Leuke dingen gedaan

Rik van Hulst is 70 - een kind van de jaren dertig. De overheden in Limburg waren schaamteloos katholiek, het openbaar onderwijs werd schromelijk verwaarloosd. Andersdenkenden moesten zelf maar zien dat ze neutraal bijzonder onderwijs van de grond kregen. Zijn vader, een Amsterdammer, was hoofd van zo'n school in Hoensbroek. Theo Thijssen zat in het bestuur. Die heeft hem nog eens voorgelezen uit Jongensdagen toen hij een griepje had.

R. van Hulst (Amstenrade, L., 20 juni 1935) woont in Amsterdam. Nederland, Amsterdam, 24-05-2006 Rik van Hulst, van 1986 tot 1996 directeur van de Stadsschouwburg van Arnhem. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
R. van Hulst (Amstenrade, L., 20 juni 1935) woont in Amsterdam. Nederland, Amsterdam, 24-05-2006 Rik van Hulst, van 1986 tot 1996 directeur van de Stadsschouwburg van Arnhem. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

'Ik kom', zegt hij, 'uit een gezin met idealen; dat schud je niet zomaar van je af.'

'En ik sluit niet uit', zegt hij, 'dat mijn liefde voor het theater teruggrijpt op de processies die door de straat gingen. Die gewaden, die kazuifels, die vaandels, buitengewoon spannend. Ik keek ademloos toe. Nou, bij zo'n club wilde ik ook wel horen.'

Maar hij is ook een kind van de jaren zestig. De verbeelding aan de macht. Met verbeelding werd dan niet verwaandheid maar fantasie bedoeld.

In 1968 deed hij samen met Hanny Michaelis, de dichteres, het secretariaat van de Amsterdamse Kunstraad, een adviesorgaan voor de gemeente. 'Kunstbeleid', zegt hij, 'dat is eigenlijk een contradictio in terminis. Want je hebt kunst en je hebt beleid en die twee dingen verdragen elkaar slecht.'

Niettemin: dat verlangen naar vernieuwing, die schreeuw om verandering. 'Het elan van die tijd', zegt hij. 'Ik houd nog altijd staande dat het een unieke periode in het Nederlandse kunstleven is geweest.'

De Nederlandse Comedie werd bekogeld met tomaten, de muziekwereld opengebroken met notenkrakers, het Stedelijk Museum bezet door beeldend kunstenaars. Han Lammers op het stadhuis, nachtelijke vergaderingen in de Schouwburg. Hoe minder slaap je nodig had, hoe meer je kon beleven.

'Róókte je?' vraag ik.

'Twee pakjes Gauloises per dag. En daar pluk ik nu de vruchten van. Maar als je wiet bedoelt: nee. Ik was al getrouwd - mijn vrouw is in '96 overleden. Wij hadden al drie zoons, die natuurlijk keurig anti-autoritair werden opgevoed - dat wel.'

'Heb je zelf tomaten gegooid?'

'Nee. Ik zat toch aan de kant van het beleid, de nétte kant zal ik maar zeggen. Ik zat náást iemand die tomaten gooide.'

'Hebben we geen mensen onrecht gedaan?'

'Han Bentz van den Berg is eraan onderdoor gegaan, Guus Oster ook. Ik voel me niet schuldig, wel medeverantwoordelijk.'

'En wat is er bereikt?'

'Dat het aanbod in de kunsten enorm is uitgebreid, zowel in de richting van de avant-garde als van bijvoorbeeld het volkstoneel. De musicals van Van den Ende, denk erover zoals je wilt, maar het is mooi dat ze er zijn.'

'Maar is', vraag ik, 'de ene elite niet domweg vervangen door een andere?'

'Zeker', zegt hij. 'Maar dan wel door een veel leukere elite, en een veel bredere ook.'

Van '73 tot '86 was hij directeur van de STA, een facilitair bedrijf voor het gesubsidieerde toneel. Een hondenbaan voor hem, gedwongen winkelnering voor de vier Amsterdamse theatergezelschappen.

'Op een gegeven moment', zegt hij, 'gold het als absoluut onfatsoenlijk om een volle zaal te hebben. Met die opvatting heb ik radicaal gebroken toen ik naar Arnhem ging. Toen heb ik me voorgenomen: er moeten niet minder mensen in de zaal zitten dan er op het toneel staan.'

Van '86 tot '96 dus directeur van de Arnhemse Schouwburg, benoemd door de gemeenteraad. 'Raadsleden', zegt hij, 'zijn bij uitstek ongeschikt om schouwburgdirecteuren aan te nemen. Vandaar dat er zo verschrikkelijk veel slechte schouwburgdirecteuren zijn in Nederland.'

'Wat was je opdracht?'

'Om een representatieve doorsnede van het Nederlandse theateraanbod te laten zien, met een licht accent op Arnhemse gezelschappen - toneelgroep Theater bestond toen nog.'

'En hoeveel mocht dat kosten?'

'Ik mocht jaarlijks 450.000 gulden meer uitgeven dan er aan recettes binnenkwam. Dat was niet slecht.'

'En dat is gelukt?'

'Eén keer heb ik zelfs 1500 gulden overgehouden. Kijk, er komt altijd wel iemand naar je toe met het advies: als je altijd André van Duin doet, heb je altijd een volle zaal. Maar dan verkijken ze zich op de enorme gages die je moet betalen. Juist op dat soort producties leg je zwaar geld toe. Eigenlijk moet een stoel dan 75 gulden kosten.'

Goed, de artistieke kant van zo'n bedrijf. Hij heeft, zegt hij, de uitgangspunten van de jaren '60 nooit verloochend. De verbeelding bleef aan de macht. Internationaal repertoire in de Arnhemse Schouwburg, vooral dansvoorstellingen en opera's.

'Je hebt', zegt hij, 'toch echt een missie. Schouwburg en theater zijn toch echt plekken waar een goede smaak zich kan manifesteren, en ja, dan bepaal ík wat goede smaak is.'

'Muziek', zeg ik. 'Van wat voor muziek hield je?'

'Ik zat niet in de popscene.'

'Geen Stones.'

'Dylan, een beetje, Beatles een beetje. Nee, Bartók, Janácek, muziek waarin muziek binnenstebuiten werd gekeerd, wat een verrijking dat was.'

'En nu?'

'Helemaal terug bij Mozart', zegt hij. 'Ik zit op mijn hometrainer bij de pianoconcerten van Mozart, 27 maal drie delen, dat maakt 81 tochtjes en dan weer van vorenafaan.'

Of Bach, als je echt wilt luisteren. Of Haydn, de strijkkwartetten.

'Wat ik nou precies met me meedraag', herneemt hij, 'dat weet ik niet. Het moet iets te maken hebben met je vroegste opvoeding. Die hang om de wereld tot een betere plek te maken om te wonen. Dan heb je drie mogelijkheden: politiek, wetenschap of kunst. Voor de politiek was ik niet ambitieus genoeg, voor de wetenschap te dom, dus er bleef maar één ding over.'

En: ' Ik heb leuke dingen gedaan, waarin ik veel van mijzelf kwijt kon.'

'Wat ouder' is een serie gesprekken met mensen van zeventig