Op de vlucht in eigen land

Door het etnische en religieuze geweld in Irak zijn vluchtelingenstromen op gang gekomen. De Koerdische familie Affendi vluchtte uit Bagdad naar Koerdistan .

Een vrouw kijkt naar de kist met het lijk van een familielid dat het slachtoffer is geworden van het hoog opgelaaide sektarische geweld in Irak. Zijn bloed lekt op de bestelauto die hem (eind maart) naar zijn laatste rustplaats bij Bagdad zal brengen. (Foto AP) ** RETRANSMISSION FOR ALTERNATE CROP ** A woman who lost 10 relatives to the continuing sectarian violence looks at the remains of one of her relatives in a coffin, with blood leaking from a seam, loaded on a van outside Baghdad, Iraq Monday, March 27, 2006. Thirty victims of sectarian violence, most of them beheaded, were found dumped on a village road north of Baghdad. (AP Photo/Khalid Mohammed)
Een vrouw kijkt naar de kist met het lijk van een familielid dat het slachtoffer is geworden van het hoog opgelaaide sektarische geweld in Irak. Zijn bloed lekt op de bestelauto die hem (eind maart) naar zijn laatste rustplaats bij Bagdad zal brengen. (Foto AP) ** RETRANSMISSION FOR ALTERNATE CROP ** A woman who lost 10 relatives to the continuing sectarian violence looks at the remains of one of her relatives in a coffin, with blood leaking from a seam, loaded on a van outside Baghdad, Iraq Monday, March 27, 2006. Thirty victims of sectarian violence, most of them beheaded, were found dumped on a village road north of Baghdad. (AP Photo/Khalid Mohammed) Associated Press

Tot een maand geleden belde de Koerd Shahow Affendi (35) iedere dag met zijn familie in Bagdad. Zelf had hij al in 2002 de Iraakse hoofdstad verlaten. Problemen met leden van de regerende Ba’ath-partij verdreven hem naar het de facto onafhankelijke Koerdistan in het noorden. „Ik belde soms wel vijf keer per dag om te controleren of er niets ergs was gebeurd. Mijn broers, zussen, vader en moeder: ze waren allemaal daar”, vertelt hij in zijn nieuwe meubelzaak in de Koerdische hoofdstad Arbil.

Tijdens een zakenreis in Dubai kreeg Affendi vorige maand zelf een telefoontje. Aan de andere kant van de lijn het nieuws dat tegenwoordig veel leden van de Iraakse middenklasse te horen krijgen. Zijn 29-jarige broer Heyman was in Bagdad ontvoerd door een militie. „Ze eisten 50.000 dollar, we hebben direct betaald. Maar twee dagen later werd het lijk van mijn broer gevonden op een straathoek”, vertelt Affendi op zakelijke toon. De afgelopen maanden zijn er „zeker tien” vrienden van hem vermoord in de hoofdstad.

Binnen een paar uur werd de beslissing genomen waarover de familie Affendi al een tijd had nagedacht. Ze pakten wat losse spullen en vertrokken naar Shahow in Noord-Irak. In het gebied, dat ongeveer zo groot als Zwitserland is, heerst veiligheid en orde. Er zijn vrijwel geen aanslagen en de Koerdische facties hebben de macht stevig in handen.

De Affendi’s zijn nu vluchtelingen in eigen land. „We hebben alles achtergelaten, in ruil voor rust en vrede”, zegt Rebwan (25), de jongste broer, die bij Shahow komt binnenvallen. Volgens de Verenigde Naties zijn er sinds de recente golf van geweld 100.000 mensen binnenslands op de vlucht. Die cijfers komen bovenop de 1,2 miljoen ontheemden die als gevolg van verschillende crises in de afgelopen 20 jaar in Irak huis en haard hebben verlaten.

De laatste vluchtelingenstroom is eind februari op gang gekomen na de aanslag op de shi’itische Gouden Moskee in Samarra. Het sektarische geweld dat erop volgde, heeft veel Irakezen hun gemengde wijken, dorpen en steden doen verlaten. „De meeste mensen verhuizen naar gebieden waar ze etnisch of religieus in de meerderheid zijn”, zo legt VN-medewerkster Furat al-Jamil per e-mail uit.

