Zware kritiek op ‘falen’ justitieel systeem Kosovo

Het justitiële systeem in Kosovo faalt in de afwikkeling van misstanden en laat slachtoffers van die misstanden in de steek. Dat vormt een bedreiging voor de toekomstige stabiliteit van Kosovo.

Dat zegt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in een gisteren verschenen rapport. HRW heeft onderzoek gedaan naar de wijze, waarop de justitie is omgesprongen met het etnisch geweld van maart 2004, toen een anti-Servische pogrom negentien levens eiste. Er werden vierduizend Kosovo-Serviërs op de vlucht gedreven en zeshonderd woningen van Serviërs en dertig orthodoxe kerken en kloosters in brand gestoken.

De conclusies van HRW over de wijze waarop de justitie in het door de VN bestuurde Kosovo de rellen heeft aangepakt, zijn negatief. Bij de rellen waren zeker 50.000 Albanezen betrokken – slechts 426 van hen werden in staat van beschuldiging gesteld, in de meeste gevallen wegens diefstal, van wie maar de helft uiteindelijk voor de rechter verscheen, aldus HRW. „De ontoereikende respons van justitie symboliseert een van de grootste problemen in Kosovo: de onbeperkte straffeloosheid van misdaden, vooral als die een politieke of etnische dimensie hebben”, zo concludeert het rapport.

„Op dit moment staat aansprakelijkheid voor gepleegde misdrijven niet op de agenda in Kosovo. Maar het oplossen van het vraagstuk van de status van Kosovo zonder het justitiële systeem aan te pakken zal de toekomst vergiftigen”, aldus Holly Carter, directeur Europa en Centraal-Azië van HRW, gisteren.

De tekortkomingen in het justitiële systeem in Kosovo – het ontbreekt aan juiste wetgeving, maar ook aan een competente politie en competente rechters en aanklagers – zijn vooral UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, aan te rekenen. Kosovo heeft weliswaar intern zelfbestuur, maar het zijn de internationale bestuurders die volgens HRW zeven jaar de tijd hebben gehad om tekortkomingen weg te werken. Ze hebben na de pogroms van 2004 beloofd dat te doen, maar ze hebben het niet gedaan.

Volgens HRW zijn hervormingen die in april 2004 zijn afgekondigd, niet goed voorbereid en niet goed uitgevoerd. Aanklagers kregen een centrale rol in het crimineel onderzoek, maar waren niet berekend op die verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de speciale internationale politie-eenheid die met het onderzoek van de gebeurtenissen van maart werd belast. Er was geen coördinatie tussen de VN-politie en de Kosovaarse politie en tussen politie en aanklagers, onderzoeken werden niet afgemaakt, getuigen werden onvoldoende beschermd en UNMIK faalde bij de supervisie van het systeem en de hervormingen, aldus HRW. Het rapport wordt gezien als een zware slag voor UNMIK, dat geacht wordt democratie, stabiliteit en de rechtsstaat in Kosovo te bevorderen.