Verdonk houdt sterke troeven

Ook nu Verdonk de interne verkiezingen niet gewonnen heeft, is toch de kans aanwezig dat haar politieke optreden voor de politieke doorbraak zal gaan zorgen waar D66 – naar eigen zeggen – al zo lang naar smacht, meent J. Th. Degenkamp.

Minister Verdonk heeft op de golven van populistische prietpraat de verkiezingen binnen de VVD verrassenderwijze toch niet gewonnen . Het feit dat zij Nederland een week in opwinding hield door een onsmakelijke vertoning rond Hirsi Ali op te voeren die eindigde in een non-event – Hirsi Ali was of bleef Nederlander – heeft haar percentage onder haar partijachterban tot ‘slechts’ 46 procent op kunnen stuwen; VVD-kiezers – haar voorkeurspopulatie – staan in meerderheid wél achter haar en niet achter Rutte.

De VVD is nu toch – ondanks het krampachtige vertoon van eensgezindheid – een heterogene verzamelbak van echte liberalen, selfmade zich ‘ondernemer’ noemende vrije jongens, verontruste en enigszins bange kleinburgers, ‘ons soort mensen’ en conservatieven. Rechts-reactionair Nederland, misschien kan beter de term neoconservatief Nederland worden gebruikt, heeft in mevrouw Verdonk de gezochte aanvoerder gevonden. Na de populistische doorbraak van Fortuyn, die wel het regenteske van de PvdA doorbrak, maar tegelijkertijd een enorme beschavingsval in de politiek veroorzaakte, kwamen de ietwat knullige pogingen van Geert Wilders en Peter R. de Vries. Verdonk zorgt voor een niet-marginale doorbraak op rechts.

Ook nu zij de interne verkiezingen niet gewonnen heeft, is toch de kans aanwezig dat haar politieke optreden voor de politieke doorbraak zal gaan zorgen waar D66 – naar eigen zeggen – al zo lang naar smacht. Verdonk is nu de aanvoerder van populistisch rechts binnen de VVD. En die minderheid zit vlak tegen de meerderheid aan en heeft verder als sterk argument ‘het kiezersvolk’.

De VVD omvat nu nog conservatieven en liberalen. De de vraag is hoe lang deze twee groepen nog vredelievend met elkaar om zullen gaan. Voor het politieke klimaat in Nederland zou het gezond zijn als gewoon rechts en reactionair rechts, neoconservatief Nederland, een normaal politiek kanaal zouden krijgen om zich op het politieke toneel te manifesteren.

Maar de echte liberalen, vrijzinnig, met een afkeer van oneliners en oog voor maatschappelijke complexiteit en betrekkelijkheid, zouden nu ook moeten kiezen. En dan komt D66 in beeld, deze vrijzinnig liberalen kunnen – als het tot een breuk in het VVD-kamp komt – beter het Rutte-kamp gaan versterken dan zich te blijven vermoeien met inhoudsloze politieke structuurspelletjes.

Het betekent wel dat Pechtold en Van der Laan vermoedelijk wat minder hoog op het politieke podium komen te staan, want de VVD kan denkelijk wat meer politieke zwaargewichten leveren dan wat nu nog van D66 rest.

Als wij toch aan het ‘schoonmaken’ zijn, moet GroenLinks niet worden vergeten. Halsema kan als vooruitstrevende liberaal, met een deel van haar achterban, best in zo’n nieuw liberaal verband gaan meedoen. De rest van GroenLinks kan zich het beste aansluiten bij de SP, die dan links van de PvdA blijft opereren.

Afgezien van de kleine christelijken, waarvan vooral de ChristenUnie door persoonlijke kwaliteiten, maar niet door kwantiteit zal blijven opvallen, ontstaat dan een overzichtelijk politiek landschap. PvdA en CDA respectievelijk een klein beetje links en rechts van het midden, de nieuwe liberalen op de wip en links en rechts SP en nieuw-rechts onder Verdonk.

Degenen die beweren dat links en rechts geen betekenis meer hebben in de politiek, hebben het mis. Wel is juist dat het kiezersvolk beweeglijk is geworden; het politieke familiegevoel is voor een belangrijk deel verdwenen. Datzelfde geldt voor ‘vadertje staat’. Een nieuwe echt liberale partij zou als kernbegrip kunnen kiezen ‘verantwoord burgerschap’.

J. Th. Degenkamp is oud-hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.