‘Ik trek de haren uit mijn hoofd’

Amin Maalouf schreef het libretto voor de opera ‘Adriana Mater’ die onlangs in Parijs in première ging. Net als zijn romans is dit werk doordrenkt van angst, haat en geweld. „De wereld is totaal verscheurd.”

Amin Maalouf foto AFP l'écrivain Amin Maalouf pose pour le photographe, le 30 mars 2004 à Paris, sur le plateau de l'émission "Vol de Nuit" sur TF1 où il est venu présenter son livre "Origines". AFP PHOTO DANIEL JANIN
Amin Maalouf foto AFP l'écrivain Amin Maalouf pose pour le photographe, le 30 mars 2004 à Paris, sur le plateau de l'émission "Vol de Nuit" sur TF1 où il est venu présenter son livre "Origines". AFP PHOTO DANIEL JANIN AFP

‘Driemaal heb ik in Libanon de oorlog zien uitbreken, op mijn achttiende, mijn vierentwintigste en mijn zesentwintigste. De eerste keer was op 5 juni 1967, het begin van de Zesdaagse Oorlog. Er waren al een tijdje spanningen tussen Egypte en Israël. Precies die dag deed ik mijn eerste examen sociologie aan de universiteit. Ik kwam naar buiten en zag mijn vrienden de krant lezen waarin stond dat de oorlog was uitgebroken. Met mijn ouders ben ik meteen vertrokken, de bergen in, naar een hotel. Ik herinner me vaag dat ik een luchtgevecht heb gezien. Een paar dagen later zijn we weer teruggegaan. De tweede keer was in 1973. Ik zat in de auto met mijn vrouw en kind, op weg naar een golfclub waar we vrienden zouden ontmoeten. Toen ik via de radio het nieuws hoorde dat Egypte en Syrië Israël hadden aangevallen, zijn we meteen omgekeerd. Het was wel in de buurt, maar toch raakte het ons niet echt. Dat was anderhalf jaar later wel anders. Toen brak de Libanese burgeroorlog uit onder mijn raam. Er werd geschoten, we doken weg en toen we later weer durfden te kijken lag de straat bezaaid met lijken.”

Amin Maalouf, de in Libanon geboren schrijver, essayist en oud-journalist, woont sinds 1976 in Parijs en schreef grote romans als De kruistochten gezien door de Arabieren, De rots van Tanios (Prix Goncourt), Samarkand, De omzwervingen van Baldassare en, recenter, Oorsprong, over de geschiedenis van zijn eigen familie. Als geen ander staat Maalouf met één been in de Westerse en met het andere in de Arabische wereld. In zijn Parijse woning denkt hij terug aan de vele oorlogen die hij van dichtbij of van veraf, als burger of als reporter meemaakte. Al die ervaringen zijn ergens in Adriana Mater terechtgekomen, de tweede opera waarvoor hij het libretto schreef en die onlangs in Parijs in première ging. Zijn eerste, L’amour de loin, eveneens een samenwerkingsproject met de Finse componiste Kaija Saariaho en regisseur Peter Sellars, was vorig jaar ook in Nederland te zien op het Holland Festival. De derde van de trilogie, La passion de Simone, gaat dit najaar in Wenen in première.

Adriana Mater is een somber verhaal over angst, haat en geweld, dat zich afspeelt in een niet nader genoemd land in oorlog. In de slotzinnen besluit de hoofdpersoon de keten van geweld te doorbreken door niet op zijn beurt te gaan doden – een schamel lichtpuntje in een verder inktzwart verhaal. „De vraag die ik stel is hoe haat wordt doorgegeven. In onze wereld is de logica van de confrontatie alomtegenwoordig. Die doorlopende cyclus van geweld moet eens stoppen, daarom eindigt de opera niet in mineur. Je hebt als schrijver niet het recht wanhoop te verspreiden.”

