Loopbaan: vmbo, uitkerinkje, hangen

Te veel leerlingen van het vmbo haken af zonder diploma. Werkgevers willen ze niet, al hebben ze vakpersoneel nodig.

„De eerste dag komen ze, de tweede zijn ze te laat, de derde ziek.”

Ongemotiveerde schoolverlaters krijgen begeleiding in het Rebound Centre in Rotterdam Foto: Bas Czerwinski 19-01-2006, ROTTERDAM. REBOUND CENTRE. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Danny Verhulst (18), mooie bruine ogen en een Lonsdale T-shirt, haalde zijn vmbo-opleiding „met twee vingers in de neus”. Daarna ging hij werken in de bouw. Maar zijn begeleider was er nooit en daardoor ging hij fouten maken bij het loodgieten, zegt hij. „Ik leerde niets en kwam steeds later op mijn werk.” Nadat hij werd ontslagen zat hij anderhalf jaar werkloos thuis. Hij hing op straat, werd een keer gepakt met drugs. „De verkeerde vrienden, zeg maar”, vat hij samen.

Via het „jongerenloket” van de gemeente Rotterdam kwam hij bij het Rebound Centre terecht. Daar leren jongeren onder begeleiding een vak in de praktijk. Danny leert nu voor beveiliger. Nu heeft hij over een paar maanden zicht op een baan. En een diploma op mbo-II niveau. De beveiliging vindt hij geweldig. „Veel beter dan de bouw. Hier is het niet smerig, is geen stof.”

Danny Verhulst vertelde het gistermiddag in de wandelgangen van een bijeenkomst die georganiseerd was door de Task-force Jeugdwerkloosheid onder het motto „tweede Kans Beroepsonderwijs”. Het thema: hoe werkloze jongeren zonder diploma een kans te geven op werk of een opleiding. De taskforce wil eind dit jaar 40.000 kansarme jongeren in een leerbaan krijgen. Dat is al bij 30.000 gelukt. Resten voor dit jaar dus nog 10.000. Hans de Boer, de voorzitter van de Taskforce, noemde het gisteren „een slotoffensief”.

Op de conferentie in de Van Nelle Fabriek in Rotterdam, gisteren, waren jongeren van het Rebound centre, leerkrachten en bestuurders van de regionale opleidingscentra (ROC’s), er waren wethouders, bedrijven, jongerenwerkers, ambtenaren van het Centrum voor Werk en inkomen; de vakcentrale FNV was er, en de werkgeversorganisatie VNO-NCW. En maar liefst vier bewindspersonen. De staatssecretarissen Rutte (Onderwijs), Van Hoof (Sociale Zaken), en de ministers De Geus (Sociale Zaken) en Van der Hoeven (Onderwijs). „We kunnen niet hebben dat jongeren in de straten zwerven, terwijl bedrijven staan te schreeuwen om personeel”, zei De Geus. „Als jongeren uitvallen is dat een brevet van onvermogen”, zei minister Van der Hoeven.

De 34 grootste gemeenten van het land beloofden op de bijeenkomst nog dit jaar ruim 12.500 jongeren tussen de 16 en 23 jaar zonder werk en zonder (v)mbo-diploma aan een leerbaan te willen helpen. In totaal komt er 145 miljoen euro beschikbaar om de jongeren aan een baan te helpen.

Zo komt er een ‘no risk polis’ voor bedrijven die jongeren een ‘leerbaan’ geven. Met die polis kunnen bedrijven de loonkosten claimen bij de gemeente als de jongere zich ziek meldt. Dat gebeurt nogal eens. Of, zoals ondernemer Jan Kamminga het beschreef: „Waar werkgevers bang voor zijn: de eerste dag komen ze, maar de tweede dag zijn ze te laat, de derde dag ziek en de vierde dag komen ze helemaal niet meer”. Kómen ze eigenlijk wel? Beroepen waar je vieze handen van krijgt zijn vaak niet populair, zei Kamminga, die voorzitter is van de vereniging van ondernemers in de technologisch, industriële sector.

Voor die polis stelt het ministerie van Sociale Zaken 10 miljoen euro beschikbaar. Daarmee hoopt de taskforce de schroom bij bedrijven te overwinnen om ‘risico jongeren’ in dienst te nemen. Bovendien gaat de Wet Vermindering Afdracht met meer dan 30 procent omhoog naar maximaal 5.500 euro per jongere per jaar. Daarvoor is tot 2009 40 miljoen beschikbaar gesteld door het ministerie van Financiën. Verder: 60 miljoen van het ministerie van Onderwijs voor extra begeleiding van MBO jongeren. En nog eens 35 miljoen voor de ROC’s voor de werving van stageplaatsen. Mooie regelingen, zo zeiden de aanwezigen. Maar, hoe krijg je de jongeren weer aan het werk?

Door ze te begeleiden, was de meest gehoorde oplossing. Op school, op straat door jongerenwerkers, tijdens de stage door vakmentoren, tijdens het zoeken naar een baan. „Je moet er bovenop zitten”, zei Jacques van Gaal, voorzitter van de raad van bestuur van ROC Leiden.

Verder? Voorkomen dat ze überhaupt uitvallen, door beter onderwijs aan te bieden, zeiden veel ondervraagden. Dus niet in een klaslokaal theorie stampen. Wat wél werkt: leren in de praktijk. „Ze kunnen niet meer uit een boek leren”, zei Van Gaal.

Wat níet werkt: alle vmbo’ers van alle richtingen bij elkaar zetten zoals nu gebeurt. Dus: administratief, en lassers en kappers: alles door elkaar. De richtingen moeten weer gescheiden worden, zei Jan Kamminga. „We zijn aan het erkennen dat het vmbo te breed geworden is”, zei ook staatssecretaris Mark Rutte. „Dat zijn we aan het opruimen.”

Misschien wel het allerbelangrijkste, vinden belanghebbenden, is betere contacten tussen scholen en bedrijven. Zodat er meer stageplaatsen komen. Jan Kamminga was geschrokken van „de beperkte contacten tussen scholen en bedrijven”. En dan is er nog discriminatie op de werkvloer. Veel werkgevers nemen liever geen allochtone jongeren op stage aan.

Maar bovenal: wat doe je met de echt hopeloze gevallen? Jongeren die „het prima vinden in een uitkerinkje. Beetje blowen, met de Playstation spelen en een paar scooters jatten. Die willen niet meedraaien in de maatschappij. Die zijn verkloot”, zei Dennis de Witte (20), ook van het Rebound Centre, onder luid applaus van de zaal. „Die moet je drillen in heropvoedingskampen.”

    • Japke-d. Bouma