Coördinatie zoek bij hulp op Java

In het rampgebied van de aardbeving op Java verdringen de hulporganisaties elkaar. Ze willen allemaal zichtbaar zijn – de coördinatie van de hulp lijdt daar wel eens onder.

Gewonde Indonesiërs krijgen verzorging in een sportstadion in Yogyakarta. Er is inmiddels een begin gemaakt met het massaal inenten van slachtoffers tegen mazelen. Foto Reuters Injured Indonesians receive treatment in an emergency hospital in a stadium in Yogyakarta May 31, 2006. Indonesia began immunising earthquake survivors against measles on Wednesday and helicopters swept disaster sites on Java island to look for isolated victims, but state help was still too slow for many. REUTERS/Dwi Oblo REUTERS

In de Kentucky Fried Chicken hangen ballons en slingers en er is een hoop kabaal. Zo vieren Indonesiërs die het kunnen betalen de verjaardag van hun kinderen. Een paar honderd meter verderop achter het hek van het Bethesda ziekenhuis liggen zesendertig zwaargewonde slachtoffers bovenop elkaar in de snikhete kapel. Zuster Rima vertrouwt erop dat meesten van hen de avond halen.

Surrealisme is onvermijdelijk wanneer het alledaagse leven voor de overgrote meerderheid terugkeert en voor de getroffenen zelf de rampspoed contouren krijgt. De cameraploegen pakken hun spullen weer in, de emotie van het lijdende individu is de wereld overgegaan en de kortstondige, heftige identificatie ebt weg. Fase 2 van de ramp is aangebroken.

Doe-het-zelf hulp rolt in dozen uit de passagiersvliegtuigen. De Kiwani’s van Noord-Jakarta hebben verband gestuurd en één Kiwani is meegereisd om het ergens op een nuttige plek achter te laten. De Rotary van Surabaya heeft gekozen voor instant noodles. En een motorrijder helemaal uit Bandung – type easy rider – vindt met zijn dozen biscuits en regencapes gretige afnemers bij de puinhoop van een ingestorte winkel. Iedereen gaat op de foto.

Professionelere hulporganisaties zijn inmiddels in groten getale in Yogyakarta neergestreken. De tijd dat leger, Rode Kruis en ingevlogen snuffelhonden bij aardbevingen al het werk deden, is allang voorbij – zeker als het gaat om ontwikkelingslanden. Er zijn vele tientallen niet-gouvernementele hulporganisaties hier, misschien wel meer dan honderd, want een overzicht is in deze fase nog moeilijk te maken.

Telkens weer duiken mensen op met T-shirts van weer een andere organisatie. Albert de Haan van de hulporganisatie Cordaid zit met zeven bevriende charitas-instellingen uit andere landen ergens in een kerk langdurig te vergaderen om het werk te verdelen, „want we willen niet allemaal hetzelfde doen”.

Coördinatie en samenwerking liggen voor de hand, maar anderzijds willen al deze organisaties zichtbaar zijn, want alleen dan kan de levenslijn met de donateurs – de achterban – in stand worden geboden. Zodoende heeft Cordaid hier bijvoorbeeld een speciale communicatiemedewerkster, die de media bedient én de Nederlandse achterban – een cruciale wisselwerking voor elke charitatieve instelling die naar continuïteit streeft.

In het kleine Elisabeth ziekenhuis middenin het eigenlijke rampgebied van Bantul aait een jonge, stevige blanke vrouw voorzien van een rijke variatie aan piercings liefdevol over de arm van een kermend oud vrouwtje. Het is Sacha Victoria uit Australië en haar Engelstalige badge leert dat ze verpleegster is. Ze is net binnengevlogen samen met een klein groepje collega’s. Ze hebben een busje gehuurd en kijken nu hoe ze zich verdienstelijk kunnen maken.

De directrice van het kleine ziekenhuis heeft geen idee wat Sacha precies komt doen, maar stelt na een korte inspectie vast dat het ook geen kwaad kan. Want aan elk bed verordonneert Sacha met een onvervalst Australisch accent „you should drink” en zet ze het rietje van de waterbeker aan de mond van de patiënt. „Zolang ze me nodig hebben, blijf ik”, vertelt ze. Ze brengt op haar eerste werkdag in het rampgebied in elk geval een hoop energie mee en kijkt zo vrolijk dat lethargische patiënten inderdaad een slokje nemen. Af en toe heeft Sacha mobiel contact met iemand in Yogyakarta om te horen of ze misschien ergens anders iets nuttigers kan doen.

„Coördinatie is inderdaad een geweldig probleem aan het worden”, zegt Jean Breteche, die namens de Europese Commissie naar het gebied is afgereisd, „want je ziet hier nu meer dan vijftig organisaties met eigen materiaal en die willen allemaal ergens aan de slag”.

Zijn Saoedi-Arabische collega Malik Aliun klaagt dat hij voor vijf miljoen dollar hulpgoederen wil afleveren, maar niet te horen krijgt van de regionale legerleiding waarheen. Volgens het World Food Program loopt de voedselvoorziening nu goed, volgens de chef van het het VN-kinderfonds is er zo’n voedseltekort dat het „een race tegen de klok wordt” en wat ik zelf zag, is dat er vooral een tekort aan drinkwater is. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie hier verdient daarentegen hygiëne nu de eerste prioriteit, niet voedsel, ook niet water.

Het dodental van de aardbeving staat nu op 5846, maar het is een getal dat meer precisie suggereert dan er in werkelijkheid is. Veel dorpjes van zo’n veertig of vijftig huisjes zijn alleen via smalle paden bereikbaar en nog niet systematisch uitgekamd. Daar wonen grotendeels straatarme mensen die leven van het land – bananen, suikerriet, cassave, rijst – en zich bij de bouw van hun huisjes meer zand dan cement hebben kunnen permitteren. Het gevolg is dat een schok van 6.3 op de schaal van Richter alles als een kaartenhuis heeft doen instorten.

In het afgelegen Derman zijn alle 148 huizen omgevallen, met zeventien doden. Vanmiddag is hier fase 2 begonnen: de bulldozer. De zeventien doden hebben ze zaterdag en zondag meteen kunnen begraven en enkele mensen gelden nog als vermist. De bulldozerchauffeur lijkt meer gedreven door haast dan door piëteit.

Er loopt ook iemand van de Catholic Relief Service uit de Verenigde Staten rond, vooral inventariserend, zo blijkt bij navraag. De CRS speelt sowieso een prominente rol. Hun groep zit hier al drie weken – klaar om uit te rukken in noordelijke richting wanneer de vulkaan Merapi een ramp zou gaan veroorzaken. Dat is niet gebeurd (al stoomt de Merapi vandaag weer wel en loopt er lava in de rivier) en dus hebben de Amerikanen de steven gewend en rijden ze af en aan tussen Yogya en het zuiden. En, aldus Paul Armour van CRS in Yogya, „wij waren door onze vroegtijdige aanwezigheid uitstekend gepositioneerd om hier de leiding te nemen”.

Het is anders gelopen en de leiding heeft nog even niemand.

    • Ben Knapen