‘Hij lacht net iets te lang’

Ter ere van een retrospectief over Robert De Niro in het Amsterdamse Filmmuseum vertellen acteurs over de Amerikaanse filmheld. Deel 2 in een serie: Pierre Bokma over Taxi Driver (1976).

„Talking to me?” zegt Robert de Niro tegen zijn spiegelbeeld.

„Dit heb ik zelf ook vaak gedaan,” zegt acteur Pierre Bokma, „voor de spiegel staan en je inleven in een situatie. Ik doe het nog steeds, het is een goede oefening voor een acteur. Zo kun je het beste nagaan hoe je gedachtes gaan in zo’n situatie.”

In Taxi Driver transformeert een taxichauffeur met slaapproblemen in een gewelddadige wreker. Voor de spiegel oefent hij zijn nieuwe rol door een uitdagend gesprek met zichzelf te voeren – let op het superieure, gevaarlijke grijnsje – en zichzelf te bedreigen met een pistool. De spiegelscène is waarschijnlijk de beroemdste scène van De Niro. „Talking to me?” is in ieder geval zijn meest geciteerde zinsnede.

Bokma: „Dit is de essentiële scène in de film omdat dit het meest onbespiede moment is. ‘There’s no-one else around here’, zegt hij tegen zijn spiegelbeeld. Hier speelt De Niro in zijn eentje twee mensen. Hij beschouwt zichzelf, treedt bijna uit zichzelf. Dat maakt het zo gevaarlijk en ongewoon. Tegelijkertijd is het ontwapenend omdat het zo herkenbaar is: ieder kind, ieder mens, staat wel eens zo voor de spiegel een situatie te repeteren, het liefst met zichzelf in de heldenrol. Deze scène toont het kind achter de zwaarbewapende wreker.”

De talking-to-me-scène markeert het omslagpunt in de film. In de eerste helft is de taxichauffeur een wat naïeve, vriendelijke jongen die in de grote stad verzeild raakt en zijn ogen uitkijkt naar de verloedering die daar gaande is. Bij een gesprek tussen Travis en zijn collega’s van de taxicentrale zegt Bokma: „Zijn truc in deze film is de vertraging. Hij is veel langzamer en rustiger dan de mensen om zich heen. Hij reageert niet, of net even te laat. Hij kijkt mensen net te lang aan, lacht te lang naar ze. Door die vertraging hebben wij ook het gevoel dat er iets mis met hem is. En dat hij gaandeweg afhaakt, hij drijft weg van de werkelijkheid.”

Travis heeft een lunch-date met een mooie vrouw, duidelijk de verkeerde klasse voor hem. Zij is echter meteen gevallen voor zijn directe eerlijkheid en zachte, weerloze houding. Bokma bewonderend: „Dit is flawless acting! En alles geïmproviseerd! Anders dan je zou verwachten in een film over een gewelddadige gek, doet De Niro hier bijna niets. Alle mensen om hem heen maken de drukte, de heisa. Hij niet. Daarom kijken we als gebiologeerd naar hem. Net als de mensen in de film. Hij is de enige die altijd zegt wat hij meent. Hij is puur, de enige zonder bijbedoelingen. Hij heeft onwrikbare opvattingen, blijft vrijwel altijd rustig, doet bijna niet mee aan de handelingen. Dat maakt de mensen om hem heen onrustig. Ze vinden hem onberekenbaar.”

Dan, na een uur of zo, de grote verandering. Travis koopt pistolen van een wapenhandelaar in een hotelkamer en begint er meteen mee te spelen. Door het raam richt hij op voorbijgangers, als een sniper. Bokma: „Hij reageert op die pistolen als een jongen die een sigaretje rookt; instant genot en bevrediging. Hij heeft zichzelf, of beter gezegd: zijn lot gevonden.”

De Niro staat in een soldatenjasje, het haar kort geknipt, met zijn armen over elkaar bij een straattoespraak van een presidentskandidaat: „De omslag is ongelooflijk. Hij begon deze film als jongeman. Iemand die nog gelooft, in het goede. Nu is hij ineens tien jaar ouder. Dat zit in zijn uiterlijk, in zijn houding. Hij is opeens veel zelfverzekerder. Nu zou je verwachten dat hij heel anders zou gaan acteren, een gek zou gaan spelen, maar dat is niet zo. Zijn spel is nauwelijks veranderd. Je ziet slechts aan kleine dingen dat hij gek aan het worden is, als hij eventjes uit het ritme raakt, bijvoorbeeld.”

Terwijl de film aan zijn finale begint (Travis richt een slachtpartij aan in een bordeel): „De Niro is hier de acteur die ons het meest overtuigt. Hij kan ons doen geloven in zijn rol. Hij is het meest oprecht in zijn spel is, zonder acteertrucs te gebruiken. Daarom gaan we met hem mee. Daarom is De Niro hier op zijn hoogtepunt, net als in Mean Streets. In de jaren zeventig ging hij nog zo’n transformatie aan, later werd hij gemakzuchtiger, ging leunen op uitvergrotingen van zijn eerdere rollen.”