Eigen profeet eerst!

De schrijver Fouad Laroui had tijdens een lezing in De Balie een originele oplossing voor de toen spelende ‘cartoonkwestie’. Allah is voor sommigen dermate belangrijk dat hij niet bespot mag worden. Kan zijn. Maar dan moet, zei Laroui, hetzelfde gelden voor wie ik boven alles vereer en bewonder. Freud en Darwin bijvoorbeeld. Geen grapjes over de uitvinder van de psychoanalyse, of die van de evolutieleer. Respect graag.

De gedachte is aanlokkelijk. We mogen allemaal lijstjes indienen met namen van mensen met wie niet gespot mag worden. De VN stellen quota vast, boven een bepaald aantal komt iemand op de lijst der Onaantastbaren. Hoewel – daar komen we meteen in moeilijkheden, want er zijn ook kleine volkeren met goden en heiligen met weinig aanhang, en die mogen – zeker in VN-verband – natuurlijk niet gediscrimineerd worden. De lat moet dus heel laag komen te liggen. Het beste lijkt me om iedere wereldburger één naam op de lijst te laten zetten. Ik heb mijn keuze al klaar: Enki Bilal. Hij is mijn profeet.

Enki Bilal is een Franse striptekenaar van Joegoslavische afkomst. Hij is de tekenaar van mijn somberste gevoelens omtrent de wending die de geschiedenis de afgelopen jaren genomen heeft – en laat zien dat er te midden van verval, zwartgalligheid, oorlog, dreigende infectieziekten en technologische vooruitgang nog wel degelijk te leven valt. Ik doel hier vooral op het vierluik Le sommeil du monstre (De slaap van het monster), waarvan juist deel drie, Rendez-vous à Paris verschenen is.

Le sommeil du monstre is anti-sciencefiction. In ‘sciencefiction’ is de wereld er meestal op vooruit gegaan: techniek en wetenschap hebben de mogelijkheden van het mensdom meestal aanzienlijk verruimd. Bij Bilal – niets van dat al. Nike, Amir en Leyla kennen elkaar van een wiegje in een ziekenhuis in Sarajevo, als pasgeboren weesjes in het oorlogsjaar 1993. Dat bevalt me al meteen enorm – altijd al gedacht dat de Joegoslavische burgeroorlog het begin van een nieuwe, wredere wereld aankondigde.

Het eigenlijke verhaal speelt in 2026 – de techniek is wel voortgeschreden, maar van vooruitgang is geen sprake. Alles ziet er geweldig shabby uit, inclusief vindingen als vliegende taxi’s. De wereld is onveilig – zowel door onduidelijk blijvende politieke en militaire tegenstellingen, alsook door allerlei nieuwe ziekten en parasieten. Maar de liefde bestaat nog: Nike, Amir en Leyla blijven elkaar trouw, al zijn ze meestal vergeefs naar elkaar op zoek, geholpen door hun formidabele reukvermogen. Hun voornaamste contact is het dromen van elkaar – er is tussen 1993 en 2026 iets merkwaardigs met het menselijk brein gebeurd wat Bilal niet uitlegt, maar wat je als lezer toch aanneemt.

Ik moest bij lezing van dit deel drie denken aan wat de Sloveense filosoof Slavoj Zizek heeft geschreven over Freud. Die wordt nu door sommigen verguist omdat de psychoanalyse niet waarlijk zou bijdragen aan de geestelijke gezondheid van de patiënten – uitgedrukt in hun probleemloos functioneren in wat bij conventie ‘de werkelijke wereld’ genoemd wordt. Maar Freuds betekenis is juist dat hij heeft laten zien dat de wereld der dromen de werkelijke wereld is, niet die van alledag, meent Zizek.

Hoe prachtig de albums van Bilal ook zijn, zijn films kunt u beter mijden, die zijn stomvervelend. Ho, wacht – mag ik dat nog wel zeggen over een Onaantastbare?

Raymondvan den Boogaard

woensdag@nrc.nl