Hof: EU en VS mogen vliegdata niet delen

Het akkoord dat de Europese Unie in mei 2004 sloot met de Verenigde Staten over de verstrekking van persoonsgegevens van vliegtuigpassagiers is onrechtmatig.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg gisteren bepaald. De Europese wet waarop Brussel het akkoord met Washington heeft gebaseerd, biedt voor de uitwisseling van de vlieggegevens geen juiste rechtsgrond, aldus het hof.

De uitspraak betekent dat de EU en de VS een nieuwe overeenkomst moeten maken. Daarvoor hebben ze tot 30 september de tijd. Tot die datum blijft de nietig verklaarde overeenkomst van kracht, zo heeft het hof bepaald met het oog op de rechtszekerheid en ter bescherming van de betrokkenen. De Europese Commissie liet in een eerste reactie op het arrest weten alles in het werk te zullen stellen om de kwestie voor 30 september op te lossen.

De zaak was bij het Hof van Justitie, de hoogste rechter in Europese aangelegenheden, aangespannen door het Europees Parlement. Volgens het parlement waren de Europese Commissie en de EU-regeringen hun boekje te buiten gegaan. Bovendien was het akkoord over de uitwisseling van persoonsgegevens volgens het parlement in strijd met de Europese regels over bescherming van de privacy.

Op het eerste punt (rechtsgrondslag) stelt het hof het parlement in het gelijk. Omdat deze juridische basis al niet deugt, hoefde het hof verder niet in te gaan op de eventuele privacyschending.

Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington eiste de Amerikaanse regering meer gegevens van luchtreizigers. Luchtvaartmaatschappijen die verbindingen naar en vanuit de Verenigde Staten verzorgen of die over Amerikaans grondgebied vliegen, moesten die gegevens beschikbaar stellen aan de Amerikaanse grensbewaking.

Behalve naam en adres, wilden de Amerikanen ook informatie over onder meer creditcard, e-mailadres, maaltijdservice aan boord, vliegfrequentie en verblijfplaats. Namens de EU-landen onderhandelde de Europese Commissie over de verwerking en overdracht van deze gegevens. In mei 2004 werd overeenstemming bereikt.

De Europese Commissie en de EU-landen baseerden het akkoord op een richtlijn (95/46) over onderlinge aanpassing van nationale wetten om de werking van de gemeenschappelijke Europese markt te verbeteren. Maar de verwerking van persoonsgegevens die betrekking hebben op de openbare veiligheid en de activiteiten van de staat op strafrechtelijk gebied vallen daar volgens het EU-verdrag uitdrukkelijk niet onder, aldus het hof.

Lees de uitspraak van het hof via www.nrc.nl/buitenland