Westerse welvaartskinderen mediteren in Auroville, India

Toeristen zijn welkom, maar moeten meewerken. Nog altijd gelden er hippie-idealen in Auroville in India, hoort Lex Veldhoen

Als je het geluk hebt een bezoekerspas te bemachtigen, mag je 's middags om vijf uur mediteren in een hoge, witmarmeren ruimte, boven in het Matrimandir, ziel en tevens centrum van Auroville. Middenin staat op een gouden onderstel het grootste kristal ter wereld, zo wordt beweerd: een diameter van zeventig centimeter. Via een zich op de zon richtende spiegel in het dak wordt het bolrond geslepen kristal verlicht. In de koepelzaal mediteren mensen in lotuszit op witte kussens met aan een ieder ter beschikking gestelde witte sokjes aan hun voeten.

De internationale gemeenschap Auroville ligt aan de zuidoostkust van India, zes kilometer van de voormalig Franse kolonie Pondicherry. In 1926 richtte Sri Aurobindi er samen met de Franse Blanche Rachel Mirra Alfassa een ashram op, met yoga en moderne wetenschap als uitgangspunt. Vijf jaar voor haar dood in 1973 stichtte Blanche - 'The Mother' - Auroville: een internationale stad, waar mensen uit allerlei landen en culturen, boven politiek en rassenverschil verheven, als wereldburgers vreedzaam zouden samenleven. Bij de openingsceremonie brachten de Indiase president en vertegenwoordigers van 124 naties in één urn aarde uit hun land samen.

Toen ik vijfentwintig jaar geleden Auroville bezocht, torende het half afgebouwde Matrimandir als betonnen skelet - een bolvorm van enkele tientallen meters hoog - megalomaan uit boven een dorre vlakte. Bekleed met gouden schalen heeft het nu iets ongenaakbaars, meer Spaceship Earth dan een humaan bouwwerk voor innerlijke verrijking. De gated communities, met elk zo'n tien huizen en namen als 'Prosperity', zijn deels gebouwd volgens een experimentele architectuur, zoals villa's met gewelfde, champignonachtige vormen in Auromodele. Momenteel wonen er 2.000 mensen uit ruim dertig landen samen, verdeeld over een twintigtal nederzettingen, waarbinnen gewerkt wordt aan alternatieve technologie, landbouw, bosbouw, computer research, dorpsindustrie en geweven textiel. De gouden stad wordt gedomineerd door diehard hippies, die zich hier twintig jaar geleden vestigden; mannen met inmiddels wit, lang haar en baarden, vrouwen gehuld in hesjes en wijde broeken, gemaakt van kleurige Indiase stoffen.

Walter Gastmans, zeventiger, woont al 26 jaar in Auroville. Voor die tijd was hij inkoper voor een Belgische wegenbouwer. Zijn kinderen zijn hier getrouwd en wonen in de internationale 'stad'. Walter is een autodidactisch botanicus. Financieel gesteund door de Europese Unie werkt hij sinds 1994 aan een herbarium. Hij wordt regelmatig geraadpleegd door biologen en de collectie wordt momenteel via internet openbaar gemaakt. Via Walter word ik ondergebracht bij Grace, dertiger, dochter van een Nederlandse moeder en een Zwitserse vader. Met haar echtgenoot en zoontje woont ze in nederzetting Douceur. Haar hele leven woont ze al in Auroville. Tussendoor heeft ze een dansopleiding in Utrecht gevolgd. Ze geeft nu dans- en schilderles. In de tuin van haar huis groeien mangobomen, bamboestruiken en lila, rode, donkergele en witte bougainville.

NEOKOLONIAAL?

Toeristen worden in Auroville terughoudend ontvangen. Wel is het mogelijk een week te blijven, maar dan wordt verwacht dat je meewerkt. Een groep Duitse politicologiestudenten vertelt dat tijdens een seminar elke vraag over de organisatie en de verhouding met de omgeving met zwijgen werd beantwoord: 'Terwijl we juist kwamen om daar iets over te weten te komen.' Maandelijks verschijnt Auroville Today met nieuws en discussiestukken als 'Wat is the role of Auroville International?'.

Walter vertelt daar zonder terughoudendheid over: 'We kwamen voor het spirituele. In het begin denk je dat het hier allemaal heiligen zijn, maar dat is zeker niet waar. Voor mij zijn mijn oorspronkelijke idealen uitgekomen, maar ik weet niet of je kunt spreken voor het geheel, hoe anderen daar over denken.' In het begin waren er geen wegen en er was geen water, vertelt hij; nu is er elektriciteit, er zijn min of meer goede verbindingen en iedereen heeft een computer. 'Maar het is minder snel gegroeid dan voorzien. 'The Mother' ging uit van 50.000 inwoners.'

Er leven nu 2.000 buitenlanders in Auroville en 15.000 Indiërs in drie omringende, nieuw ontstane dorpen. Veel Indiërs hebben in het kielzog van de Aurolianen bedrijven en winkeltjes opgezet. De Unesco heeft Auroville erkend als model voor een internationale samenleving. 'Er zijn geen wrijvingen met Indiase omwonenden', vertelt Walter. 'Wel tussen Europeanen onderling en tussen Europeanen en Amerikanen. Er is regelmatig een algemene vergadering, waar gemiddeld honderd mensen naar toe komen. Daar worden de beslissingen genomen. Dat is niet makkelijk; hoe meer mensen er bijeen zijn, hoe moeilijker het is. Spijtig genoeg loop je met de harde kern van vijftigers en zestigers het risico dat alles verstart. Maar er komt nu meer jeugd bij. Dat is goed, want er moeten nieuwe ideeën komen, het moet groeien.'

Steeds weer twijfel ik wat ik van het idealistische, spirituele Auroville moet vinden: knap dat ze een dorre vlakte hebben omgetoverd in een ecologische enclave met architectonische experimenten en economische bedrijvigheid; maar het zijn tegelijkertijd Westerse welvaartskinderen die een stukje India hebben 'veroverd', 'die creatieve beroepen beoefenen in een sfeer van ochtendyoga, zon, zee en strand.

Mijn Indiase metgezel zegt relativerend: 'Het heeft iets neokoloniaals. Bij het Matrimandir zag ik alleen Indiase mannen en vrouwen zwaar werk doen in de hete zon. Ik zie uitsluitend blanken op motoren rondrijden.'