We hebben genoeg van die modderpoelen!

Reizend theaterfestival De Parade ‘gaat vreemd’ binnen vier muren.

Rosé drinken en ‘kijken en bekeken worden’ in het Theatermuseum.

‘De stille disco’ op de Parade van 2004 Foto Vincent Dekkers Stille disco. Parade, Amsterdam 13 aug. 2004 Foto Vincent Dekkers Dekkers, Vincent

Wie vorig jaar met een glas rosé in de hand verregende in de modderpoel die De Parade heette, speelt dit jaar op safe. Lekker droog in het Theatermuseum in Amsterdam, waar het reizende theaterfestival naar eigen zeggen ‘vreemd gaat’ binnen vier muren. Rondom een expo over het verleden, heden en de toekomst van De Parade en andere mobiele theatervormen, kun je in het museum elke donderdagavond en zondagmiddag eten, drinken, dansen en voorstellingen bezoeken. „Er is live muziek van Parade-bandjes, drankjes en hapjes van Parade-koks en er zijn voorstellingen van Parade-klassiekers zoals De Levende Jukebox in het auditorium, de Stille Disco in de foyer en de Stijle Wand in de tuin”, vertelt programmeur Chantal de Kleijn van Mobile Arts, de organisator van De Parade.

De eerste die er aan dacht met Vuijk ‘vreemd te gaan’, was Parade-oprichter en creatief directeur Terts Brinkhoff; „We zochten naar een voor ons vreemde plek die symbool staat voor de vaste waarden in het Nederlandse theater, als contrast met ons rondtrekkende theater dat zich altijd vernieuwt en zichzelf uitvindt. Het Theatermuseum met zijn monumentale panden aan de Herengracht leek ons daarom ideaal voor de overzichtstentoonstelling.”

Naast de ieder jaar weer bijzondere Parade-affiches van Marten Jongema, hangt in het museum ook het schilderij Een cluyte van Plaeyerwater van Pieter Balten uit de vijftiende eeuw. Hierop geeft het volk zich op een boerenkermis over aan eten, drinken, dansen, vrijen, koken, muziek maken en vechten, terwijl een toneelstuk wordt opgevoerd waarin te zien is hoe een man zijn vrouw betrapt in de armen van een priester. Een duidelijk voorbeeld van hoe de traditie van De Parade is terug te vinden bij rondtrekkende variété artiesten uit de middeleeuwen, of bij het circus dat sinds 1786 in de lage landen is te bewonderen. Door de opkomst van de schouwburgen zijn er rond 1850 nog maar weinig theatermakers die zich blijven verplaatsen en voor wie het rondreizen, met al hun artistieke bagage, een vorm van bestaan is. Na de Tweede Wereldoorlog is de bouw van een eigen schouwburg voor veel steden een zaak van prestige, wat voor volhoudende theaternomaden zo goed als het einde betekende. In de jaren zestig gaat het Werkteater als één van de eerste gezelschappen de boer weer op. Aanvankelijk op straat; later in een tent. In die tijd ontstaat ook het locatietheater, gevolgd door de zomerfestivals; het Festival of Fools, Oerol en De Parade.

In het Theatermuseum zie je jezelf wellicht terug in ‘de zweef’ op de fototentoonstelling over vijftien jaar Parade. Of op oude dia’s en video-materiaal die een kijkje achter de schermen geven; bijvoorbeeld van de roemruchte ‘doorzak’, waar artiesten en medewerkers na een Parade-avondje met elkaar nog even doorzakken. Ook is er ‘de werkkamer van de druktemaker’, waar met maquettes en werkdocumenten wordt uitgelegd wat het verschil is tussen het maken van theaterfestivals op locatie of vanuit vastomlijnde muren en kaders. Dit alles ondersteund door een vijftal debatten in juni, gevoerd door ‘spreekstalmeester’ Brinkhoff.

„Eigenlijk bewijst hij met De Parade het gelijk van vijf eeuwen”, meent Edwin Bakker van het Theatermuseum, „het gelijk dat het werkt, en dat het nog stééds werkt. Wellicht werkt mobiel theater zelfs beter dan in een schouwburg, omdat je het theater naar de mensen toe brengt en de drempel verlaagt.” Zó laag soms, dat De Parade de afgelopen jaren door veel mensen als groot zomerterras werd gezien om rosé te drinken en naar mensen te kijken, in plaats van naar het theater. „Ja, er wordt in het museum inderdaad rosé geschonken op de voorstellingsdagen”, lacht Bakker, „maar ik ben niet bang dat dit hetzelfde publiek aantrekt, wij verwachten natuurlijk juist de mensen die wél interesse hebben in theater, je zou kunnen zeggen, het Parade-publiek van vroeger.”

‘De Parade gaat vreemd’ tot 28 augustus 2006. Het programma van de voorstellingen, debatten en presentaties staat op www.tin.nl.