Karakus rijdt altijd voorop

De glimlach, de opgewektheid, de charme. PvdA’er Hamit Karakus, oud-agent en ex-makelaar, maakte in Rotterdam indruk in

de eerste weken van zijn wethouderschap. Hij zal zijn oude makelaarskantoor in zijn nieuwe functie nog vaak tegenkomen.

Hamit Karakus kent de woningmarkt in Rotterdam goed. „Dat zal het moeilijk maken om ongenuanceerde beslissingen te nemen.” Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Hamit KARAKUS,wethouder Wonen & Ruimtelijke Ordening Gemeente Rotterdam .foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 7 juni 2006
Hamit Karakus kent de woningmarkt in Rotterdam goed. „Dat zal het moeilijk maken om ongenuanceerde beslissingen te nemen.” Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Hamit KARAKUS,wethouder Wonen & Ruimtelijke Ordening Gemeente Rotterdam .foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 7 juni 2006 Mentzel, Vincent

‘En dit is onze vrolijkste kandidaat.” Met die woorden introduceerde PvdA-fractievoorzitter Peter van Heemst een van de drie beoogde wethouders voor de PvdA in het nieuwe gemeentebestuur van Rotterdam. Tijdens die bijeenkomst in een restaurant in de Afrikaanderwijk, een maand geleden, hoorden veel aanwezigen een naam die ze nog niet eerder hadden gehoord. Hamit Karakus was de grote onbekende in het nieuwe college van PvdA, CDA, VVD en GroenLinks. Ook voor de stad zelf: de gemeentelijke woordvoerder moest ter plekke het persbericht corrigeren: Hamit is met een t, niet met een d.

Karakus maakte de introductie van Van Heemst meteen waar. Breed glimlachend stapte hij naar voren, en vertelde dat hij als Turkse jongen in Steenwijk had gewoond. Dat hij daar zelfs op klompen had rondgelopen. Vervolgens ging hij uitgebreid in op zijn portefeuille, Wonen en Ruimtelijke Ordening. Dit was een man die het leuk vindt om het publiek te vermaken. Met zijn laconieke terzijde voor de onrustig wordende organisatoren – „ik mag langer praten, want ik ben de onbekende” – kreeg hij de lachers op zijn hand. Hij sloot af met een compliment voor zijn voorganger Marco Pastors en met wat nu al zijn motto is geworden: „Bouwen is leuk, wonen kan nog veel beter.”

De glimlach, de opgewektheid, de charme. Niemand ontkomt er aan bij een eerste ontmoeting met Karakus. Ook zijn vriend Osman Kömbe, waar hij een paar keer per week een biertje mee drinkt, niet. „Eigenlijk moet een vrouw dat zeggen, maar ik zie natuurlijk dat hij heel charmant is.” Vrouwelijke medewerkers op het Rotterdamse stadhuis spreken voorzichtig over een gelijkenis met acteur George Clooney. Hij houdt van een goede sfeer en is communicatief zeer vaardig, zegt Jeroen Jenné, directeur van Atta Makelaars, waar Karakus tot voor kort adjunct-directeur was. Hij blijft dicht bij zichzelf, is altijd naturel, volgens Ocker van Munster, voorzitter van de Rotterdamse PvdA. Het zijn eigenschappen die zeker zullen hebben meegespeeld bij de PvdA-selectie van de makelaar als wethouder.

Het was een verrassende keuze. Anders dan zijn twee PvdA-collega’s, Dominic Schrijer en Jantine Kriens, heeft Karakus weinig politieke ervaring. De laatste drie jaar was hij vice-voorzitter van de Rotterdamse afdeling van de PvdA. Vrienden en collega’s wisten van zijn maatschappelijke betrokkenheid, maar niet van zijn politieke ambities. Achteraf waren er aanwijzingen, constateert vriend Osman Kömbe, projectontwikkelaar in Dordrecht en omgeving. „In februari is Hamit begonnen met een wijnproefcursus. Nu begrijp ik waarom. Als wethouder moet je op al die recepties over koetjes en kalfjes kunnen praten en wijn is dan een heel geschikt onderwerp. Hamit is altijd bezig om zijn kennis te verrijken, hij wil dingen leren waar hij iets mee kan.”

Twee keer maakte Karakus een carrièreswitch. Voordat hij aantrad bij Atta Makelaars, werkte hij tien jaar bij de politie. Agent, makelaar, wethouder. De lijn die in die loopbaan zit, is er vooral een van ambitie. Steeds iets nieuws leren waar je mee verder kunt. Een zoon van een Turkse gastarbeider die hogerop wil, kan niet zonder die ambitie.

Kirsehir ligt middenin Turkije. De stad is beroemd vanwege de muzikanten, traditionele muziek waar Karakus gek op is. Het gezin woonde op het platteland rond de stad, de ouders waren boeren. Ze kregen twee dochters en drie zonen, Hamit is de oudste zoon. Eind jaren zestig vertrok zijn vader naar ‘Almanya’, Turks voor Duitsland maar toen vooral de bijna mythische aanduiding voor heel Noord-Europa. Het geheimzinnige oord waar alle vaders naar toe gingen.