Literatuur heeft

een rol te spelen in de strijd tegen barbaarsheid, meent Maalouf, niet in de strijd tegen de ander, maar tegen de barbaarsheid in ieder van ons. „De scheidslijn tussen menselijkheid en bruutheid loopt niet tussen beschavingen, maar dwars door alle culturen en samenlevingen heen. In de wereld van vandaag heb je een heel gevoelig afgestelde radar nodig om te zien waar de grens loopt tussen degenen die aan de kant staan van de vooruitgang en de verheffing van de mens en zij die een drang hebben tot vernietiging, beestachtigheid en onderwerping. Barbaarsheid zit in iedere beschaving, het is veel te gemakkelijk de ene samenleving beschaafd te noemen en de andere barbaars.”

Die fine tuning bereik je door ‘scherpzinnig en eerlijk’ observeren en vooral de juiste vragen te stellen. „Waar gaat de mensheid heen? Wat is vooruitgang en wat niet? De Verenigde Staten, het belangrijkste en invloedrijkste land in de wereld, zijn bezig hun autoriteit en hun geloofwaardigheid te verliezen. Als je ziet hoe Europa morele waarden tot politieke instrumenten heeft gedevalueerd, dan heb ik het gevoel dat er in Europa niet meer morele geloofwaardigheid over is dan in de VS. In de rest van de wereld zijn er helemaal geen waarden die de mensheid verder helpen. We zitten in een wereld die naar de verdoemenis gaat. Nergens, in geen enkel deel van de wereld, heeft men nog vertrouwen in de machthebbers. Terecht, ze zijn ook niet vertrouwenwekkend, het recht van de sterkste geldt. Iedereen bijt zich krampachtig vast in de afkomst en culturele identiteit van mensen. Het is een wereld die me erg verontrust.”

Een voorbeeld? „De Amerikanen begonnen een oorlog in Irak – in naam van de democratie. Ik geef toe dat er drie jaar geleden argumenten voor die beslissing waren, evengoed als argumenten tegen. Na de val van Saddam Hussein zouden de VS een democratie stichten in een Arabisch land. Iets vergelijkbaars hadden ze immers in Europa gedaan na de Tweede Wereldoorlog. Maar we zijn niet in staat gebleken de na-oorlogse situatie in goede banen te leiden. De Amerikanen hadden zich als een bevrijdingsleger moeten opstellen, ze hadden vriendschap moeten tonen voor het volk dat ze kwamen bevrijden, geen vijandschap. Ze hadden van Irak een voorbeeldland moeten maken zodat de hele Arabische wereld, de hele moslimgemeenschap, had kunnen zien hoe een bloeddorstig dictator werd vervangen door een democratisch regime. Maar in plaats daarvan hebben we conflicten zonder precedent tussen verschillende gemeenschappen geschapen. We hebben duizenden grove misstappen gemaakt.

„In een regio waar democratisch denkenden al in de minderheid zijn, worden geïsoleerd en gemarginaliseerd, is het woord democratie nu synoniem met de meest ontketende vorm van burgeroorlog. En dan hebben we nog Abou Ghraib! Van het machtige land dat zogenaamd de waarden van democratie, van mensenrechten en van vrijheid uitdraagt, dat internationale wetten komt invoeren, gaan duizenden beelden van marteling, van vernedering over de wereld. We zijn bezig alle democraten in het Arabische deel van de wereld voor een hele generatie de mond te snoeren. Ik ben helemaal niet anti-Amerikaans, integendeel, maar ik zie de puinhoop en trek de haren uit mijn hoofd. Waar zijn we mee bezig? Is dat het gedrag van het Westen? Is dat het gevecht voor democratie?”

