Krokodillenleren tas: 18.985 euro

Het gaat weer goed met luxe merken zoals Gucci, Bottega Veneta en Balenciaga.

„Door de pasvorm iets wijder te maken, kunnen meer vrouwen het kopen”

Hij hoeft nog geen vijf minuten te lopen. Robert Polet (50), de Nederlandse topman van de Gucci Group, heeft zijn hoofdkantoor in een negentiende-eeuws herenhuis net om de hoek van Old en New Bond Street in Londen, waar rijken uit de hele wereld de paleisjes van de grote luxemerken afstropen. Daar zitten de strak witte winkels van Gucci, de zwarte van Yves Saint Laurent, de klassiek bruine van Bottega Veneta en juwelierszaak Boucheron uit het concern van Polet.

„Vanmiddag om half zes ga ik weer langs. Het liefst sta ik in een hoekje van de winkel om te zien hoe een vrouw binnenloopt en zonder naar de prijs te vragen naar een tas wijst en roept: ‘Die tas moet ik hebben’. Dat is de charme van dit bedrijf”, glundert Polet. „Je verkoopt producten die mensen gewoon wíllen hebben.”

De rijken zijn ook weer hebberig. Terwijl veel bedrijven al blij zijn met een paar procentjes groei, zien de producenten van luxe tassen, kleding, horloges en andere dure verwennerijen hun omzet groeien met dubbele cijfers. Dat geldt niet alleen voor de Gucci Group, onderdeel van het Franse detailhandelsconcern PPR, maar ook voor concurrenten als het Franse LVMH en het Zwitserse Richemont.

De modebedrijven zijn de succesnummers van Europa, waar ze hun wortels hebben. Sterker: ze leven vaak bij de gratie van het made in Italy, made in France of made in Switzerland dat op hun producten staat. „Bij Gucci of ons merk Bottega Veneta is het Italiaans zijn zo’n belangrijk onderdeel van de persoonlijkheid van het merk, dat de producten in Italië gemaakt zullen blijven worden. Dat verwacht je klant”, zegt Polet.

Bij een winkel van Bottega Veneta in Sloane Street, het paradijs voor de welgestelde Londenaar, is op de herenafdeling de prijs van een prominent uitgestalde krokodillenleren reistas nergens te ontdekken. De winkelbediende ritst desgevraagd de tas open, haalt een kaartje tevoorschijn en zegt zonder blikken of blozen: 13.000 pond (18.985 euro).

Voor het eerst sinds Gucci dit zieltogende merk in 2001 overnam is het winstgevend. „Toen wij Bottega Veneta kochten, was er niet één product dat we nog in ons assortiment wilden hebben. De exclusiviteit was helemaal weg”, vertelt topman Patrizio de Marco van Bottega Veneta. „Nu bedienen we weer een elitepubliek, dat niet met een logo te koop wil lopen maar wel de hoogste kwaliteit verlangt. Ons merk was onbekend, mensen dachten dat we eten verkochten. Toen wij een winkel in Zürich openden, vroegen mensen waar de kaas lag. Dat is nu drastisch veranderd.”

Ook bij het merk Gucci heeft zich een opleving voltrokken. Toen zijn beroemde ontwerper Tom Ford in 2003 zijn vertrek aankondigde, vroeg iedereen zich af of het merk Gucci dat zou overleven. De Amerikaan had in de jaren negentig van Gucci één van de sterkste Italiaanse merken gemaakt. Maar zijn opvolgster Frida Giannini heeft haar eigen stempel op Gucci gedrukt. „Frida brengt meer warmte in het merk”, zegt Polet. „Meer sensualiteit dan de openlijke seksualiteit van Ford.”

Topman Polet stapte precies twee jaar geleden over van Unilever, waar hij na 26 jaar zijn carrière eindigde als directeur van de ijsdivisie. De opperverkoper van Cornetto’s en Raketten staat nu langs de catwalk om de haute couture, tassen en juwelen van de duurste merken ter wereld, te bewonderen. Ver weg van een Magnum van 2,25 euro bij de snackbar.

Zijn alle jubelcijfers de verdienste van Polet of is hij in de goede periode aangetreden? Het laatste zeker, beaamt Polet. „Zelfs in Japan, voor ons het belangrijkste land, is de markt weer gaan groeien. Maar wij groeien harder dan de concurrenten.”

De Nederlander heeft het bedrijf flink op zijn kop gezet. Samen met Ford domineerde Polets voorganger Domenico de Sole de groep. Eind jaren negentig nam het fameuze duo negen merken over, zoals Yves Saint Laurent, Balenciaga, Alexander McQueen en Stella McCartney. Ford bemoeide zich sterk met alle ontwerpen, De Sole dook in de details van de zakelijke kanten van alle merken.

Polet liet na zijn aantreden zijn vrouw en kinderen alleen op vakantie gaan en reisde vijf weken lang de wereld rond om zich op het bedrijf te oriënteren. In de maanden daarna verving hij tweederde van de managers in het hoogste echelon. Hij bracht meer verantwoordelijkheid bij de merken door overal een nieuw team van een bestuursvoorzitter en een ontwerper aan te stellen. „Daardoor zijn we van een leiderschap van twee naar een leiderschap van twintig mensen gegaan. Ze zijn hun merk gaan runnen of het hun eigen onderneming is.”

Polet heeft zijn managers en ontwerpers de financiële discipline van een multinational bijgebracht. Hij stelde per merk een strategisch plan op met groeiambities en de verplichting om uiterlijk 2007 weer winst te maken. Dat lukt nog niet alle merken. Yves Saint Laurent bijvoorbeeld lijdt verlies. Net als Stella McCartney en Alexander McQueen. „Ik ben er honderd procent van overtuigd dat we ze allemaal winstgevend zullen maken. Ik zie de verkoop stijgen. Maar ik zie ook de instelling van mensen hier veranderen. Ze begrijpen nu wat ik bedoel als ik zeg dat als je niet winstgevend bent, je ook niet succesvol bent. Dat heeft een paar maanden geduurd”, vertelt Polet. „Een designer kwam naar me toe en zei: ik begrijp het, ik moet dus mijn pasvorm iets wijder maken, zodat meer vrouwen mijn kleding kunnen kopen.”

Overnames van andere merken verwacht Polet in de komende twee jaar nog niet. Groei zal vooral komen uit het openen van nieuwe winkels. Vooral in Azië zullen nieuwe winkels opduiken. Daar wordt de komende jaren de grote concurrentieslag verwacht tussen de luxe merken, die willen profiteren van de enorme economische groei. „China, India, Rusland en het Midden-Oosten zijn onwaarschijnlijk belangrijke markten voor ons”, zegt Polet. „Zestig procent van onze investeringen zal naar Azië gaan. De omzet in China groeit met meer dan 50 procent. Maar we zullen ons niet alleen op Azië richten. Ook in de VS zien we nog geweldige groei.”

Zou Polet ooit nog terugwillen naar een grote multinational als Unilever? Even blijft het stil. „Ik denk het niet”, begint hij aarzelend. „Nee, ik weet het wel zeker. Niets ten nadele van Unilever hoor. Maar hier kan ik echt ondernemen. Heerlijk. Vandaag beslissen, gisteren uitvoeren. Van mijn eigenaren bij PPR krijg ik alle vrijheid. Geen politiek meer, geen lagen waar je doorheen moet. Nee, ik zou niets anders meer willen.”