'Hier kweken we kinderen vol haat'

Asielzoekers moeten vaak verhuizen omdat opvangcentra worden gesloten. De kinderen hebben daar ernstig onder te lijden, vindt de GGD. 'Ze durven geen vriendjes meer te maken.'

Nasim (11) verhuisde recent van Almere naar een asielzoekerscentrum in Zwolle. Dit gaat per 1 augustus dicht. Foto Herman Engbers Zwolle, 3-6-2006 Nasim woont met haar ouders op een kamer in het Zwolse AZC. Ze zit op haar ouderlijk bed, Haar bed zit daarboven. Haar zeventien jarige broer heeft een eigen slaapkamertje en wil niet op de foto. de ouders willen onherkenbaar blijven uit angst voor gevolgen voor familie. foto: Herman Engbers
Nasim (11) verhuisde recent van Almere naar een asielzoekerscentrum in Zwolle. Dit gaat per 1 augustus dicht. Foto Herman Engbers Zwolle, 3-6-2006 Nasim woont met haar ouders op een kamer in het Zwolse AZC. Ze zit op haar ouderlijk bed, Haar bed zit daarboven. Haar zeventien jarige broer heeft een eigen slaapkamertje en wil niet op de foto. de ouders willen onherkenbaar blijven uit angst voor gevolgen voor familie. foto: Herman Engbers Engbers, Herman

Nasim (11) laat haar nieuwe school zien. De school ligt aan de rand van een nieuwbouwwijk in Zwolle, tien minuten lopen van het asielzoekerscentrum waar ze woont. Ze wijst het raam van haar klas aan op de eerste verdieping. De directeur heet Geert, zegt ze. Vriendinnen heeft ze nog niet. Een paar maanden geleden woonde ze nog in Almere. Nasim, haar vader Hasan, haar moeder Parvin en broer Pajam (17) moesten verhuizen omdat het asielzoekerscentrum in Almere ging sluiten.

Het was niet de eerste verhuizing. Sinds ze op zesjarige leeftijd uit Iran naar Nederland kwam, is ze vijf keer verhuisd. Haar vader, journalist, was twee jaar eerder naar Nederland gevlucht vanwege 'de gelovige oorlog'. Oorspronkelijk komen hij en zijn vrouw uit Irak. De geheime dienst zat achter hem aan, zegt hij. 'Ik was altijd bang.'

Verhuizen is dagelijkse realiteit voor asielzoekers die nu in de centra wonen. Door het strengere asielbeleid, ingezet met de nieuwe vreemdelingenwet in 2001, komen er minder asielzoekers naar Nederland en worden asielaanvragen sneller afgehandeld. Daardoor raakten de afgelopen drie jaar de centra snel leger. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), dat verantwoordelijk is voor de opvang, sluit een centrum als de bezetting onder de 95 procent duikt. Dat is de afspraak met het ministerie van Justitie. Openhouden is dan te duur.

Asielzoekerskinderen hebben ernstig te lijden onder de vele verhuizingen waar zij mee te maken krijgen, schrijft Trudy Prins, directeur van GGD Nederland in een brief aan de directeur van het COA. Zij moeten vaak meerdere keren per jaar van school en omgeving wisselen en lopen daardoor het risico in een isolement te raken. Volgens Trudy Prins maken de verpleegkundigen en artsen van de medische opvang asielzoekers (MOA), die onder de GGD vallen, zich ernstig zorgen.

Zoals Kitty van Elst. Tot voor kort werkte ze als verpleegkundige in het centrum in Almere dat eind april sloot. Nu werkt ze in Dronten. MOA-medewerkers houden toezicht op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de asielzoekers. 'Voor kinderen is een verhuizing ontwrichtend', zegt Van Elst. Zeker voor deze kwetsbare kinderen. Acht of tien verhuizingen in een paar jaar is geen uitzondering. 'Telkens opnieuw moeten kinderen afscheid nemen van vriendjes en vriendinnetjes, van de juf, van de sportclub, van de omgeving.' Ze merkt het zelf en hoort het van collega's; kinderen worden apathisch, ze worden depressief of ze worden hyperactief. 'Ze durven geen vriendjes meer te maken omdat ze weten dat ze straks toch weer weggaan.'

Nasim liet haar twee beste vriendinnen achter in Almere, vertelt ze op de kleine kamer (vier bij vier) waar ze samen met haar ouders woont en slaapt. Ze zit op het bed van haar ouders, zij slaapt in het eenpersoonsbed erboven. Haar vader zit op een keukenstoel. Het ergst mist Nasim haar zwemclub. In Almere zat ze op wedstrijdzwemmen. 'Ik hou zo van zwemmen', zegt ze, 'ik vind zwemmen het leukste dat er is. En ik ben er heel goed in.' In Zwolle ging haar vader meteen op zoek naar een nieuwe zwemclub, maar Nasim wilde niet. 'Kom op meisje, gewoon gaan', zei haar vader. Nu traint Nasim in Zwolle.

