Op zijn Rotterdams

Ik mocht gisteren toch alvast een harinkje proeven bij het Suezkanaal. De Egyptische visboer en ik zijn dikke vrienden omdat ik hem zeker twee keer per week opzoek – vaker dan mijn echte vrienden.

„Je eet hem als een Rotterdammer”, merkte hij in vloeiend Haags op. Ik had mijn hoofd in mijn nek gegooid, mijn mond wijd opengesperd, het grijze staartje in mijn rechterhand en liet het beestje gulzig door mijn keel glibberen. Zo vind ik Hollandse Nieuwe het lekkerst. Maar ik kom dan ook uit de buurt van Rotterdam.

Volgens haringdeskundigen bestaan er heuse regionale smaakverschillen. In Brabant eet men het liefst kleine, stevige haringen. Noorderlingen willen ze flink gezouten. Een Rotterdammer geeft de voorkeur aan een kleine en lichtgezouten haring, terwijl ze in Amsterdam grotere willen, die langer zijn gerijpt. Amsterdammers zijn mietjes, vind ik. Die snijden hun haring in stukjes, die ze nuffig één voor één met een vorkje in hun mond steken. Terwijl het grote genieten er nu juist in bestaat dat vette vissenlijf tegen je huig te hangen en je tanden in zijn malse vissenvlees te zetten.

Daarbij vind ik uitjes vaak maar in de weg zitten. Vers gesneden ui met haring is lekker, dat is zeker. Maar van uitjes die ’s ochtends vroeg door de visboerin zijn gehakt, of als je pech hebt zelfs dagen tevoren door de groothandel zijn gemalen, wordt mens noch haring blij. Jammer dat haringkarren nooit een pepermolen hebben staan. Van versgemalen zwarte peper wordt een haring juist vrolijk.

Vanavond ga ik minstens vijf maatjes bij hun staartje grijpen op een haringparty in het Amsterdamse Hilton Hotel. Maar als ik vanavond thuis zou zijn geweest, zou ik een salade maken en die samen met een fles droge Sancerre op mijn tuintafel zetten. Ik zou er een schaal Hollandse Nieuwe naast zetten. En dan zou ik uitvoerig genieten, want ze zijn ook dit jaar weer lekker vet.

Voor 2 personen:

2 theelepels appelciderazijn

1 theelepel milde mosterd

2 eetlepels zonnebloemolie

zwarte peper uit de molen

1 frisse appel

1 ui

10 radijsjes

1 bosje waterkers

4 Hollandse nieuwe, schoongemaakt

½ bekertje crème fraîche

Doe de azijn in een kommetje, klop er het zout, de mosterd en olie door en maak op smaak met versgemalen peper. Snijd de ongeschilde appel in dunne schijfjes en haal deze even door de dressing zodat ze niet bruin worden. Schil de ui en snijd hem in flinterdunne ringen. Maak de radijsjes schoon en snijd ze in plakjes. Zoek de waterkers uit en spreid die uit over een platte schaal. Verdeel de andere groenten over de waterkers en druppel de dressing erover. Serveer met de haringen, de pepermolen en de crème fraîche.

Hoe vind jij de Hollandse nieuwe? Praat mee op www.nrc.nl/kokenetc