www.nrc.nl/leesclub

‘On Beauty’ van Zadie Smith werd deze week bekroond met de grote Britse Orange Prize for Fiction. Het oordeel op de site van de Leesclub was minder unaniem dan dat van de jury:

Na een paar weken en met veel moeite ben ik inmiddels net over de helft beland. Of ik nog de moed kan opvatten om het boek uit te lezen weet ik niet. Waarom is dit? Ik kan eerlijk gezegd maar één reden bedenken: het is een uitermate mager boek. Eerst is er de informele spreektaal die al vrij snel bijzonder gaat irriteren. Het ‘hip en jong’ ligt er zo dik bovenop dat je het bijna niet meer serieus kan nemen. Dit taalgebruik maakt het boek bijzonder rommelig; je weet als lezer soms gewoon niet meer waar het over gaat en waarom je in vredesnaam aan deze dikke pil begonnen bent. Wat wil Smith hiermee? Wil ze de literatuur toegankelijk maken voor jongeren? Dat is een goed streven maar het mag mijns inziens niet ten koste gaan van de kwaliteit.

Edith Frieling

Over schoonheid is nu eindelijk weer eens een echte, pakkende roman met een modern thema. Zeer boeiend is de beschrijving van de blank/zwart verhouding en de relaties tussen de zwarte mensen onderling. Met al de problemen van solidariteit, cultuurverschillen en dergelijke van dien. De inleiding die Margot Dijkgraaf vorige week schreef, vind ik te negatief. Het is waar niet alle figuren komen voldoende uit de verf. Maar men heeft toch hoofd- en bijfiguren?

Maarten R. Meijer

Over schoonheid vind ik een slordig & rommelig boek. Zadie Smith heeft wat discipline nodig, of mischien een goede redacteur. En zichelf vergelijken met de elegante E.M.Forster! Een gotspe! Smith kan af & toe goed schrijven en zij heeft wel inzicht, vooral met vrouwen & jonge mensen. Maar ik herken haar Amerika niet. (En haar Jamaicaanse uitdrukkingen vonden de kranten in Jamaica om te lachen!) Philip Roth in The Human Stain schreef beter over deze toestanden. En als men werkelijk een fijne Jamaicaans-Britse schrijfster wil lezen raad ik Andrea Levys Small Island aan. In de tussentijd ga ik maar Howards End herlezen.

M. K. Tucker