Het asielbeleid in Nederland is volgens minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) sober maar humaan, zegt Kitty van Elst. 'Maar ik vind het niet meer menselijk. De ellende, stress en psychische nood die ik dagelijks zie, daar kan ik mijn ogen niet voor sluiten.' Sinds 2003 maakt ze zich al zorgen om de situatie. Sindsdien benadert ze leidinggevenden zowel binnen het COA als de Medische Opvang. Ze vond geen gehoor. Wel bij collega's. Ze laat stapels uitgeprinte brieven en e-mails zien.

'Ik ben boos', mailt een verpleegkundige. 'En ik schaam mij kapot dat wij als ontwikkelde samenleving zo met mensen omgaan. Ik word geconfronteerd met de funeste gevolgen van de langlopende procedures, van de gedwongen verhuizingen, van het gebrek aan privacy.'

Een verpleegkundige uit het centrum in Hellevoetsluis vertelt hoe bewoners, leraren, artsen en wethouders probeerden om de sluiting uit te stellen tot het einde van het schooljaar. Het lukte niet. Hij schrijft over een meisje van 12 dat hij huilend binnenkreeg op de inloop. Ze zou gaan verhuizen, voor de derde keer dat jaar. Een verpleegkundige uit Noord-Nederland schrijft over het trauma van de vele verhuizingen, bovenop het trauma dat ze vaak hebben opgelopen in het land van herkomst. 'Gevolg: psychosomatische klachten; opnieuw bedplassen, nachtmerries, opvoedingsproblemen. Bij pubers: onverschilligheid, weinig tot geen zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld. Het brengt de kinderen veel stress!! Bij een grote groep is de elasticiteit om de overplaatsing te verwerken niet meer aanwezig.'

De meeste brievenschrijvers willen anoniem blijven. Bij het COA en de MOA wordt het niet op prijs gesteld als mensen met hun zorgen naar buiten treden, zegt Kitty van Elst. Ze hoorde verhalen over sancties tegen medewerkers die dat wel deden. 'Ze zijn bang hun baan te verliezen.' Ze begrijpt de angst. 'Maar als iedereen zo denkt, gebeurt er niets.' Bovendien, zegt ze, 'ik heb mijn beroepscode. Die stelt dat je misstanden niet mág verzwijgen maar moet melden.'

In het asielzoekerscentrum in Zwolle vinden twee verpleegkundigen dat ook. Ze worden met de dag bozer, zeggen ze. 'Asielzoekerskinderen hebben twee veilige plekken: hun bed en hun school. Dát wordt hun afgepakt, telkens opnieuw.' Maar er is meer dat hun dwars zit: volgens de regels van de COA delen vier mensen een kamer. 'Dus twee ouders met een kind krijgen er een vreemde volwassene bij.' De kinderen raken beschadigd en gefrustreerd. Ze hebben het gevoel dat kinderen 'vol haat' worden gekweekt. 'Ik ben bang dat hier de terroristen van de toekomst rondlopen.'

De eerste maand in Zwolle ging Nasim niet naar school. De nieuwe bewoners blijven maar enkele maanden. Het asielzoekerscentrum moet per 1 augustus 2006 leeg zijn. Van Elst: 'Dat vind ik nou een voorbeeld van hoe schrijnend de situatie is: verhuizen naar een centrum dat binnen vier maanden ook sluit.' Het plan was, vertelt vader Hasan, om alle kinderen van 4 tot 18 jaar in één schoolklas te plaatsen. Hij springt op. 'Dat is toch niks. Dat wilde ik niet. Ik wil een goede toekomst voor mijn dochter.' Hij stapte naar de dichtstbijzijnde basisschool en smeekte de directeur zijn dochter toe te laten. Die was daar niet happig op. Hasan: 'Ik zei: Ik kan vegen, ik kan schoonmaken.' Uiteindelijk mocht Nasim komen. Zonder dat haar vader er klusjes voor moest doen.

Voor haar broer Pajam was dat anders. Hij zat op het moment van de verhuizing in de examenklas van het vmbo en kon niet overstappen. Dus stond hij een paar maanden lang om vijf uur op om de school in Almere af te kunnen maken. Nu heeft hij vakantie. Na de vakantie wil hij naar het ROC in Almere. Daar heeft hij zich ingeschreven. 'Ik hoop dat ik terugkan naar Almere als Zwolle dichtgaat.' Hoe dan? Het centrum in Almere is toch ook dicht? Pajam zwijgt.

Ik heb met mijn vrouw rondgewandeld in de buurt, zegt Hasan. 'Je ziet de mensen in hun tuintjes. Wij hadden vroeger ook een huis met een tuintje. Nu hebben we één kamer.' Hij hapert. Veegt een traan weg. 'Ik heb het gevoel dat we onzichtbaar zijn. Dat niemand ons kent. Dat we eigenlijk niet bestaan.'

Nasim had laatst een droom. Haar ouders hadden samen een zwembad. Haar vader was de baas, haar moeder knipte de kaartjes en maakte tosti's. Haar broer was de beveiliger. En Nasim? Nasim zwom. 'De sterren van de hemel.'