Meer vrijheid voor hoger onderwijs

De overheid trekt zich verder terug uit het hoger onderwijs. Hogescholen en universiteiten krijgen meer autonomie en studenten krijgen een betere rechtspositie.

Dat staat in het nieuwe Wetsvoorstel hoger onderwijs en onderzoek (WHOO), dat staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) vandaag heeft gepresenteerd. Volgens het wetsvoorstel moeten universiteiten niet langer verantwoording afleggen aan de overheid, maar aan studenten, docenten, werkgevers en de samenleving.

Studenten krijgen meer vrijheid om zelf hun studieverloop te bepalen, onder meer via de deze week door de Tweede Kamer gesteunde leerrechten. Hogescholen en universiteiten worden verplicht vast te leggen wat studenten van hen kunnen verwachten. Ook komen er uitgebreidere klachtenregelingen. Daar staat tegenover dat het makkelijker wordt studenten van opleidingen te verwijderen, bijvoorbeeld na fraude.

Hoewel het verschil tussen wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs intact blijft, mogen universiteiten en hogescholen nauwer samenwerken. Ze mogen voortaan voor de buitenwereld optreden als één instelling. Hogescholen mogen in de nieuwe wet vragen om de titel ‘universiteit’. Als zij die titel krijgen, mogen zij promotieplaatsen aanbieden. Universiteiten mogen bovendien hun publieke status verliezen en private instellingen worden. Hogescholen zijn dat al.

De Tweede Kamer zal dit najaar over het voorstel praten. Zowel de Raad van State als de Onderwijsraad vinden de nieuwe wet, die de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) uit 1992 moet vervangen, overbodig. Beide adviesorganen kwamen in april dit jaar met kanttekeningen. De Raad van State „twijfelt over het nut en de noodzaak van de WHOO”. Volgens de Onderwijsraad is de wet „onvoldoende doordacht” en ontbreekt het aan draagvlak bij universiteiten, hogescholen en studentenorganisaties.