Bevlogen docenten lopen stuk op de praktijk

Volgens Theo Lamers (Opiniepagina, 12 juni) moet het onderwijs een evenwicht vinden tussen groepsgerichtheid en individuele aandacht, tussen vakinhoudelijkheid en leerprocesgerichtheid, tussen de pedagogische en maatschappelijke functies. En dat alles met behulp van de nu ontbrekende ‘competente leraar.’

Welnu, ik tracht al jaren als docent dagelijks bovengenoemd evenwicht te bewaren en balanceer daarbij op slappe koorden. Dat lukt lang niet altijd. Ben ik, en veel van mijn collega’s met mij, daarom geen competente leraar?

De woorden van Lamers loochenen de praktijk. Op 21 augustus begint het nieuwe schooljaar en worden mijn collega’s en ik vanaf dag één weer geconfronteerd met 5 dagen per week 6 á 7 zogenaamde contacturen, waarin je met 32 leerlingen in een te klein klaslokaal bovengenoemd evenwicht tracht te bewaren. Aan vakinhoudelijke kennis ontbreekt het ons niet, aan heilig vuur ook niet. Het ontbreekt ons aan mensen die begrijpen dat je in klassen met meer dan 25 leerlingen nooit al die prachtige evenwichtskunsten kunt toepassen. Aan mensen die begrijpen dat je na 7 x 50 minuten intensief lesgeven per dag, het wegwerken van de stapel correctie, het voorbereiden van je volgende lessencyclus, het bellen van ouders en het begeleiden van je mentorleerlingen, geen tijd meer hebt om aan persoonlijke ontwikkeling te werken, laat staan dat er van curriculumontwikkeling nog iets terechtkomt.

José Groen

docent Nederlands aan het Sint-Janslyceum, ’s-Hertogenbosch

Opkrikken cijfers wordt gevoed door angst

Dirk Westerduin is niet de enige docent die onder druk is gezet door zijn superieuren om hoger te cijferen (Opiniepagina, 12 juni). Ondergetekende kan er over mee praten. De vraag is: wat is de exacte oorzaak van een dergelijk optreden.

Het antwoord: angst. Sinds wanneer bestaat die angst? Sinds het moment dat het dagblad Trouw het nodig vond om het zeer complexe onderwijssysteem in Nederland van een cijfer te voorzien. Etiketje plakken, zoals we in onderwijsland maar al te graag doen. De directies zijn niet in opstand gekomen tegen dit appels met peren vergelijkende overzicht. Nee, men heeft de macht van deze onzinnige publicatie aanvaard en richten hun hele beleid er naar in: „Hoe komen we zo goed mogelijk in Trouw?” Antwoord: dan moet je scoren; veel kinderen over laten gaan op een zo hoog mogelijk niveau en als de kinderen dat zelf niet kunnen dan helpen we ze een handje. Docenten onder druk zetten is dan de gemakkelijkste weg. Ik prijs de moed van Dirk Westerduin. Mag het een aanzet zijn dat deze beerput eindelijk eens opengaat.

W.L. van Ulsen

Groningen

Vroeger was het beter

Mijn ‘schooltijd’ duurde van 1936 tot 1947. Ik heb nooit anders meegemaakt dan dat de juf, de meester en later de leraren hun uiterste best deden om juist de zwakkere leerlingen aandacht te geven. De school was niet voor ‘leuk’, je moest bagage opdoen voor in ‘de maatschappij’, later. En dat lukte die ‘ouderwetse’ leerkrachten uitstekend, met die klassieke klassikale aanpak in klassen van 50 of meer.

Pas achteraf heb ik me gerealiseerd hoe goed dat onderwijs – ook later op ulo en lyceum/HBS-B, de laatste met uitsluitend academisch gevormde leraren en leraressen en wiskunde door de rector zelf – was. De school verschafte je het harde basismateriaal, de fundamentele inzichten die je nergens anders automatisch oppikt. Ik prijs me gelukkig in deze tijd geen kind te zijn dat naar school moet. Ik moet er niet aan denken zelf te hebben moeten ‘aangeven’ wat ik zou willen leren.

Arie de Goederen

Boskoop