De bankier van Bush

Hij heeft er lang naar moeten zoeken, maar de Amerikaanse president Bush heeft een nieuwe minister van Financiën: Henry (‘Hank’) Paulson jr. Daarmee is de vervanging van de niet zozeer zwakke, maar wel machteloze minister John Snow een feit. Snow verving op zijn beurt al Paul O’Neill, Bush’ eerste bewindsman op het departement, die vooral bekendstond om zijn verbale uitglijders. De Amerikaanse president heeft tot nu toe geen gelukkige hand gehad in het kiezen van zijn ministers van Financiën. Dat is een groot verschil met zijn voorganger Clinton. Die begon met de sterke en geloofwaardige zakenbankier Robert Rubin en eindigde met de inhoudelijke zwaargewicht Larry Summers.

Bush’ keuze voor Paulson is toe te juichen. Het werd tijd dat er een bewindsman kwam die door Wall Street serieus wordt genomen. Paulson is sinds 1999 topman van de zakenbank Goldman Sachs. Ook Rubin was afkomstig van die bank, onbetwist een van de invloedrijkste instellingen in de Amerikaanse financiële wereld. Maar alleen met de benoeming van een zwaargewicht is het Witte Huis er nog niet. Het departement van Financiën, de Treasury , heeft sinds de dagen van Clinton fors aan invloed ingeboet. Het begrotingsbeleid wordt meer dan voorheen gedomineerd door politieke en ideologische overwegingen. De Treasury is de macht over de staatsfinanciën kwijtgeraakt aan het bureau voor budgetmanagement, en de minister hoort anders dan voorheen niet tot de intimi van de president. De machtsbasis zal gerepareerd moeten worden. Het lijdt weinig twijfel dat Paulson dit ook als eis heeft gesteld.

De lijst met werkzaamheden die hem wachten, is lang. Het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans is een bedreiging voor de internationale economische en financiële stabiliteit. Het structurele begrotingstekort is groot. De druk vanuit het Congres op China om zijn munt te revalueren draagt grote risico’s in zich voor de onderlinge verhoudingen tussen China en de VS. De veranderende rol van het Internationaal Monetair Fonds in een forum waarin gezamenlijk internationale economische en financiële kwesties worden aangepakt, kan niet plaatsvinden zonder actieve steun uit Washington. Dat geldt ook voor de verdere uitvoering van de schuldkwijtschelding aan de armste landen. En tot slot kunnen de internationale financiële markten wel wat zekerheid gebruiken. De stemming is al weken nerveus, en Ben Bernanke, sinds begin dit jaar de nieuwe man aan het roer van de Amerikaanse centrale bank, moet zijn reputatie nog vestigen.

Dat vraagt niet alleen om persoonlijke daadkracht. Het vraagt ook om gezag binnen het team van Bush, dat Paulson zal moeten heroveren. Aan zijn motivatie zal het niet liggen. De bankier verruilt een vast salaris van 38 miljoen dollar voor een ministersinkomen van nog geen twee ton. Met een discussie over topinkomens in de publieke sector zal Paulson in ieder geval niet worden lastiggevallen.