Afbreuk zwangerschap vaak traumatisch

Van de vrouwen die een zwangerschap om medische redenen beëindigen, heeft 19 procent langdurig last van posttraumatische stress-symptomen.

Marijke Korenromp EUROPA, NEDERLAND, Utrecht, 16-06-2006 Universiteit Utrecht, Wilhelmina Kinderziekenhuis. Verloskundige Marijke Korenromp promoveert op 'parental Adaptation to termination of pregnancy for fetal anomalies. Foto Evelyne Jacq
Marijke Korenromp EUROPA, NEDERLAND, Utrecht, 16-06-2006 Universiteit Utrecht, Wilhelmina Kinderziekenhuis. Verloskundige Marijke Korenromp promoveert op 'parental Adaptation to termination of pregnancy for fetal anomalies. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Hester van Santen

De echo van mevrouw V., 35 jaar oud en 23 weken zwanger, ziet er niet goed uit. Te veel vruchtwater, mogelijk een hartafwijking. De gynaecoloog en de kindercardioloog vertellen dat er een reële kans is dat hun kind de eerste weken niet zal overleven. Na een paar dagen besluiten meneer en mevrouw V. de zwangerschap af te breken. Ze maken na de bevalling nog foto’s met het doodgeboren jongetje.

Deze casus staat in het proefschrift van Marijke Korenromp dat morgen verschijnt. Ze onderzocht hoe het in de volgende maanden en jaren verder gaat met mensen als meneer en mevrouw V., die om medische redenen een zwangerschap beëindigen. Bij één op de vijf vrouwen gaat het erg moeizaam, is Korenromps conclusie. Zij hebben jaren later nog last van dromen en herbeleving, of van vermijding, zoals niet op kraamvisite willen. Het zijn symptomen van posttraumatische stress.

Korenromp (63 jaar, verloskundige en onderzoeker) werkte sinds eind jaren tachtig in het Utrechtse academisch ziekenhuis aan haar onderzoek. Het is de grootste studie tot nu toe op dit gebied: 962 vrouwen en mannen beschreven hun gevoelens in enquêtes en gesprekken. Bijna nooit hebben zij achteraf spijt. Soms voelen ze nog lang verdriet of rouw. Maar posttraumatische stressgevoelens komen veel vaker voor. „Dat heeft te maken met het feit dat dit een actief besluit is. Dat je moet kiezen, terwijl je dat eigenlijk niet wilt.”

U hield interviews met vrouwen die een half jaar eerder de zwangerschap hadden laten afbreken. Wat vertelden zij?

„We hoorden veel over twijfel, maar ook opluchting. Veel tegenstrijdigheden dus. Vrouwen voelen zich opgelucht, terwijl ze dat eigenlijk niet echt durven toegeven. Maar er waren er ook die zich voelden alsof ze een kind gedood hadden: toen we die stelling opnamen in een enquête, beaamde bijna de helft van de vrouwen dat.”

In die eerste maanden na de afbreking van de zwangerschap heeft meer dan 40 procent van de vrouwen symptomen van posttraumatische stress.

„Ja, en we zien ook veel vrouwen, en mannen, met depressieve klachten. Een van onze aanbevelingen is om de mensen die na een paar maanden psychische klachten hebben, erop te wijzen dat ze kunnen praten met een hulpverlener. We zien wel dat de klachten in het volgende jaar vaak alsnog over gaan, maar 19 procent van de vrouwen en 5 procent van de mannen houdt langdurig posttraumatische stresssymptomen. Die verdwijnen dan niet meer na twee, drie of zeven jaar – terwijl we gedacht hadden dat het toch wel minder zou worden.

Wie lopen nog meer een hoog risico?

„Mensen die na de diagnose erg twijfelen of ze de zwangerschap moeten beëindigen. Die mensen sturen we nu gericht door naar een hulpverlener. Andere kwetsbare groepen zijn laagopgeleide vrouwen, en vrouwen die weinig steun van hun partner krijgen. En vrouwen die weinig zelfredzaam zijn, die moeite hebben om problemen op te lossen. Het vervelende is dat je die groepen niet herkent tijdens een consult. Ja, als een vrouw altijd alleen komt, krijgt ze misschien weinig steun. Maar daar moet je toch voorzichtig mee zijn.”

Wordt er nu anders met zwangerschapsafbreking omgegaan dan twintig jaar geleden?

„Dat het een moeilijke keuze was, daar waren we altijd wel van overtuigd. Er is wel wat meer nazorg gekomen. Steeds meer ziekenhuizen hebben praatgroepen, en er is een lotgenotengroep op internet. Maar uit ons onderzoek blijkt ook dat vrouwen er toch niet altijd op worden voorbereid dat zo’n afbreking nog lang kan doorwerken.”

Sinds vorig jaar wordt aan alle zwangere vrouwen verteld dat ze een test kunnen doen voor een open ruggetje of Downsyndroom. Wat betekent dat voor de zwangerschapsafbreking?

„Ik denk dat we een iets andere groep vrouwen gaan zien. Een voordeel is dat afwijkingen vroeger in de zwangerschap ontdekt worden. Uit de studie blijkt dat de kans op psychische problemen dan minder is. Maar de vrouwen worden ook gemiddeld jonger, wat de verwerking blijkt te bemoeilijken. En misschien zal een grote groep vrouwen zo’n test alleen doen om gerustgesteld te worden. Voorheen zagen we vrouwen die al wísten dat ze een verhoogd risico hadden, meestal vanwege hun leeftijd. We zullen nu vaker vrouwen zien die door de uitslag overvallen zijn. Je kunt het vergelijken met het moment dat de echo werd ingevoerd. Toen dachten vrouwen ook: Ha leuk, even een echootje maken.”