Creatief en saai

De fusie gisteren met weer een Zweeds internetbedrijf maakt Lost Boys weer wat serieuzer, maar de Google-achtige speelsheid is nog niet helemaal verdwenen.

De cactus staat symbool voor Lost Boys. Foto Bram Budel Het kantoor van Lost Boys, het logo van het bedrijf is een cactus overal staan dus cactussen en afbeeldingen daarvan. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Bij metrohalte Van der Madeweg in Amsterdam stop je gewoonlijk alleen om over te stappen. De flats, bedrijfspanden en bouwmarkten zijn er allemaal even grijs. Wie de paar honderd meter van de halte naar het kantoor van internetbedrijf Lost Boys aflegt, gaat ervan uit dat het bedrijf zijn hipheid waar het beroemd om was moet hebben verloren. Maar bij binnenkomst verandert alles. In de kantine staan oranje en felgroene stoelen en banken. De potjes pindakaas en pakken Venz-hagelslag op elke tafel lijken een statement: hier heerst nog steeds een Google-achtige speelsheid.

In de lift naar boven vertelt operationeel directeur Theo Cordesius dat de verhuizing van de Herengracht naar deze buitenwijk langs de A10 was ingegeven door ruimtegebrek en kostenbesparing. Maar dat de inrichting van het pand wel recht moest doen aan de creatieve sfeer die het bedrijf koestert. De jonge werknemers achter bureaus met beeldschermen en cactussen erop – de plant is sinds de oprichting het Lost Boys-logo – ontspannen zich tussen het werk door met computerspel of tafelvoetbal. Op de bovenverdieping klinkt luide popmuziek.

Dat het bedrijf de laatste jaren laveert tussen pragmatisme en creativiteit is ook aan de twee mannen te zien die namens het bedrijf het woord voeren. Oprichter en ‘actief commissaris’ Michiel Mol is jong en praat enthousiast over de snelle veranderingen in de internetwereld, waar hij zich ook als mede-oprichter van het digitale mediabedrijf Media Republic mee bezighoudt. Cordesius is ouder, en als het gaat over de creatieve werknemers van Lost Boys, zegt hij ‘zij’ in plaats van ‘wij’. Over de luide muziek: „Dat hebben ze nodig, zo doen zij dat.” En: „Dit bedrijf heeft nu een goede combinatie van ondernemende, creatieve mensen en van saaie mensen die op een efficiente operatie en de cijfertjes letten”. Hij hoort zelf bij de laatste, dat moge duidelijk zijn.

Het letten op de cijfertjes heeft er mede voor gezorgd dat het bedrijf zich de laatste paar jaar gestaag kon ontwikkelen tot een gezond, winstgevend bedrijf. Dertien jaar geleden begon Lost Boys met het maken van spelletjes op de reeds vergeten cd-i. Het bedrijf maakte een onstuimige groei door en groeide uit tot een icoon van de Nederlandse internet-scene, intussen wel lijdend aan een gebrek aan structuur en professionaliteit. De kentering kwam na het barsten van de internetzeepbel in 2001. Er volgde een beruchte sanering, puinruimers Cordesius en de Amerikaanse bestuursvoorzitter Robert Pickering maakten hun opwachting en Lost Boys fuseerde begin 2002 met het Zweedse Icon Medialab, waardoor het huidige LB Icon ontstond. Inmiddels heeft LB Icon een omzet van een kleine 100 miljoen euro, 800 werknemers in zeven landen en klanten als Unilever, KLM en Volkswagen.

Op dit moment zit het bedrijf in een nieuwe fase van de ontwikkeling tot een pan-Europese speler op de markt voor internetmarketing en -advies. Gisteren stemden de aandeelhouders in met de fusie met het kleinere, Zweedse bedrijf Framfab. Volgens Cordesius wordt het nieuwe bedrijf marktleider in Europa als het gaat om webmarketing. Een van de redenen voor de fusie is, zegt hij, dat klanten schaalgrootte eisen. Opdrachtgevers die internationaal actief zijn, werken liever met één bureau in al die landen dan met verschillende. Klanten als de KLM halen miljoenen euro’s aan omzet binnen via hun website, en willen dus een groot en solide bedrijf dat die site beheert. Mol: „Door onze internationale aanwezigheid en beursnotering weten klanten dat we er over zes maanden nog zijn. De tijd dat we concurreerden met een jongen op een zolderkamer, is echt voorbij.”

LB Icon zelf is selectiever geworden bij de keuze van opdrachtgevers. Het bedrijf wil alleen nog langdurige relaties met grote klanten, waarbij de website onderdeel is van een marketingplan voor de lange termijn. Zodoende heeft LB Icon vergeleken met een paar jaar geleden minder klanten, maar wel meer omzet.

Tegelijk met LB Icon is ook de internetwereld de laatste jaren volwassen geworden. Mol en Cordesius merken het aan de houding van hun klanten. „Vroeger zei men: doe mij een website”, vertelt Mol. Wat vaak resulteerde in een site waarvan de klant eigenlijk niet wist wat hij ermee moest, en al helemaal niet hoe hij er geld aan moest verdienen. Cordesius: „Nu heeft een klant een businessplan in de hand waar in staat waarom hij die investering wil doen.”

Het werken voor grote opdrachtgevers heeft als voordeel dat het nieuwe werknemers aantrekt. De prijzen die het bedrijf bijvoorbeeld won voor de ontwikkeling van de ‘Chatman’ van mobieletelefoonmerk Hi, gebruikt het voor zijn wervingscampagnes. In de hoogtijdagen van de internethype was het trekken van talentvol personeel Lost Boys’ grootste zorg. De tijden van schaarste op de arbeidsmarkt zijn nu voorbij, maar dat geldt ook voor de tijden dat een Lost Boy op zijn rode Kronanfiets naar de Herengracht reed. Voor sommige oud-werknemers raakte de lol er een beetje vanaf toen resultaten opeens belangrijker werden, en het bedrijf uitbreidde met minder creatieve, ondersteunde krachten. Toch beaamt ook een concurrent dat Lost Boys nog steeds een aantrekkelijke werkgever is voor veelbelovende ‘starters’, mede wegens de grote, prestigieuze opdrachten. En veel werknemers die er zijn vertrokken, koesteren de contacten die zij aan het bedrijf hebben overgehouden, zo blijkt uit de vele namen op de website exlostboys.com.

Het nieuwe bedrijf moet nu verder groeien. Het streeft naar een autonome omzetgroei van zo’n 10 procent per jaar, maar wil daarnaast overnames doen. Bijvoorbeeld van technologiebedrijven met een specialisme dat het bedrijf zelf nog niet in huis heeft, zoals streaming video (filmpjes via internet). Of in landen waar het bedrijf ook na de fusie nog niet zit, zoals Frankrijk. En, vertelt Cordesius, soms zijn er opdrachtgevers die vragen of LB Icon mee gaat als ze zelf naar een bepaalde regio willen, zoals Dubai of Abu Dhabi. Abu Dhabi? „Ja, de reis-, toerisme- en transportsector zijn erg in die regio geïnteresseerd. En dat zijn ook de bedrijven die zaken doen via internet.”

En het nieuwe bedrijf zou ook nieuwe, grote klanten moeten aantrekken. Mol heeft wel een verlanglijstje met bedrijven waar hij graag voor zou werken. „Richard Branson, met zijn Virginmerk, dat zou fantastisch zijn. En verder alle grote, vernieuwende consumentenmerken. Coca-Cola, Disney.” Voor Cordesius maakt het minder uit: „Alle klanten zijn mij even lief.”

    • Elske Schouten