Desiree Dolron: 'Ik vind het mooi dat ze je niet aankijkt'

In deel 13 van een serie over kunstenaars en hun inspiratiebronnen vertelt fotograaf Desiree Dolron over haar liefde voor het werk van de Deense schilder Vilhelm Hammershøi (1864-1916).

'Soms maak ik tekeningen - schetsjes die ik verder nooit aan iemand laat zien. Op die tekeningen staat altijd hetzelfde: een vrouw, ikzelf, op de rug gezien. Dus toen ik een jaar of zeven geleden voor het eerst het werk van Vilhelm Hammershøi tegenkwam, was er direct een gevoel van herkenning. Hammershøi heeft jarenlang zijn eigen vrouw geschilderd, en vrijwel altijd stond ze met haar rug naar hem toe.

'Ik vind het mooi dat ze de kijker niet aankijkt, deze vrouw. Voor mij is het rustgevend om te kijken naar een handeling die in stilte verricht wordt, het brengt mij kalmte. Hammershøi heeft volgens mij een heel rustig leven geleid. Hij heeft zijn onderwerpen altijd dicht bij huis gehouden: zijn vrouw, hun huis op de Strandgade in Kopenhagen. Ik denk dat ze een goed huwelijk hadden. Je ziet dat hij haar met liefde, met zachtheid, geschilderd heeft.

Deze mensen hadden rust samen.

'Het fotografische aspect dat in zijn werk zit, spreekt mij erg aan, de contrasten tussen licht en donker, de harde lijnen. De verstilling van zijn composities vind ik prachtig. Het is gewoon bedwelmend om te zien hoe hij het licht in zijn schilderijen zachtjes laat oplopen, hoe het steeds zwaarder wordt en net een deurpost raakt. Hij heeft kamers geschilderd waarin je het stof kunt zien dwarrelen. Als je dat als schilder kunt vangen, dat is magisch. Naar zo'n werk kan ik eindeloos kijken.

'Voor de serie foto's waaraan ik nu werk, heb ik me laten leiden door de lichtval op zijn schilderijen. Het zijn foto's van mensen die door een oud landhuis bewegen. Het gevoel van rust en het gevoel voor kleur heb ik gebaseerd op werken van Hammershøi. Maar zoals hij schildert, kun je niet fotograferen. Zijn werk is zo zacht, met al die onvoorstelbaar mooie grijstinten. Bij mij is het zwart veel heftiger.

'Fotografisch is het eigenlijk onmogelijk om dit soort opnames te maken. Als decor voor mijn foto's maak ik gebruik van het landgoed Oud Amelisweerd. Het licht komt daar heel hard en fel door de ramen naar binnen, terwijl donkere partijen helemaal dichtlopen. Dat zijn mega-contrasten, die je technisch gezien nooit in één keer kunt vastleggen. Dus moet ik het met behulp van verschillende composities doen, die ik met de computer aan elkaar smeed. Zo ontstaan collages van soms wel vijftien beelden over elkaar.

Plooien

'Ik blader het boek van Hammershøi heel vaak door. Het ligt naast me op mijn computertafel. Als ik er niet meer uitkom, wend ik me tot Hammershøi in de hoop dat hij me een oplossing kan bieden. Dan kijk ik hoe hij het doet. Hoe hij het licht op de plooien van haar jurk laat vallen. Soms is de riem die zijn vrouw draagt het belangrijkste concentratiepunt van een compositie, omdat daar net nog een klein beetje licht in weerkaatst. En daardoor ontstaat weer ronding in haar lichaam. Ik kijk dan vrij letterlijk naar de trucs die hij heeft toegepast om een plat vlak toch een driedimensionaal karakter te geven.

'Binnen de schilderkunst heeft het oog veel meer vrijheid dan in de fotografie. Een schilder kan makkelijk een suggestie geven van licht, of beweging. Stel dat je een donkere man met donkere kleding portretteert. Dan is een likje blauwe of witte verf genoeg om diepte te suggereren. Als fotograaf ben je gebonden aan de korrel van je film. Zwart is in de fotografie de moeilijkste kleur die er bestaat. En toch heb ik ervoor gekozen. Het heeft wel iets van zelfkastijding.

'Het werk dat ik nu aan het maken ben, is een absoluut onderzoek naar licht. Hoe verover ik de techniek, daar gaat het om. Voor ieder beeld moet ik nieuwe oplossingen zien te bedenken, want ieder werk zweeft steeds op het randje van onmogelijkheid. Op dit moment hangen er in mijn huis wel dertig prints van dezelfde foto, allemaal ruim een meter groot, zodat ik iedere stap die ik heb gemaakt goed kan zien. Maar het kan heel goed dat zo'n werk uiteindelijk toch niet goed wordt, ook al heb ik er twee jaar lang aan gesleuteld. Dan gooi ik het alsnog weg.

'Ik moet zelf naar zo'n foto kunnen kijken, er blij mee zijn op een gegeven ogenblik. Het gebeurt maar zelden dat er een foto is waarvan ik denk: hier kan ik niets meer aan verbeteren. Dat moment van loslaten heeft een schilder natuurlijk ook. Ik blijf maar vijlen, schaven. Ik kan maanden in een donkere kamer schaduwen staan door te drukken, of allerlei verschillende papiersoorten uit staan testen, tot ik de juiste heb gevonden. En als mijn werken worden geprint in het lab, dan zit ik er met mijn neus bovenop. Voor mij is ambacht heel belangrijk.

'Ik heb eerder werk gemaakt dat gebaseerd was op de schilderstijlen van Vlaamse primitieven als Petrus Christus en Rogier van de Weijden. Vermeer is ook een belangrijke inspiratiebron geweest. Ik heb door de jaren heen verschillende liefdes gehad, maar ze zijn wel altijd gebleven. Het is niet zo dat ik na de afronding van een serie niet meer naar zo'n schilder omkijk.

'De figuren die ik fotografeer, met hun lange nekken en stijve kapsels, bestaan niet. Zo maak ik ze. En daarmee verwijs ik naar bijvoorbeeld de schilderstijl van de Vlaamse primitieven. Je maakt mij niet wijs dat hun portretten wel realistisch zijn. Mensen waren toen dwergen, maar zij maakten louter schilderijen van beeldschone, roodharige ranke wezentjes. Dat was toen al een ideaalbeeld. Mijn streven is om altijd een vorm van vervreemding in mijn foto's te stoppen. Het zijn geen freaks die ik fotografeer, maar er is altijd wel iets raars mee aan de hand.

'Laatst was ik op een bezoek bij een collectioneur die een van mijn portretten heeft gekocht. De ogen van dat meisje volgden je overal door de ruimte, heel beangstigend. Daarom houd ik zo van de schilderijen van Hammershøi, van de stilheid van zijn portretten. Mijn vrouwen zijn sterk en ijzig, maar zijn vrouw is stil en mysterieus, en altijd druk met een of andere huishoudelijke bezigheid. Ze communiceert niet, zij hoeft geen dialoog aan te gaan met de kijker. En dat vind ik wel zo prettig.'

    • Sandra Smallenburg