Niet bouwen in België met Nederlands overheidsgeld

Nederlandse woningbouwcorporaties hebben niets in Luik te zoeken, vindt

Leo Q. Onderwater.

In de Maastrichtse regio doet zich een contradictoire situatie voor. De tegenstrijdigheid is er in gelegen dat het inwonersaantal van Zuid-Limburg al jaren afneemt, maar dat de Maastrichtse Woningstichting Servatius zich genoodzaakt voelt – wegens een vermeende krapte op de Maastrichtse woningmarkt – haar bouwactiviteiten naar het veertig kilometer zuidelijker gelegen Luik te moeten verleggen.

In december 2003 is de dochter van Servatius – Sociéte Immobiliére Servatius-Liége – begonnen met de bouw van 39 huur- en 49 koopwoningen in het middensegment aan de Rue de Hesbaye in Luik. De officiële opening van het project heeft plaats op 16 juni.

Minister Dekker van VROM heeft tegen het bouwen in Luik door Woningstichting Servatius al in februari 2004 een verbod ingesteld en een boete opgelegd van 2,6 miljoen euro.

De bestuursrechter heeft Servatius echter in het gelijk gesteld om buiten de Nederlandse grenzen te kunnen bouwen. De rechter volgt, in dezen, de redenering van de woningcorporatie, die stelt dat „het verbod van de minister om te bouwen in Luik strijdig is met Europees Verdrag, waarin wordt bepaald dat binnen de grenzen van de Europese Unie vrijheid van personen-, goederen- en kapitaalverkeer bestaat”. Daarin hebben de rechter en Servatius het gelijk aan hun zijde, maar is het in het onderhavige geval niet ook zo dat Servatius, als semi-publiek orgaan, in België met Nederlands overheidsgeld de concurrentie aangaat met lokale marktpartijen? Dat is oneerlijke concurrentie en dat wordt door Brussel verboden. Minister Dekker gaat tegen de uitspraak in beroep bij de Raad van State.

De overheid heeft met de verzelfstandiging van de corporaties in 1995 weliswaar grotendeels zijn greep op het huisvestingbeleid verloren, maar de corporaties zijn nog steeds gehouden aan het vervullen van een publieke taak. Die taak bestaat eruit om de huisvesting voor kwetsbare doelgroepen binnen de Nederlandse samenleving veilig te stellen. Daarin verzaakt Servatius zijn plicht, want door de, deels gesubsidieerde, middelen in te zetten in Luik kunnen ze niet worden aangewend voor woningbouwprojecten in Nederland en wordt daardoor het lokale huisvestingsprobleem niet opgelost, alsook Nederlands overheidsgeld aangewend voor oneigenlijke doelen.

Vanzelfsprekend gaat het Woningstichting Servatius – als projectontwikkelaar – om zijn marktaandeel te vergroten binnen de Euregio; een stedelijke regio van gemeenten in de grensstreek van Zuid-Limburg. Het is de ‘sociale’ volkshuisvester vooral te doen om de goedkope bouwgrond en de lage bouwkosten in Wallonië ofwel een maximalisering van de winst.

De ambities van Servatius betreffen niet alleen nieuwbouwprojecten in het buitenland, maar er staan ook grote renovaties op stapel. Samen met de Maastrichtse branchegenoot Woonpunt gaat Servatius investeren in vijf vervallen flatgebouwen in de Luikse buitenwijk Droixhe. Twee gebouwen gaan tegen de vlakte om plaats te maken voor laagbouw; de drie die overblijven zullen worden gerenoveerd en omgebouwd tot koop- en huurappartementen en kantoorruimtes.

Nergens neemt het aantal inwoners in Nederland zo snel af als in Zuid en Midden-Limburg, dan is het toch weinig plausibel dat Maastrichtenaren alleen nog een woning kan worden geboden in Luik? Globaal genomen is de huizenmarkt in Limburg de laatste jaren ten opzichte van de rest van Nederland juist zeer ontspannen. Met uitzondering van het noorden van het land staan huizen nergens zo lang en tegen relatief zulke lage prijzen te koop als in Limburg.

Is het niet eerder zaak om het nabij gelegen Heerlen een flinke stedenbouwkundige oppepper te geven en Nederlandse overheidsgelden die kant op te laten vloeien? Deze stad wordt al sedert de sluiting van de Staatsmijnen – met uitzondering van de vestiging van enkele overheidsinstanties – in alle opzichten aan zijn lot overgelaten. De gehele regio zal aanmerkelijk worden versterkt indien Heerlen in economisch, sociaal en cultureel opzicht meer tot bloei kan komen. Een gunstige bijkomstigheid is de veel betere snelweg- en treinverbinding tussen Heerlen en Maastricht, alsook naar Aken. De Belgen kunnen immers niet veel meer bieden dan het smoezelige bordeauxrode boemeltreintje – ook wel het drugslijntje genoemd – over een verouderd spoor van Maastricht naar Luik.

Leo Q. Onderwater is architect