Het lijkt mij soms of ik hier ben geboren

Restaurant Taverne du Passage Foto Taverne du Passage
Restaurant Taverne du Passage Foto Taverne du Passage Taverne du Passage

Met eigen ogen gezien in een kantoor van de gemeente Brussel: een ouderwetse koffiejuffrouw met een grote kar. Dat was al wat ongewoon, ik ben van een generatie die geen kantoor kent zonder koffieautomaat. Maar het hoogtepunt moest nog komen. Ze stopte midden op de werkvloer, pakte een bel van haar kar en begon te klingelen. Ambtenaren reageerden alsof ze een vertrouwd geluid hoorden. Koffiepauze!

Ik houd van geschiedenis en daarom ben ik ook snel van Brussel gaan houden. Regelmatig heb ik in deze stad het gevoel dat de geschiedenis hier wat dichterbij is, dat je haar bijna kunt aanraken. Als er wordt gestaakt, wapperen er nog rode vlaggen. Je kijkt er net even iets anders naar als je weet dat Karl Marx in dezelfde stad het Communistisch Manifest schreef.

Deze week mocht ik weer zo’n moment beleven in een Brussels restaurant: Taverne du Passage. Sommige vroege historici dachten dat je je moest ‘invoelen’ in historische personages, om hun handelen naar behoren te kunnen beschrijven. Taverne du Passage is daar een geschikte plek voor. Er is veel glas, veel donker hout, en het personeel loopt in een soort matrozenuniform. Heel Belgisch. Heel gezellig, zegt de Nederlander.

Er kwamen vroeger vaak Nederlandse schrijvers in de Taverne du Passage. Daarom is het ook de titel van een deze week verschenen boek over Nederlandse schrijvers en schilders in België.

Het is uitgegeven door Ons Erfdeel, de Vlaams-Nederlandse vereniging voor culturele samenwerking ‘tussen de Nederlandssprekenden’ . Dat gebeurde op verzoek van de Nederlandse ambassade – een geschenk namens koningin Beatrix, die deze week op staatsbezoek was in België.

Jan Greshoff, een Nederlander die tijdens het interbellum in Brussel woonde, dichtte Taverne, middernacht.

Hier is het goed; dit is mijn

warme stal.

‘Bonsoir, Monsieur’, – Michel weet

van te voren.

Wat ik naar vast wet gebruiken zal.

Op deze bank verslijt ik broek

na broek;

Het lijkt mij soms of ik hier

ben geboren

Of ik zal sterven in die smalle hoek.

Jan Greshoff was, samen met Eddy du Perron, de spil van een literair netwerk van Vlamingen en Nederlanders. Dat niet alleen, hij was ook ‘cultureel correspondent’ in Brussel voor de Nieuwe Rotterdamse Courant. Het leven was blijkbaar goed, want Greshoff beschikte over een secretaris – dat kost de huidige correspondent véél inlevingsvermogen.

Zo’n vijftig Nederlandse schrijvers verbleven de afgelopen anderhalve eeuw langere tijd in België, vertelt Frank Hellemans, een van de auteurs van het boek, tijdens een lunch in de Taverne. Hun beweegredenen? Het goede leven. Geld. Jeroen Brouwers verhuisde in de jaren zestig naar Brussel omdat een huis hier de helft goedkoper was dan in Nederland. Multatuli kwam omdat hij in Nederland gokschulden had. In Brussel dronk hij Faro-bier en schreef hij, op een kamertje in een pension, zijn meesterwerk Max Havelaar.

Een andere grote schrijver met een Brussels verleden is W.F. Hermans. In De tranen der acacia’s beschrijft hij een scène bij een hoerenmadam. Op werkelijkheid gebaseerd, zegt Frank Hellemans. „Brussel trok schrijvers ook omdat er geen sociale controle was. Hier konden ze doen wat ze wilden.”

Maar de afstand tot Nederland was vast ook om artistieke redenen interessant. Als je in een buitenland woont, ga je anders kijken naar het land waar je vandaan komt.

Een historisch gevoel bekruipt me hier ook vaak wanneer ik Belgische of Vlaamse politici hoor praten over de multiculturele samenleving – in positieve zin. O ja, zo ging dat vroeger bij ons. Natuurlijk, er zijn uitzonderingen, aardig wat zelfs, want het Vlaams Belang is een grote partij. Maar velen lijken nog de gedachte te koesteren dat je in een grote stad kunt kennismaken met andere culturen.

De Vlaamse dichter en schrijver Stefan Hertmans zei het zo tijdens de presentatie van het boek Taverne du Passage: „In deze stad Brussel, waarvan het Babelse karakter mij lief is, lijkt mijn moedertaal numeriek niet belangrijker dan het Turks, het Arabisch of het Pools. Het leert ons, die hier leven, dat we één belangrijk voordeel hebben, ooit door de Vlaamse dichter Herman de Coninck treffend geformuleerd: kleine talen kennen de luxe van een heel groot buitenland.”

Saskia de Bodt en Frank Hellemans, Taverne du Passage; Nederlandse schilders en schrijvers in België. ISBN 90 75862 822; Prijs: 21 euro; www.onserfdeel.be Taverne du Passage, Galerie de la Reine/ Koninginnegalerij 30, Brussel, +32(0)2 512 3731 & www.tavernedupassage.com