen zijn ontstaan door het pgb, dat patiënten (of hun ouders) naar eigen inzicht kunnen besteden. Een klein aantal zorgboerderijen ontvangt geld van zorginstellingen die groepen patiënten tijdelijk bij de boer onderbrengen.

Meer concurrentie dus voor zorginstellingen die zich vroeger veel konden permitteren. „Wij hebben een kind te logeren dat geïndiceerd was voor vier weekeinden zorg”, vertelt Monique van der Horn. „Maar de zorgorganisatie leverde maar één weekend omdat er niet meer ruimte was, terwijl zij wél de volledige vergoeding voor vier weekeinden opstreek.”

„Ik ben ooit in de zorg gestapt met het idee iets goed te doen”, zegt Monique. „Dat vond ik moeilijk te realiseren in de reguliere gezondheidszorg. Ik heb gewerkt in een verblijf in een stedelijke woonwijk waar te veel kinderen in een te kleine ruimte zaten. Stel je eens voor: een hele horde kinderen zo meervoudig gehandicapt als Sietse schreeuwend bij elkaar in één huis. Kinderen hebben er niets aan. Het mooiste van dit werk is dat je ziet dat kinderen het hier naar hun zin hebben, elke keer weer.”

Het werkt aanstekelijk. De oudste dochter, de achttienjarige Maike, doet een opleiding in de zorg en zegt: „Het liefst wil ik later ook een zorgboerderij.”

Voor adressen van zorgboerderijen zie: www.zorgboeren.nl Het Landelijk Steunpunt Landbouw en Zorg is te vinden op: www.landbouwzorg.nl