‘Robben kan het echt niet in z’n eentje doen hier’

Arjen Robben was de beste man van Oranje. Robin van Persie uitte echter kritiek op zijn collega. „Hij moet niet vergeten dat we met z’n allen spelen.”

Je houdt van Arjen Robben of je hebt een hekel aan hem. Het Oranjelegioen sloot de 22-jarige aanvaller, die gisteren met een doelpunt het Nederlands elftal in Leipzig tegen Servië en Montenegro de winst bezorgde, in de armen. Bondscoach Marco van Basten prees het optreden van zijn linksbuiten. De Servische bondscoach Ilija Petkovic vergeleek Robben zelfs met de Braziliaanse sterspeler Ronaldinho.

Toch was niet iedereen vol lof over het spel van de nummer elf van het Nederlands elftal. Aanvaller Robin van Persie uitte na afloop kritiek op het bij vlagen egoïstische spel van zijn collega. „Natuurlijk had Robben vandaag een paar leuke acties, maar hij moet niet vergeten dat we met z’n allen spelen. Dat moet hij goed in de gaten houden. We spelen hier misschien nog zes wedstrijden. Dat kan hij echt niet in zijn eentje doen”, stelde de rechteraanvaller in het WK-stadion.

In vergelijking met de voorbije reeks oefenduels was het tegen Servië en Montenegro niet Van Persie die uitgroeide tot ‘Man van de wedstrijd’, maar Robben. De linksbuiten had het publiek al met enkele acties in vervoering gebracht toen Van Persie in de dertiende minuut pas voor het eerst een bal raakte. Met zijn tweede balcontact zette hij vier minuten later Robben alleen voor de doelman. De twee buitenspelers vielen elkaar na het eerste Oranje-doelpunt op het WK aan de zijkant van het veld in de armen. Maar naarmate het duel vorderde, begon Van Persie zich steeds vaker te ergeren aan de ‘Arjen Robben show’.

Robben had in de voorbereiding op het WK in oefenwedstrijden tegen Kameroen en Australië een fletse indruk gemaakt. Een deel van de aanhang ergerde zich aan zijn fopduiken en zijn wegwerpgebaren naar de scheidsrechter. Guus Hiddink, zijn oud-coach bij PSV, sprak hem in het verleden aan op zijn soms onsportieve gedrag. En in Engeland is Robben door zijn Schwalbes gehaat bij de tegenstanders van Chelsea.

Als Robben in goede vorm steekt, laat hij zich van een heel andere kant zien. Vlak voor zijn doelpunt tegen Servië en Montenegro trok verdediger Goran Gavrancic hem opzichtig aan zijn shirt, maar in plaats van zich te laten vallen zette Robben door en scoorde. De oud-speler van FC Groningen en PSV behield zijn dreiging de hele wedstrijd. Steeds weer zocht hij het duel met zijn opponenten op. Het leidde in de veertigste minuut tot de wissel van zijn directe tegenstander Predrag Djordjevic. Ook diens vervanger Igor Duljaj kreeg geen vat op zijn snelle dribbels.

Het beeld van de eerste helft zette zich ook na rust door. Robben was het aanspeelpunt in de voorhoede en kreeg keer op keer de bal aangespeeld. Dit soms tot frustratie van rechtsbuiten Van Persie die zijn collega verweet weinig oog te hebben voor anderen. Als de bal eenmaal voor de voetbalschoenen van Robben lag, zocht hij zijn eigen weg naar het doel. Een paar keer voerde de linkspoot zijn acties te ver door of schoot hij op het doel, waar een pass naar een medespeler meer voor de hand had gelegen. Aan het begin van zijn loopbaan stelde Hiddink ook meer dan eens dat Robben de neiging had zijn acties te ver door te voeren.

Van Persie, die zei „respect te hebben voor de speelwijze van Robben”, waarschuwde zijn collega-aanvaller dat hij de komende duels andere oplossingen moet bedenken. „Arjen maakt keuzes die misschien goed voor hem zijn, maar niet voor het team. Als we straks tegen heel goede landen spelen is dat nog belangrijker. Stel dat je maar één kans krijgt en je maakt de verkeerde keuze? We hebben daar al veel over gepraat. Iedereen kent zijn taak.”

Robben leek zich na afloop van geen kwaad bewust. Zwaaiend met zijn armen vierde hij samen met de duizenden Nederlanders in Leipzig de zege. Hij werd uitgeroepen tot ‘Man van de wedstrijd’ en moest na afloop voor de internationale media zijn verhaal doen. De voetballer bleef nuchter onder alle complimenten. „Het is niet belangrijk dat ik een beker win omdat ik goed gespeeld heb. Het gaat erom dat we als team die beker winnen. Daaraan wil ik mijn bijdrage leveren.” Even verderop – uit het zicht van Robben – trok Van Persie dat laatste juist in twijfel.