‘Geen bewijs epo-gebruik Armstrong’

De beschuldiging dat de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong in de Tour de France van 1999 doping zou hebben gebruikt, is niet gebaseerd op geldig bewijs.

Dit concludeert de Nederlandse advocaat Emile Vrijman, die in opdracht van de internationale wielerunie (UCI) een rapport opstelde. Hij adviseert de UCI geen disciplinaire maatregelen tegen de zevenvoudig Tourwinnaar te nemen.

De Franse sportkrant L’Equipe onthulde augustus vorig jaar dat Armstrong in de Tour de France van 1999 het verboden bloeddopingmiddel epo zou hebben gebruikt. De krant baseerde zich op de resultaten van een Frans dopinglaboratorium, dat urinemonsters uit de Tour van 1998 en ’99 onderzocht. Via een code op de flesjes achterhaalde L’Equipe de naam van de Amerikaanse recordwinnaar. Zes ingevroren monsters van Armstrong bevatten volgens de krant sporen van epo.

Volgens Vrijman speelt het wereldantidopingagentschap WADA een dubieuze rol in de affaire. WADA-voorzitter Dick Pound zou het laboratorium in Châtenay-Malabry onder zware druk hebben gezet om de codenummers op de urineflesjes bekend te maken. Het Franse lab deed onderzoek om de huidige opsporingsmethode van epo te verfijnen, en gebruikte daarvoor monsters uit de Tour van 1998 en ’99. Pound vroeg ook om de individuele analyses van de flesjes. L’Equipe kreeg de codenummers en analyses in handen, koppelde ze aan een eerder door de UCI verstrekt medisch dossier en achterhaalde de naam van Armstrong. Namen van andere renners werden niet genoemd. Vrijman concludeert in het rapport dat het WADA erop uit was om de Amerikaan aan de schandpaal te nagelen.

De Nederlandse advocaat kraakt ook het onderzoek van het Franse laboratorium. De controleurs hebben niet de gangbare detectiemethoden gebruikt en zich niet gehouden aan de regels van een dopingcontrole. Het onderzoek was bedoeld ter verbetering van de huidige controle op epo, een dopinggeduid middel dat zorgt voor verhoging van het aantal rode bloedlichaampjes. Daardoor kan het bloed van de renner die epo gebruikt meer zuurstof opnemen. Het onderzoek is niet bruikbaar als dopingcontrole voor individuele gevallen achteraf. In dat opzicht bewijzen de resultaten van de analyses uit 1999 volgens Vrijman niets. Hij stelt in zijn rapport bovendien dat het laboratorium van Châtenay-Malabry weigerde belastende documenten af te staan. Ook WADA zou de advocaat hebben tegengewerkt. Getuigen durfen volgens hem niet te praten omdat ze bang waren voor vergeldingsacties van WADA.

Vrijmans rapport is vooral een aanklacht tegen de machtspositie van WADA. Een andere belangrijke conclusie is dat elk bewijs voor epo-gebruik door Lance Armstrong ontbreekt. Het rapport bevestigt de visie van de Amerikaan, die direct na de beschuldigingen in L’Equipe sprak van een complot. Ex-Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc sprak voor zijn beurt, toen hij Armstrong beschuldigde de fans te hebben bedrogen. „Waanzin”, noemde Armstrong zijn uitlatingen destijds.

Armstrong bezoekt de komende Tour als gast. Hij liet weten niet bij Leblanc langs te zullen gaan.