Verwerking

Opvallend genoeg had ik weinig moeite met het verwerken van het verlies. Het is te vergelijken met de dood van een patiënt die al min of meer opgegeven was. Het blijft een pijnlijke zaak, maar je hebt er vrede mee, je beseft dat het zo ook beter is voor de patiënt zelf. Er is een einde gekomen aan een martelgang die je niemand toewenst.

Ik volgde de stervensuren op een hotelkamer in Schiermonnikoog. Waarom deze uithoek van het land? Misschien juist omdat ik het einde voelde aankomen. Ik kreeg behoefte aan stilte en contemplatie. Er rezen belangrijke vragen. Hoe moest het verder? Had het nog veel zin om op deze weg door te gaan? Steeds weer het voeden van die valse hoop, steeds weer het verlangen naar een terugkeer van ‘1974’, toen het ook verkeerd afliep, maar we in ieder geval nog van ‘een mooie dood’ konden spreken.

Mijn gedachten gaan in deze moeilijke uren voor de natie vooral uit naar één man: Jan Vennegoor of Hesselink. Zijn lot is verschrikkelijk. Heel Nederland schreeuwde om Huntelaar, maar niet hij, maar Vennegoor of Hesselink mocht mee naar Duitsland. We zullen hem ons altijd herinneren als een symbool van de machteloosheid van dit Nederland elftal. Jan is een brave jongen, maar hij kan niet voetballen. Hij kan eigenlijk alleen koppen. Toen Van Basten hem gisteravond liet invallen, wist ik zeker dat het gedaan was. Een elftal dat afhankelijk is van Jan Vennegoor of Hesselink, is ten dode opgeschreven.

Twee kopballen mocht hij geven. Gave kopballen. Niemand kan zo hoog springen als Jan en niemand heeft zo’n hard hoofd. Later zullen zijn kleinkinderen hem vragen: „Wat was jouw aandeel in dat WK van 2006?” En hij zal moeten antwoorden: „Twee kopballen.” „Op doel?” zullen ze vragen. „Nee, jongens, het waren doorkopballen, mijn specialiteit.” „En deden de andere spelers er iets mee?” „Nee, want die hadden liever een gele kaart dan een doorkopbal.” „En heb jij dan geen gele kaart gekregen, als een soort souvenir?” „Nee, zelfs dat niet.”

Waar waren de geneesheren terwijl de patiënt bezig was te bezwijken? De belangrijkste van hen, Johan Cruijff, had zich voor een privé-kwestie naar een ver buitenland begeven. Had ook hij iets voelen aankomen? Wilde hij er liever niet bij zijn als het slechte nieuws moest worden geanalyseerd? Vanmorgen zocht ik ook vergeefs naar zijn column in De Telegraaf. We zullen nog een dagje moeten wachten op zijn troostende woorden.

Die zullen ongeveer als volgt luiden: „Nederland heeft weliswaar in principe een extreem goede technische staf, maar hun hadden gehaaidere voetballers, wie veel professioneler waren, je moet je niet laten provoceren door die gasten, je moet in principe blijven voetballen, je momenten uitkiezen en de diepte zoeken, en natuurlijk geen onnodig balverlies lijden, en hun moeten achter jou aanlopen en jij niet achter hun, en de scheidsrechter was natuurlijk ook verschrikkelijk.”

Die andere geneesheer, eigenlijk nog in opleiding, stond bleekjes langs de lijn. Hij was plotseling toch niet zo laconiek als iedereen had gedacht. Zijn kalmte bleek vooral een pose geweest. Het kon Portugal niet deren. Beter één Figo op het veld dan tien Marco’s langs de lijn.