Debbie

Nathalie Wouters (17) ziet haar voormalige hartsvriendin fietsen. Best aardig meisje hoor. Maar hoe haar te vermijden?

Nathalie Wouters
Nathalie Wouters

Daar fietst ze, voor me. De legergroene jas met de rode capuchon herken ik uit duizenden. De vijftig meter asfalt die ons scheidt, wordt in een rap tempo kleiner want Gód wat fietst ze langzaam.

Een ding is zeker: naast haar fietsen is wel het laatste waar ik zin in heb. Er zijn twee manieren om iemand te ontwijken tijdens een fietstocht als deze. Bij optie één verlaag je je tempo dusdanig dat er een veilige afstand gecreëerd wordt. Bij optie twee buig je je hoofd naar voren tot je voorhoofd bijna je stuur raakt. Volledig aërodynamisch fiets je zó hard langs de persoon in kwestie heen, dat ze enkel een ondefinieerbare lichtflits zal zien. Onherkenbaar zal je zijn. En daar gaat het om.

Debbie heet ze. Een naam die sowieso al niet bijster veel voor je doet. Debbie is best aardig. Vriendelijk zou je haar zelfs kunnen noemen. Sympathiek ook wel. Debbie en ik waren beste vriendinnen van groep vijf tot en met groep acht. Debbie had een Nintendo en ik een pony, wat in die tijd meer dan voldoende reden was om kettinkjes met hartvormige bedeltjes te kopen waarin 'Best Friends' gegraveerd stond. Na de groep acht-musical vielen we elkaar huilend in de armen. Dat we beiden naar verschillende middelbare scholen gingen, betekende het einde van de wereld, maar natuurlijk niet het einde van onze vriendschap. Onze band was voor eeuwig.

Tegenwoordig heb ik ook een Nintendo en is er buiten enkele gênante foto's om, niet veel meer dat Debbie en mij met elkaar bindt. Het halfuur dat ik nog verwijderd ben van huis met haar doorbrengen, is dan ook niet een van mijn favoriete bezigheden. Ik weet precies hoe het zal gaan. Na een beleefd vragenrondje over thuissituatie, schoolsituatie en verkeringssituatie volgt er een korte stilte. Vervolgens zullen we oude herinneringen ophalen. In onze vaste volgorde. Eerst het zandbakincident, dan het voorval met de gesmolten Tupperware bak in de magnetron en daarna giechelen we om de keer dat we kappertje speelden met de heggenschaar.

Eén keer was een dergelijk gesprek zodanig uit de hand gelopen dat het uitliep op een afspraak. We gingen samen uit, naar een heel hip feest in Amsterdam. Het was volslagen verschrikkelijk, maar omdat dat zonde zou zijn van de twintig euro entree, zeiden we maar dat het best leuk was. Maar voor herhaling vatbaar? Dat zeker niet. Daarom moet ik er nu álles aan doen om een dergelijk gesprek te voorkomen.

Ik kies voor optie twee. Ik buig voorover en trap zo hard ik kan de trappers van mijn geliefde opoefiets in de rondte. In volle vaart nader ik de legergroene jas met de rode capuchon.

Ik ben nog maar enkele meters van mijn voormalige hartsvriendin verwijderd wanneer ze zich plotseling omdraait. Twee ogen die ik nog nooit eerder heb gezien kijken me meewarig aan. 'Is er soms iets mis met je?', zegt het vreemde meisje op arrogante toon. Verbeten fiets ik door.