‘Liever evolutie’

Tijs Goldschmidt Tijs Goldschmidt, schrijver, bioloog Foto Maurice Boyer Boyer, Maurice

Schrijver en bioloog Tijs Goldschmidt was op het gymnasium redelijk goed in biologie, al was hij geen echte bèta. In 1993 ging hij weg bij de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij na het cum laude afronden van zijn studie als bioloog werkte, om zich op een carrière als schrijver te richten. Zijn in 1994 verschenen boek Darwins Hofvijver maakte van hem een wereldberoemde bioloog. Goldschmidt bekeek het vmbo-examen biologie (basisberoepsgerichte leerweg).

Wat vond u van het examen?

„Er werd meer naar sommetjes dan naar inzicht gevraagd. Maar de examenmakers hebben hun best gedaan: er zaten actuele onderwerpen in, zoals het nut van het plaatsen van hekjes om de nesten van weidevogels. Dat kweekt besef bij de leerlingen: zo leren ze toch dat nestbescherming zin heeft. Het is alleen jammer dat er niets in stond over de evolutietheorie. Dat is toch de centrale theorie in de biologie.”

Wat moet je in ieder geval weten als je examen biologie hebt gedaan?

„Je moet iets weten van de genetische eenheid van leven. Over bedreigde dieren en planten en de mogelijk ernstige gevolgen die hun uitsterven kan hebben. Daar had het examen wel wat meer over mogen gaan.”

Wist u op alle vragen het antwoord?

„Ik aarzelde bij twee of drie vragen. En sommige antwoorden vond ik niet zo bevredigend. Zoals op vraag 14, over de belangrijkste rol van het neusslijmvlies naast het zuiveren van lucht. Ik heb C geantwoord, het vochtig maken van ingeademde lucht, maar het beste antwoord stond er niet bij: de rol van het slijmvlies bij de afweer.”

Zaten er overbodige vragen tussen?

„Vraag 7, over het aantal tenen van een Indische olifant, vereist eigenlijk alleen dat je tot vijf kunt tellen. Het heeft iets van een basaal intelligentietestje. Andere vragen waren weer heel leuk, zoals over de werking van de longen aan de hand van een apparaatje met ballonnen.”

    • Derk Walters