Grote steden willen kraken niet verbieden

De vier grote steden willen niet dat kraken verboden wordt zonder dat er sancties komen op het laten leegstaan van gebouwen. De steden zien kraken als een „stok achter de deur” in hun strijd tegen leegstand.

Dat schrijft de Haagse wethouder Marnix Norder namens Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (G4) aan minister Dekker (Volkshuisvesting, VVD). Op dit moment is kraken niet strafbaar als een gebouw langer dan een jaar leegstaat. Dekker bereidt een wet voor die kraken ook na meer dan een jaar leegstand strafbaar maakt. Zij wil er zo voor zorgen dat eigenaren van gebouwen „altijd beschermd blijven tegen krakers”, zegt een woordvoerder.

Dekker geeft daarmee gehoor aan een motie van de Tweede Kamer om kraken zo veel mogelijk terug te dringen „omdat het een ernstige aantasting van het eigendoms- en beschikkingsrecht vormt”.

Het verbieden van kraken zal de leegstand van woningen en andere gebouwen vergroten, denken de vier grote steden. Kraken is nu nog voor gemeenten een manier „om eigenaren/verhuurders ertoe te bewegen initiatief te nemen tot tijdelijke verhuur”.

Kraken is zo een „door de markt georganiseerde sanctie tegen het falen van de vastgoed/huurmarkt”, schrijven de vier grote steden. In de grote steden gaat „een enorme hoge vraag naar panden” (bijvoorbeeld onder mensen die voor het eerst een woning zoeken, zoals studenten) samen met leegstand van zowel woningen als kantoorgebouwen.

Volgens de woordvoerder van Dekker zal het wetsvoorstel dat de strafbaarstelling van kraken moet verscherpen ook maatregelen bevatten om leegstand tegen te gaan. Welke dat zullen zijn, is volgens de woordvoerder nog niet bekend. De G4 wil geen verbod op kraken zonder „sanctie tegen (langdurige) leegstand”.

In een schriftelijke toelichting noemt wethouder Norder Berlijn als voorbeeld. „Daar worden leegstaande panden gebruikt voor de meest wilde ideeën.” Het is aan gemeenten om het gebruik van leegstaande panden voor creatief gebruik te stimuleren, vindt Norder.