Begraven schatten

In de loop van de geschiedenis der mensheid hebben overal op aarde oorlogen gewoed. De slimste mensen die meestal ook de rijksten waren, zagen het onheil aankomen en zochten een goed heenkomen. Ze konden niet al hun kostbaarheden meenemen, en hoe slim ze ook mochten zijn, de meesten kwamen op hetzelfde idee: begraven! Voor alle zekerheid tekenden ze een kaart zodat ze in veiliger tijden de schatten meteen konden terugvinden. Maar die tijden lieten lang op zich wachten, de rijkaards keerden niet terug. Zo komt het dat er nog duizenden schatten begraven liggen en dat er ongeveer evenveel geheime kaarten ergens op zolders of in kelders ontdekt moeten worden. Gelooft u het? Hebt u zelf nooit iets begraven, een kaart getekend, met een bijzonder kruis op de bewuste plaats?

Op sommige Griekse eilanden kun je tegenwoordig mensen tegenkomen die je een vergeeld, door vocht aangetast document laten zien. Het is een landkaart, nog juist duidelijk genoeg voor een oriëntatie. In dit geval vertelt de meneer je dat hij deze kaart van een vriend heeft gekregen die hem weer van zijn opa heeft geërfd. Het bijzondere kruis geeft de plaats aan waar deze opa tijdens een Grieks-Turkse oorlog een kist met goudstukken heeft begraven. Hij zou zelf wel willen gaan delven, maar het ontbreekt hem aan de benodigde middelen en hij heeft geen tijd. Vandaar dat hij de kaart wil verkopen. Voor tienduizend euro, goed beschouwd een habbekrats als je beseft tot welk fortuin je toegang krijgt.

Dat meldt de Kathimerini, de slijpsteen voor de Griekse geest. Het is dus betrouwbaar. De kaart wordt verkocht, de nieuwe eigenaar vertrekt naar de begraven schat, die in dit geval ergens in een vallei op Kreta moet liggen. Het blijkt een onherbergzame vlakte omgeven door grimmige bergen te zijn. De eerste verkenning heeft geen resultaat. Maar gelukkig ontmoet de schatgraver 's avonds in een dorpskroeg iemand die in metaaldetectors handelt. Hij heeft toevallig een voordelige aanbieding, een apparaat dat tot vier meter diep zelfs een kopspijker ontdekt, en dat maar tweeduizend euro kost. Meneer boft, want bij iemand anders had hij er tienduizend voor moeten betalen. Met de detector gaat onze vriend de volgende dag weer op zoek. Hoe het afloopt weten we nog niet, hij zoekt verder.

Het tekenen van oude kaarten die de weg wijzen naar begraven schatten en de handel in metaaldetectors heeft zich tot een vertakking van de toeristenindustrie ontwikkeld. Per jaar worden er omstreeks tweeduizend verkocht. De omzet wordt gestimuleerd door geruchten en verhalen over recente ontdekkingen van kisten vol dukaten. Vanzelfsprekend hebben deze bofkonten hun vondst geheim gehouden, maar dit is de zuivere waarheid, daar wil de verteller zijn hand voor in het vuur steken.

Vernuftige oplichterij is altijd interessant. Hoe komt het dat dit opzetje succes heeft? Ten eerste omdat het begraven van schatten tot de oudste en algemeenste tradities hoort. Vroeger werden de doden begraven met alles wat ze in het Nirwana, het Walhalla, de Hemel nodig hadden, en goud hoorde daar natuurlijk bij. Dan bleek veel later bij graafwerk dat de opgestegen ziel het spul had laten liggen. Dat was voor de eerlijke vinder. Verder heeft het begraven en ontdekken van een schat zijn romantische kant. Het is avontuur, een jongensboek. Daarna komt de moderne techniek. Met de metaaldetector komt de schat binnen het bereik van iedereen die zo'n ding kan betalen. En dan verschijnen onvermijdelijk de oplichters die uit al deze elementen hun geloofwaardig verzinsel destilleren.

Toen ik een jaar of tien was, kreeg ik een musket, en later nog een percussiegeweer, voor het mooi, om aan de muur te hangen. Toen kwamen de Duitsers. Wapens moesten worden ingeleverd. Geen sprake van, zei mijn vader. We gaan die dingen begraven. De wapens werden in waterdicht zeildoek gewikkeld, we groeven in de tuin een kuil en daar gingen ze in, tot betere tijden waren aangebroken. Ik tekende een kaart met een bijzonder kruis. Toen kwam de Bevrijding, ik ging verhuizen, ik raakte de kaart kwijt, de geweren werden vergeten. Ergens in een Rotterdamse achtertuin liggen twee wapens, onder een halve meter aarde. Het is werkelijk waar. Ze wachten op de metaaldetector.