Groei van aids in Afrika neemt af

De VN constateren een lichte verbetering in de strijd tegen aids. Maar wereldwijd blijft de verspreiding van de ziekte zorgwekkend.

Vandaag is de wereld beter dan ooit uitgerust om de verspreiding van aids tegen te gaan, maar „de reacties op de aidsepidemie zijn tot nu toe alles behalve doeltreffend geweest”. Dat zei UNAIDS, het agentschap van de Verenigde Naties dat de strijd tegen aids coördineert, aan de vooravond van de VN-conferentie over hiv/aids die vandaag in New York begint.

Op de conferentie wordt een evaluatie gemaakt van de aidsbestrijding sinds de bijeenkomst van 2001. Er zijn een paar „noemenswaardige verbeteringen” maar over het algemeen blijft de situatie zoals ze was: zorgwekkend.

Wat volgens het gisteren gepubliceerde rapport van UNAIDS verbeterd is, is het gedrag van de mensheid: meer mensen gebruiken condooms, hebben minder sekspartners en beginnen op latere leeftijd met vrijen. De mondiale verspreiding van aids zou haar piek gehad hebben op het einde van de jaren negentig, om nadien te stabiliseren. Levensverlengende antiretrovirale medicijnen hebben vorig jaar alleen al 300.000 levens gered. En tegenwoordig wordt in de meeste landen het bloed dat bestemd is voor transfusies stelselmatig gecontroleerd op hiv (humaan immunodeficiëntie virus).

Desondanks laat de aanpak in veel landen te wensen over. Wereldwijd is minder dan de helft van de jongeren zich bewust van de gevaren van aids. De wereldvoorraad condooms is amper half zo groot als nodig is. En hoewel antiretrovirale medicijnen al beter voorradig zijn, blijven ze duur en vaak moeilijk te verkrijgen. Slechts 20 procent van de mensen in ontwikkelingslanden die deze nodig hebben, krijgen ze ook.

Maar het meest zorgwekkend is volgens UNAIDS het doodzwijgen en de discriminatie van seropositieven. Daardoor heeft het overgrote deel van de ruim 38 miljoen met hiv besmette mensen zich nooit laten testen en zijn zij zich dus niet bewust van hun status.

Wat de VN-conferentie hoopt te bereiken is een vernieuwd politiek engagement van de deelnemende regeringsleiders en ministers en van de aanwezige vertegenwoordigers uit de ngo-wereld en het bedrijfsleven.

Maar terwijl het rapport van UNAIDS uitgesproken is over hoe men aids krijgt en wat daar aan te doen valt, zal de slotverklaring van de regeringen waarschijnlijk even voorzichtig worden als die van 2001. „De punten die in 2001 omstreden waren, zijn dat vandaag nog steeds”, aldus Peter Piot, directeur van UNAIDS. Zelfs het vermelden van homoseksualiteit, prostitutie en druggebruik is taboe voor vele islamitische en katholieke landen en voor de Amerikaanse regering. In plaats daarvan wordt de term „kwetsbare groepen” gebruikt. En daar ligt juist het probleem. Zo moeten groepen die financiële steun krijgen van de Verenigde Staten, de grootste donor voor aidsprogramma's, aantonen dat ze gekant zijn tegen prostitutie. De nadruk moet liggen op trouw en onthouding. Programma's voor spuitenruil kunnen niet op steun rekenen en seksuele opvoeding voor jongeren is er amper.

Net die zaken wil een coalitie van Nederlandse ngo's, waaronder het Aids Fonds en Stop Aids Now!, behandeld zien op de VN-conferentie. Volgens de ngo's moeten er vier punten toegevoegd worden aan de VN-verklaring uit 2001: voorlichting voor jongeren, aanpak van hiv bij injecterende druggebruikers door bijvoorbeeld spuitenruil, aandacht voor prostituees, homoseksuele mannen, gevangenen en etnische minderheden en de ontwikkeling van nieuwe preventiemiddelen zoals microbiciden (beschermende gels voor vrouwen).

UNAIDS vraagt in zijn rapport om „een strategische aanpak”, in plaats van het huidige crisismanagement. Er is niet alleen meer geld nodig, er moet ook een einde gemaakt worden aan de stigmatisering van getroffen individuen. Een betere seksuele voorlichting en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen zijn broodnodig. UNAIDS adviseerde de overheden ook om „waar nodig” gebruik te maken van noodmechanismen in het internationale handelsrecht om de kosten van gepatenteerde aidsmedicijnen te drukken. „We weten wat er gedaan moet worden om aids te stoppen. Wat we nu nodig hebben is de wil om er iets aan te doen”, aldus UNAIDS.