Via Wenen belandde hij in Nederland, omdat een vriend hier werkte. Hij kreeg werk in tapijtfabriek Verto, eerst in Maassluis, daarna in Steenwijk. Karakus: „Ook al waren het vreselijke omstandigheden, voor mijn vader zijn het goede herinneringen. Ze wisten niet beter, en die mannen onderling hadden het gezellig.”

Thuis in Turkije was Hamit de man in huis. Nog steeds is hij de leider binnen het gezin, zegt zijn jongste broer Metin, 25 jaar en financieel adviseur. De twee broers zijn hecht: toen hun ouders in 1992 remigreerden naar Turkije, ging Metin bij het gezin van Hamit wonen. Nu zijn ze buren aan de Laan van Zuid, de uit niets opgetrokken allee op de Kop van Zuid. Metin: „Als ik een belangrijke keuze moet maken, overleg ik altijd met Hamit. Mijn zussen doen dat ook. Als we met z’n allen naar Turkije rijden, rijdt hij voorop. Hij houdt zelf ook van die leidersrol. Als er iets is: bel Hamit. Hij is de 112 van onze familie.”

In 1973 kwam het gezin naar Nederland. Voor de achtjarige Hamit was het spannend om naar ‘Almanya’ te gaan, ook omdat zijn opa vertelde dat ze in Europa zeep uit mensenbotten maken. Het gezin was een attractie in Steenwijk, ze waren de eersten die in het kader van gezinshereniging arriveerden.

Leren met je hoofd was niet nodig, vonden Hamits ouders, want ze zouden toch teruggaan naar Turkije. Iets met je handen, dat is nuttig. Dus mocht de zoon tot ongenoegen van de schooldirecteur niet naar de havo en werd het metaalbewerking op een lbo c-school. ’s Avonds volgde hij Nederlandse les, na schooltijd vrijwilligerswerk in buurthuizen. „Ik wilde een ingang creëren in de Nederlandse gemeenschap.” Hij ging meer om met Nederlandse dan Turkse jongens. Hij deed wat Nederlandse jongens in de provincie doen: aan auto’s sleutelen bij de boer, op een Puch door het weiland crossen, in het weekend naar een concert van Normaal.

Zonder Nederlandse nationaliteit werd hij geweigerd bij de marine. Naar de politieopleiding kon wel, als een van de eerste allochtonen, als hij tijdens de opleiding Nederlander zou worden. Voor Karakus was het een kans om door te leren. Een paar jaar geleden heeft hij afstand gedaan van de Turkse nationaliteit, om te ontkomen aan de dienstplicht. „Het was een formele handeling bij het consulaat, zonder emotionele lading.”

Bij de politie heeft hij voordeel van zijn Turkse achtergrond. In Steenwijk zijn ze trots dat een allochtoon de opleiding volgt, en mag hij in de weekends meelopen. Later, in Rotterdam, werkt hij als tolk en adviseur, en wordt hij ingeschakeld bij landelijke onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit door Turken. De voorkeursbehandeling had hij niet alleen aan zijn Turkse expertise te danken, volgens Karakus. „Ik ga op dingen af, ik accepteer nooit nee.” Wel geeft hij af en toe lezingen voor Turkse gezelschappen, samen met zijn vriend Kömbe. Ze worden gevraagd omdat ze maatschappelijk geslaagd zijn, omdat ze kunnen fungeren als rolmodel. Kömbe: „Hamit is een pionier en een voorbeeld, maar hij staat met beide benen op de grond. Ik geloof niet dat hij zich heel erg bewust is van zijn voorbeeldfunctie.”

Atta van Westreenen is oprichter en eigenaar van Atta Makelaars. Een specialisme van het kantoor is het adviseren van projectontwikkelaars en woningcorporaties die ergens nieuwe woningen willen bouwen. Atta adviseert over de marktwaarde van de locatie, te vragen woningprijzen, mogelijke kopers. Als een project doorgaat, doen ze ook vaak de verkoop van de woningen. In Rotterdam is het kantoor op dit moment betrokken bij 32 ambitieuze nieuwbouwprojecten, veelal in achterstandswijken.

Midden jaren negentig ontdekte Van Westreenen dat Turken steeds meer woningen gingen kopen. De tweede en derde generatie was bereid om hier te gaan investeren, ze dachten niet meer aan teruggaan. „Ik zocht een bemiddelaar tussen ons kantoor en Turkse kopers. Via via ontmoette ik Hamit. Het klikte meteen. Voor ons allebei begint integratie bij wonen.”

Na twee maanden gingen Van Westreenen en Karakus samen naar Istanbul om elkaar beter te leren kennen. Dat lukte, ze zijn nu „vrienden voor het leven”. ,,Wij kunnen 24 uur bomen in een café in Oost-Groningen. Eindeloze discussies over hoe je slechte woonsituaties voor alle betrokkenen kunt verbeteren. We hadden ergens overlast van daklozen die rondhingen. Hamit zette er een koek- en zopietent neer, gerund door die daklozen. Toen de bewoners die mensen leerden kennen, hadden ze er vrede mee.”