Maalouf is een overtuigd,

gepassioneerd Europeaan. „De Europese constructie is een van de zeldzame punten van vooruitgang in de geschiedenis van de mensheid in de laatste vijftig jaar. Dat volkeren die elkaar zo lang hebben bestreden erin zijn geslaagd alle demonen uit het verleden te overstijgen en een vreedzaam geheel te smeden, is fantastisch voor de wereld. Maar nu zeggen landen die nota bene een fundamentele rol hebben gespeeld bij de vorming van dat Europa nee tegen de grondwet. Voor Nederland weet ik het niet precies, maar in Frankrijk zei men nee omdat er geen vertrouwen was in de politici. Onze wereld wordt geregeerd door mensen die geen morele geloofwaardigheid hebben. In de Arabische landen is dat nog erger: ik zou er geen enkel land kunnen noemen dat de steun heeft van een significant deel van de bevolking. Het is de hoogste tijd voor een fundamentele reddingsoperatie. De twee werelden waartoe ik door mijn persoonlijke geschiedenis behoor, de Arabische en de westerse, zijn nog nooit zover van elkaar verwijderd geweest. Nooit heb ik de kloof zo pijnlijk beleefd. Er is niet één gebeurtenis in de wereld die in beide werelddelen op dezelfde manier wordt beleefd, ik voel me compleet verscheurd.”

Van de ongeruste optimist die Maalouf zes jaar geleden nog was, heeft hij inmiddels afscheid genomen. „Mensen zoals ik, die heel bescheiden, bruggetjes proberen te bouwen, hebben het gevoel mislukt en naïef te zijn.” Wat er moet gebeuren? „We moeten een oplossing vinden voor die problematische fixatie op het begrip identiteit en overgaan tot gewetensonderzoek. In het Westen is men daar wellicht nog wel toe in staat, in de Arabische moslimwereld, waar men zich overgeeft aan wanhoop en zelfdestructie, is dat nog maar helemaal de vraag.”

Een ander voorbeeld, wat dichter bij huis. In Frankrijk ziet Maalouf dat de xenofobie toeneemt. „Die uit zich een beetje zoals dat het geval is bij misogynie. Het is allemaal niet expliciet, maar het blijkt uit de ondertoon in een gesprek, uit vragen die men mij stelt. Men vraagt mij bijvoorbeeld wanneer ik naar Libanon denk terug te gaan. Het is een manier om mij eraan te herinneren dat ik niet van hier ben.

„Ja, het klopt dat ik in mijn boeken altijd crisismomenten uit de geschiedenis onder de loep heb genomen. Ja, ik heb er vele bestudeerd. Maar onze tijd is echt anders. Nooit was de crisis werkelijk wereldomvattend, zoals nu. Nooit waren we zo de weg kwijt, kompasloos, nooit was er zo’n vermogen tot zelfvernietiging.”

Maalouf weet niet

direct antwoord op de vraag of zijn schrijverschap erdoor veranderd is. „Met de val van de Muur gingen we van een wereld die verdeeld was volgens ideologische tegenstellingen naar een wereld die verdeeld werd naar identiteit. Mijn boek Moorddadige identiteiten (1998) is de weerslag van die ongerustheid. Oorsprong (2004), het boek over de geschiedenis van mijn familie, is de illustratie van mijn stelling dat er altijd sprake is van een gemengde origine, ook al kom je uit één bepaald dorp en behoor je tot één bepaalde familie. Het was al een oud plan. Maar natuurlijk is het geen toeval dat mijn eerste opera, L’amour de loin, geschreven voor 11 september, spreekt over de liefde en ontmoeting tussen noord en zuid, terwijl mijn tweede gaat over de keten van haat en geweld.”

Is de rol van de schrijver veranderd? „Die moet in alle tijden in de eerste plaats citoyen zijn, burger zijn van het land en van de wereld waarin hij leeft. Citoyen in de zin van een persoon die zich letterlijk bezighoudt met de cité. Wij leven in een wereld die steeds onmenselijker wordt. Een schrijver moet de wereld menselijker maken – vandaag de dag meer dan ooit tevoren.”

Heeft literatuur dan werkelijk de macht daartoe? „Literatuur heeft geen macht, maar wel een missie, een roeping. We moeten de wereld opnieuw overdenken, haar opnieuw uitvinden, haar opnieuw in beeld brengen. Waar kan dat? Onder andere in de literatuur. De schrijver moet de ontredderde wereld van een kompas voorzien. De noodzaak daartoe is groter dan ooit.”

Het werk van Amin Maalouf verschijnt in Nederland bij De Geus.