Ook voor de Koerdische Affendi’s in Bagdad begonnen de problemen na de aanslag op de moskee in Samarra. „Mijn broer werkte voor een ministerie dat werd geleid door een Koerdische minister. Zijn ontvoerders waren van het Leger van de Mahdi van de shi’itische geestelijke Muqtada Sadr. Zij willen de Koerden weg hebben uit de hoofdstad”, zegt Shahow Affendi. De aanslag was het startsein om rekeningen te vereffenen. De Koerdische partijen hebben steeds meer problemen met de shi’ieten die de Koerdische heerschappij over oliestad Kirkuk betwisten en grotere zeggenschap in staatszaken willen hebben. Er wonen circa 600.000 Koerden in de Iraakse hoofdstad. Volgens schattingen zijn er in de dagen na de aanslag in Samarra meer dan 3.000 sektarische moorden gepleegd in Irak.

Het is niet duidelijk of er al van doelbewuste zuiveringen kan worden gesproken, al melden alle betrokkenen dat mensen om hun naam worden vermoord in Bagdad. „Shi’itische milities vermoorden mensen die Omar heten, omdat dat een sunnitische naam is. Mannen die Ali heten krijgen de kogel van sunnieten”, vertelt Affendi. „Ik krijg nu zelfs telefoontjes van Arabische sunnitische vrienden die uit Bagdad naar Koerdistan willen komen.”

Iedereen is welkom in het gebied, maar voorzorgsmaatregelen zijn nog niet getroffen. „Als er echt grote aantallen vluchtelingen naar het noorden zouden komen, krijgen we problemen hier”, zegt Farek Sadon uit. Hij is directeur-generaal van het Koerdische ministerie van Vluchtelingenzaken. Het afgelopen jaar hebben zich 868 families uit de rest van Irak in Arbil als vluchteling geregistreerd. Dat zijn ongeveer 6.000 personen. „De afgelopen week hebben zich nog eens 300 mensen aangemeld. Ik verwacht de komende tijd meer en meer vluchtelingen uit de rest van het land”, vertelt Sadon. „Het probleem is dat er totaal geen draaiboek klaarligt, mocht de burgeroorlog in de rest van het land echt losbarsten”, zegt hij. „Wat moeten we doen met al die mensen?”

In Zuid-Irak nemen de aantallen zo toe dat er al tentenkampen zijn opgericht door het ministerie van Ontheemden en Migranten. De grootste vluchtelingenstroom gaat die richting op. „Wij zijn tegen kampen”, zegt directeur-generaal Sadon. „Het gevaar is dat je mensen aanmoedigt om te komen. De kampen worden een zichzelf waarmakende profetie.”

De jonge Hayder Qassem (18) huurt met zijn zestien andere familieleden een klein appartement in een Koerdische volksbuurt in Arbil. Hun tv is versierd met plastic bloemen, maar verder is het onderkomen mistroostig. Tot een paar maanden geleden woonde hij in Mosul, de tweede stad van Irak. „We zijn vertrokken nadat drie van onze familieleden waren vermoord door sunnieten”, legt hij uit. „Destijds vroegen onze buren waarom we weggingen, maar nu bellen ze op dat ze ook willen komen. Het geweld is te erg geworden.” Volgens zijn oom, Mahmoud Saleh, heeft de familie geluk. „Ze hebben een woonplaats en de mannen hebben werk gevonden, als er meer mensen komen in de toekomst, zal dat moeilijker worden.”

Voor Affendi worden de komende maanden bepalend voor de toekomst van Irak. Een volledige burgeroorlog of niet? Dat is de vraag. „Wij Koerden zeggen: ‘Bloed verspreidt zich als het wordt vergoten’. Als ik weet wie de moordenaars van mijn broer zijn, ga ik hen ook vermoorden. Wie weet zal hun familie dan ook vluchten. Als iedereen dat van plan is, staat ons nog wat te wachten.”