Johnny Cash

In een opslagruimte van The House Of Cash, museum annex opnamestudio van de in 2003 overleden Johnny Cash, werd een stapel tapes gevonden waarop de countryzanger voor eigen gebruik opnames uit de periode 1973-1982 achterliet van liedjes die hem na aan het hart lagen. Het verhaal gaat dat Cash de eerste was die de kracht van intieme akoestische opnamen inzag en dat Rick Rubin met het comebackalbum American Recordings in 1994 niets anders deed dan het voortzetten van een oude Cash-traditie.

De 49 nooit eerder uitgebrachte opnamen van het dubbelalbum Johnny Cash: Personal Files staven echter vooral de visionaire geest van Rubin. Inderdaad laten de kale opnamen van de eenzame zanger met gitaar horen wat een enorm talent Johnny Cash had voor het stemmig reciteren van een verhaal, gelardeerd met anekdotes over de oorsprong of de inspiratie van het lied in kwestie. Tussen sentimentele nummers als My mother was a lady en The lily of the valley zitten echter geen verheffende carrièrehoogtepunten als Hurt of Thirteen, de nummers waarmee Johnny Cash in de laatste fase van zijn leven aansluiting vond bij de jongere rockgeneratie.

Met veel religieus werk (Life’s railway to heaven is een representatieve titel) biedt Personal Files een waardevolle aanvulling op het beeld van Johnny Cash als mens, in de wetenschap dat hij dit vrome repertoire opnam nadat echtgenote June Carter (in werkelijkheid veel kwezelachtiger dan in de film) hem bekeerd had van zijn pillenverslaving.

Jan Vollaard

Johnny Cash: Personal Files (Columbia)

    • Jan Vollaard