Innovatief dialectoloog

De taalkundige dr. Jo Daan (Krommenie, 12 mei 1910 - Deventer, 11 juni 2006) was een van de belangrijkste Nederlandse dialectologen van de twintigste eeuw en tot haar pensioen in 1975 hoofd van de afdeling Dialectologie van (voorlopers van) het tegenwoordige Meertens Instituut in Amsterdam.

Na haar studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Gemeenteuniversiteit Amsterdam werd Daan in 1939 door de directeur P.J. Meertens aangesteld bij wat toen nog het Dialectbureau heette. Een belangrijk deel van haar werkzaamheden aan dat bureau bestond uit het maken van enkele belangrijke dialectatlassen, waarin bijvoorbeeld klankverschillen tussen dialecten werden ingetekend. Daarnaast publiceerde ze onder meer een editie van Bredero’s Klucht van de koe, een boek over het Nederlands van Amerikanen die afstammen van emigranten, en studies over sociale taalverschillen in de zeventiende en achttiende eeuw.

Het grootste belang van Daans werk ligt vermoedelijk in haar aandacht voor methodologie en voor nieuwe ontwikkelingen in het vak. Zij introduceerde het gebruik van opnameapparatuur in de Nederlandse dialectologie; voor haar tijd maakten veldwerkers uitsluitend schriftelijke aantekeningen. Daarnaast wordt Daan wel beschouwd als een van degenen die in Nederland het werk van de Amerikaan William Labov introduceerden, de grondlegger van de moderne sociolinguïstiek. Daan leerde Labov om Amerika kennen in de tijd dat hij nog aan zijn proefschrift werkte, en haalde hem al in de vroege jaren zeventig over om een bezoek te brengen aan het Meertens Instituut. Bredere bekendheid verwierf Daan door het weinig sympathieke portret dat haar collega J.J. Voskuil van haar tekende in zijn romancyclus Het Bureau. Het hoofd Volkstaal Dé Haan barst in dat boek om het minste of geringste uit in redeloze woede. Toen Daan enkele jaren geleden werd gevraagd of ze Het Bureau kende, antwoordde ze laconiek: „Ik lees geen boeken van mensen die ik niet aardig vind.”