Journalist vertelde Bush over ‘Haditha’

De Amerikaanse president George W. Bush hoorde pas van de vermeende moordpartij door mariniers in de Iraakse stad Haditha toen een journalist van Time hem er een vraag over stelde. Dat heeft scheidend minister van Financiën Tony Snow gisteren gezegd tijdens een persconferentie waar hij zijn aftreden toelichtte.

De afgelopen dagen publiceerde de Amerikaanse pers verscheidene reconstructies van het bloedbad in Haditha, op 19 november. Time berichtte eind maart als eerste over de zaak. Nadat Amerikaanse mariniers bij een bomaanslag op hun konvooi een collega verloren, zouden ze woonhuizen zijn binnengedrongen en daar 24 onschuldige burgers hebben vermoord. In de media wordt gemeld dat de nabestaanden van de slachtoffers zijn afgekocht door het leger en dat het korps mariniers de sporen van de moordcampagne heeft proberen te verbergen.

Zo lang twee Pentagon-onderzoeken naar het incident nog lopen, willen regering en legerleiding niet inhoudelijk op de zaak reageren.

De onlangs aangetreden Iraakse premier Nuri al-Maliki zei gisteren dat hij bezorgd is over Amerikaans geweld waarbij ‘per ongeluk’ burgers gedood worden. „Vergissingen kunnen voorkomen, maar er is een grens aan de aanvaardbaarheid van vergissingen.” Hij benadrukte dat de Iraakse en buitenlandse strijdkrachten in het land de mensenrechten moeten respecteren. „Het is niet te rechtvaardigen dat een familie wordt vermoord omdat iemand tegen terroristen strijdt. We moeten preciezer en voorzichtiger optreden.”

De nieuwe Iraakse ambassadeur in Washington overhandigde gisteren zijn geloofsbrieven aan president Bush. Na afloop van de ceremonie vertelde Samir Sumaidaie in een interview met CNN dat een ‘onschuldige’ neef van hem vorig jaar juni ook door Amerikaanse mariniers werd doodgeschoten, eveneens in Haditha. Hij bracht het incident niet ter sprake tijdens zijn ontmoeting met Bush.