Kuststaat niet verplicht tot opname drenkelingen

Schepen zijn verplicht om drenkelingen te redden, stelt de VN-organisatie IMO. Maar staten zijn niet verplicht om de geredden op te nemen. Door bootvluchtelingen raken kapiteins soms in problemen.

Bemanningsleden van de Noordam nemen drenkelingen op in een reddingssloep. De drenkelingen dreven in de Egeïsche Zee met hun reddingsvesten aan. Foto HAL

Rotterdam, 8 juni. - De kapitein van het cruiseschip ms Noordam, varend onder Nederlandse vlag, deed zijn plicht door dinsdagochtend 22 illegalen op te pikken uit de Egeïsche zee. Volgens internationale rechtsregels moet elk schip hulp bieden aan mensen die op zee in gevaar verkeren. Maar vervolgens verbood Turkije de illegalen aan wal te gaan en had de Noordam een groot probleem. De kapitein weigerde verder te varen met de illegalen aan boord en het schip bleef liggen in de haven van de Turkse stad Kusadasi. Pas na tussenkomst van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ging Turkije een dag later overstag.

Het probleem van de bootvluchtelingen is niet nieuw. In de jaren tachtig gingen Vietnamezen massaal de zee op, in de jaren negentig gevolgd door Cubanen, Haïtianen en Albaniërs. De laatste jaren proberen duizenden Afrikanen met kleine bootjes de Canarische eilanden te bereiken of de Griekse of Italiaanse kust. Regelmatig vergaan de scheepjes en verdrinken de opvarenden. Als ze geluk hebben worden ze gered door een passerend schip, maar niet elk schip zou zich de moeite getroosten. „Voor reders is het een ramp”, zegt Frank Smeele, hoogleraar internationaal zeerecht aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. „Het verstoort de hele bedrijfsvoering.” Niettemin heeft de juridische verplichting voor schepen om drenkelingen op te pikken volgens hem een aanzuigende werking. „Mensen speculeren erop dat ze gered worden.”

De Noordam, met 1.847 cruisegangers en 800 bemanningsleden onderweg van het Griekse eiland Santorini naar de Turkse stad Kusadasi, liep volgens zijn Amerikaanse eigenaar Holland America Line door de reddingsoperatie twee uur vertraging op. De 22 illegalen, afkomstig uit Mauretanië, Somalië en de Palestijnse gebieden, dreven in de buurt van het Griekse eiland Samos. Hun boot zou zijn gekapseisd en gezonken. Turkije voerde aanvankelijk aan dat ze waren opgepikt in Griekse wateren en daarom naar Griekenland moesten worden gebracht.

Maar in het internationale zeerecht is niet vastgelegd wat er moet gebeuren met vluchtelingen aan boord van een schip. „Het is een humanitair probleem”, zegt Frank Smeele. „Iemand moet het doen, maar niemand wil zich vooraf aan rechtsregels binden.” Dit kan er toe leiden dat landen elkaar de bal toespelen. In 2001 weigerde Australië het Noorse vrachtschip Tampa toegang tot zijn grondgebied, nadat het ruim 400 hoofdzakelijk Afghaanse vluchtelingen had gered van een zinkend schip in de Indische Oceaan. De Tampa lag elf dagen voor de Australische kust. Uiteindelijk werden de Afghanen op een Australisch troepenschip overgebracht naar Nieuw Zeeland en het eilandstaatje Naura, dat daarvoor van Australië voor tien miljoen dollar aan hulp ontving.

Bij de Noordam was volgens zeerecht-experts Griekenland noch Turkije verplicht de vluchtelingen toe te laten. De International Maritime Organisation (IMO), een VN-organisatie, dwingt kuststaten niet vluchtelingen op te nemen die in hun territoriale wateren zijn opgepikt. Dit zou landen met een lange kustlijn of gelegen aan drukke vaarroutes te veel benadelen. Kuststaten hebben alleen de plicht ‘coördinatie’ en ‘samenwerking’ te betrachten bij het overbrengen van opgepikte drenkelingen naar een veilige plaats. Naar aanleiding van het incident met de Tampa heeft de IMO de regels wel wat aangescherpt. „Maar er blijft een marge waarin kuststaten kunnen manoeuvreren”, zegt Erik Molenaar, onderzoeker bij het Netherlands Institute for the Law of the Sea in Utrecht.

Voor de kapitein van de Noordam lag het volgens Frank Smeele voor de hand contact te leggen met Griekenland, Turkije, Italië als vertrek- en aankomsthaven en Nederland als ‘vlaggenstaat’.

De Nederlandse ambassade in Turkije heeft bemiddeld tussen de kapitein en de Turkse autoriteiten, liet het ministerie van Buitenlandse Zaken gisteren weten.

    • Joke Mat