Eerst even tekenen

Het CDA verschilt opnieuw van mening met het kabinet over Europa: de zaak-Turkije.

Europa-woordvoerder in de Tweede Kamer Jan-Jacob van Dijk legt uit waarom.

Tussen Europa en Azië: de brug over de Bosporus in Istanbul. Foto Reuters Aerial view shows the Ortakoy Mosque (bottom) and the Bosphorus Bridge in Istanbul in this May 15, 2005 file photo. Foreigners have been allowed to buy property in Turkey again after a suspension last year and Duru Real Estate in Beyoglu - traditionally Istanbul's diplomatic centre, now packed with pricey bars - is hiring new staff to meet the new demand. To match feature Property-Turkey. REUTERS/Fatih Saribas/Files REUTERS

„Als het douaneprotocol tussen de Europese Unie en Turkije nog niet eens ter ratificatie op de agenda van het Turkse parlement staat, kunnen de toetredingsonderhandelingen met Turkije niet beginnen”, zegt Jan-Jacob van Dijk, de Europa-woordvoerder van het CDA in de Tweede Kamer.

Het CDA verzet zich tegen onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU. Maar de partij wil ook de ratificatie van het Europese toetredingsverdrag met Roemenië en Bulgarije enkele maanden uitstellen. Het kabinet wil dat niet. In beide gevallen wordt CDA-minister Bot (Buitenlandse zaken) gesteund door PvdA en VVD, maar niet door zijn eigen partij.

De kwestie van het douaneprotocol lijkt de volgende acte in de strijd tussen CDA en kabinet over Europa. „Met het douaneprotocol zou Turkije in feite Cyprus erkennen”, roept Van Dijk in herinnering. „Het begon er al mee dat de Turkse minister na de ondertekening nadrukkelijk zei dat het geen erkenning was. Dus Turkije onderhandelt met een club van 25 landen waarvan het er één niet erkent?”

„Maar als het nu ook nog niet eens door het parlement geratificeerd wordt, dan verzwakt de Europese Unie zijn onderhandelingspositie door toch te gaan onderhandelen. Omdat de EU dan laat zien: als puntje bij paaltje komt, houden we toch niet vast aan onze voorwaarden.”

Nog niet zo lang geleden gold de VVD als de meest eurokritische onder de grote partijen. Die rol lijkt nu door het CDA overgenomen.

„Dat zijn wij eigenlijk steeds geweest, kritisch. Maar vanuit een positieve grondhouding. Subsidiariteit, het toetsen van Europese wet- en regelgeving aan de vraag of iets niet beter op nationaal niveau kan worden geregeld, is van oorsprong een christendemocratisch idee. Ik roep in herinnering hoe met de motie van de CDA’er Verhagen is bereikt dat er bij de toetreding van tien nieuwe landen tot de EU in 2004 vrijwaringsclausules kwamen – de bepaling dat landen tijdelijk op bepaalde terreinen waarop ze niet aan de criteria voldeden, niet bij de EU kwamen.

„Ik verzet mij tegen de suggestie, dat het CDA nu opeens de oren laat hangen naar een soort gesundenes Volksempfinden inzake Europa. Wij vinden alleen dat in Europa gemaakte afspraken moeten worden nagekomen. Anders verlies je vertrouwen in de bevolking”.

Bent U tevreden met de Nederlandse beleidslijn, om de Europese Grondwet of een andere vorm van nieuw grondwettelijk verdrag voorlopig te laten voor wat het is, en te proberen op specifieke beleidsterreinen tot groter Europese integratie te komen?

„Het is een kwestie van vormgeving. We moeten nooit meer de term Europese Grondwet gebruiken, dat roept maar verwarring op. Maar aan de andere kant gaan we door vast te houden aan het Verdrag van Nice onherroepelijk vastlopen. We moeten bij gebleken behoefte verdragswijzigingen niet uit de weg gaan. We moeten immers echt iets doen aan de bevoegdheden van de Europese Commissie, en het Europese parlement. Daarnaast is er grote behoefte aan een efficiënt Europees veiligheids- en buitenlands beleid.”

Het CDA stemde in februari tegen het toetredingsverdrag met Roemenië en Bulgarije, omdat deze landen onvoldoende aan de criteria voldeden. Hoe ziet U dat nu?

„De ‘rode vlaggen’ van de Europese commissie voor Roemenië en Bulgarije hebben onze analyse van destijds bevestigd, dat het heel belangrijk is om bij die landen de druk op de ketel te houden: in Roemenië is het nog steeds niet tot een proces tegen een prominente corruptie-verdachte gekomen, en ook in Bulgarije zijn inmiddels achterstanden opgelopen”.

Is het niet wat pijnlijk dat het CDA in dit soort kwesties steeds tegenover de ‘eigen’ minister Bot komt te staan?

„De verschillen hebben steeds betrekking op de conclusies, niet op de feiten. In het geval van Roemenië en Bulgarije: wat de beste manier is om in die landen de hervormingskrachten te steunen”.

    • Raymond van den Boogaard