Karakus legde zich toe op ‘binnenstedelijke ontwikkeling’: bestaande buurten opknappen, in plaats van nieuwe buurten bouwen aan de rand van de stad. Woningen verkopen in een Vinexwijk is veel minder riskant voor een commercieel bedrijf. Voor de Millinxbuurt op Rotterdam-Zuid, berucht als no-go area, kwamen aangepaste financieringsconstructies en familiewoningen, waar verschillende generaties samen kunnen wonen. Karakus leidde potentiële kopers rond, en probeerde ze te overtuigen van de omslag die de buurt zou gaan maken. Die omslag is er gekomen.

Commercieel denken en maatschappelijke betrokkenheid gaan bij Atta Makelaars hand in hand. Wellicht gaat het laatste ten koste van het eerste, want het bedrijf stond er financieel slecht voor. In 2004 waren de schulden hoger dan de bezittingen. Helemaal niet erg, volgens de financieel directeur, want de overkoepelende holding Wesbloro haalde wel een positief resultaat. Volgens Karakus halen makelaars normaal een rendement van tien à twaalf procent, bij Atta is dat vijf zes procent. „Dat is het idealisme van Van Westreenen.” Het idealisme van Karakus kan blijken uit zijn „substantiële” inkomensdaling door de overstap van Atta naar stadhuis.

Idealistisch of niet, de overstap is opmerkelijk. Als adjunct-directeur van Atta Makelaars had Karakus dagelijks te maken met ontwikkelaars en corporaties die plannen willen uitvoeren in Rotterdam. Als wethouder Wonen en Ruimtelijke Ordening zit hij, nu met een publiek belang, met dezelfde mensen rond de tafel. Zijn specialisme bij Atta neemt hij mee: de komende vier jaar ligt het accent op binnenstedelijke ontwikkeling, niet op Vinexwijken, heeft Karakus al aangekondigd. Hij beschouwt de ontwikkeling van Katendrecht en Parkstad, allebei op Zuid, als zijn twee spannendste uitdagingen de komende twee jaar. Vooral bij Katendrecht is Atta volop betrokken.

Zelf ziet Karakus geen enkel probleem. „Bij Atta had ik geen rechtstreeks contact met de gemeente of het het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam. Atta brengt een advies uit en de gemeente en de ontwikkelaar beslissen of het doorgaat. Het is toch mooi als ik zo meteen de eerste paal kan slaan voor een project waarbij ik aan de wieg heb gestaan? Gun me dat nou!” Volgens Atta-directeur Jeroen Jenné is er niet met Karakus gesproken over het vermijden van belangenverstrengeling. „Dat was niet nodig, want de gemeente is nooit onze opdrachtgever.” Bevoordeling van Atta is volgens Jenné uitgesloten. „Eerder het omgekeerde, omdat hij elke schijn wil vermijden. Bovendien zal de concurrentie ons scherp in de gaten houden.”

Karakus heeft „buitengewoon veel kennis van de markt”, zegt Karel van Berk, directeur vastgoedontwikkeling van woningcorporatie De Nieuwe Unie. „Dat zal het af en toe moeilijk maken om ongenuanceerde beslissingen te nemen. Hij wordt gehinderd door zijn kennis.” Van Berk noemt een voorbeeld. Gemeente en corporaties onderhandelen over de zogenoemde residuele grondwaarde, het bedrag dat de corporatie moet neerleggen voor een stuk grond. De gemeente gaat zo hoog mogelijk zitten, de corporatie zo laag mogelijk. „Ik voorzie dat Karakus eerder een reëel bedrag accepteert omdat hij de markt kent. Dat is in het nadeel van de gemeente.” Maar in algemene zin, benadrukt Van Berk, heeft Karakus meer voordeel dan nadeel van zijn makelaarsexpertise.

Alleen anoniem wil een Rotterdamse PvdA’er zeggen dat Karakus maatregelen moet nemen tegen belangenverstrengeling. Bij onderwerpen die met Atta te maken hebben, moet hij dat in B en W aan de orde stellen, en onderhandelingen overlaten aan ambtenaren. Als dat inderdaad de procedure wordt, kan Karakus geregeld een blokje om gaan lopen. Veel makelaars staan niet te popelen om nieuwbouwprojecten in slechte wijken in portefeuille te nemen, en Atta doet dat wel. Bij drie van de vier onlangs door de gemeente aangewezen ‘hotspots’ – probleemgebieden waar woningen worden gerenoveerd – kunnen geïnteresseerden terecht bij Atta.

Zijn functie is niet wezenlijk veranderd, zegt corporatiedirecteur Van Berk. Als makelaar moest hij partijen bij elkaar brengen, als wethouder ook. En die rol is Karakus, dankzij zijn sociale vaardigheden, op het lijf geschreven. Dat vindt hij zelf ook: „Die schakelfunctie past bij mijn karakter. Ik wil andere mensen in beweging brengen.”