Machtdenken

Zodra mensen het gevoel hebben dat ze in een positie met macht verkeren, verandert hun denken. Hun abstractievermogen verbetert ten koste van de details. Ellen de Bruin

Mensen die zich machtig voelen, nemen de wereld op een fundamenteel andere manier waar dan mensen die zich machteloos voelen. “Macht hebben leidt tot abstract denken. You focus on the forest, not on the trees, is de Engelse uitdrukking”, zo vat Pamela Smith haar conclusies samen. Zij is een uit de Verenigde Staten afkomstige sociaal psycholoog die nu in Leiden werkt.

Desgevraagd geeft ze aan de telefoon een voorbeeld: “Als ik beoordelingscijfers geef, kan ik me erop richten dat de ene student het tentamen goed heeft gemaakt en de andere slecht – of ik kan kijken welk patroon er in de cijfers zit: is er een gelijkmatige verdeling, of is er een groep die het goed doet en een andere groep die het slecht heeft gemaakt? Op die laatste manier denkt iemand met macht. Het is een doelgerichte manier van denken: je ziet de wereld door de lens van hetgeen je wilt bereiken.”

De invloed van macht op denken en waarnemen staat de laatste tijd weer sterk in de belangstelling bij psychologen. Smith’ nieuwste onderzoek is zojuist gepubliceerd in deJournal of Personality and Social Psychology (april), en ze heeft haar werk eerder deze maand ook gepresenteerd op het jaarlijkse congres van het Kurt Lewin Instituut. Dat is de onderzoeksschool waarin de best publicerende Nederlandse sociaal-psychologen zich verenigen.

Smith onderzoekt machtsgevoelens op heel basaal niveau: ze primet mensen met macht, zoals dat heet. Ze laat bijvoorbeeld één groep mensen een verhaaltje schrijven over een gebeurtenis of moment dat ze macht hadden over anderen, en een andere groep over een gebeurtenis of moment dat anderen macht hadden over hen. Of ze laat de ene groep woordpuzzeltjes oplossen met woorden als ‘autoriteit’ en ‘domineren’ en de andere groep met woorden als ‘gehoorzamen’ en ‘slaaf’. De bijbehorende gevoelens en gedachten van macht of machteloosheid worden dan tijdelijk actief. Zulk primen, het als het ware in de grondverf zetten van de geest, is een veelgebruikte onderzoeksmethode.

wijdere blik

Vervolgens bleek dat mensen die zich machtig voelen, geneigd waren om begrippen op een hoger abstractieniveau te categoriseren dan de machtelozen: ze zien ‘lezen’ bijvoorbeeld meer als ‘kennis verwerven’ dan als ‘gedrukte regels met het oog volgen’. Ze waren er ook beter in om snel te zien of een aantal woorden (‘zout’, ‘diep’, ‘schuim’) iets gemeenschappelijks hebben (‘zee’). Met stemming hadden de resultaten niets te maken. In een goede bui hebben mensen ook vaak een ‘wijdere blik’, maar de mensen met macht hadden geen beter humeur dan de machtelozen.

En ze waren ook niet meer gemotiveerd om goed te presteren, zegt Smith. De ‘machtigen’ zijn namelijk zelfs zo goed in snel het gemeenschappelijke element in een lijst woorden doorgronden, dat ze slechter presteren op een taak waarin hun gevraagd wordt om die woorden slechts te onthouden om ze later te reproduceren. Dan zeggen ze, ten onrechte, dat ‘zee’ er ook bij stond, als alleen ‘zout’, ‘diep’ en ‘schuim’ waren genoemd.

Smith hecht eraan duidelijk te maken dat macht mensen niet lui of dom maakt. „Dat was in het verleden vaak impliciet de boodschap. Maar mijn allernieuwste onderzoek, samen met Nils Jostmann van de Vrije Universiteit, laat zien dat macht zelfs kan helpen om het werkgeheugen te vergroten. We gebruikten de ‘two back task’: daarbij verschijnen één voor één letters op het scherm en de proefpersonen moeten bij elke letter zeggen of het dezelfde is als twee letters geleden. Verschrikkelijk moeilijk, en mensen tegen wie we gezegd hebben dat ze daarna leiding mogen geven, blijken het beter te doen dan mensen tegen wie we gezegd hebben dat ze in het experiment erna een ondergeschikte rol hebben.”

In het verleden dachten psychologen dat mensen met macht er over het algemeen stereotiepe ideeën op na houden over hun ondergeschikten. Maar momenteel is de literatuur op dat punt onduidelijk, zegt Smith. „In dat oudere onderzoek werden mensen vaak in een machtspositie geplaatst en geconfronteerd met een abstracte groep mensen waarvan het niet duidelijk was of ze daar in het echt iets mee te maken zouden krijgen. Die mensen waren niet relevant voor hun eigen doelen, en dan kregen ze daar stereotiepe denkbeelden over. Maar er zijn ook situaties denkbaar waarin het zinnig is om gemeenschappelijke elementen te zien onder leden van verschillende groepen. Of om een heel genuanceerd beeld te hebben van mensen met wie je zelf te maken hebt.” Dan stereotyperen machtige mensen dus juist niet, want daar hebben ze geen baat bij.

overzicht

Smith is voorlopig niet van plan om effecten van bestaande machtsposities in het dagelijks leven te onderzoeken. „Ik richt me liever op dit basale niveau. Ik lees de laatste tijd veel van de primatoloog Frans de Waal. Het gaat om patronen die ook bij andere dieren voorkomen: de dominante chimpansee heeft ook een gevoel van overzicht. Laatst zag ik een cartoon die ik erg grappig vond: twee jagers zien in het bos een aap in een toga, zegt de één tegen de ander: ‘Dat zal wel het dominante mannetje zijn.’ Mensen denken bij macht altijd meteen aan mannen in zakenpakken, maar macht heeft heel fundamentele kenmerken.”

    • Ellen de Bruin