Brussel wil lek vliegdata snel dichten

Snelle reparatie van het akkoord met de VS over vliegdata is geboden, vindt de Europese Commissie. Anders dreigt chaos op de transatlantische routes.

De Europese Unie moet „haar focus richten op een nieuwe politieke agenda voor de burgers”. Dat was het kloeke appèl waarmee de Europese Commissie begin deze maand haar ‘Agenda voor de toekomst van de EU’ lanceerde.

Sinds gisteren ligt er een klus met hoge urgentie voor de burgers: snel een nieuw akkoord sluiten met de Verenigde Staten over de overdracht van persoonsgegevens van vliegtuigpassagiers.

Lukt dat niet, dan ligt in het najaar chaos in het transatlantische vliegverkeer in het verschiet. Het is niet moeilijk te raden wie daarvan de dupe zijn: de Europese luchtvaartmaatschappijen én de Europeanen die naar de VS (en Canada) willen of moeten.

Er is wel een akkoord over de overdracht van de vliegdata aan de VS, maar dat is gisteren door het Europese Hof van Justitie in Luxemburg onderuitgehaald. Het hof geeft Brussel tot 30 september te tijd om de bestaande overeenkomst te repareren – daarna verdwijnt die in de prullenbak.

Op veel consideratie van de VS hoeft Europa niet te rekenen. Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 hebben de VS hun wetgeving voor luchtreizigers aangescherpt. Luchtvaartmaatschappijen die verbindingen naar of vanuit de VS verzorgen of die over Amerikaans grondgebied vliegen moeten de boekingsgegevens van hun passagiers aan de douane van de VS verstrekken.

Concreet verlangen de VS sindsdien 34 persoonsgegevens, uiteenlopend van naam en leeftijd tot e-mailadres, maaltijdservice aan boord, vliegfrequentie, verblijfplaats, reisagent en telefoonnummers van contactpersonen. Firma’s die niet meewerken, kunnen hun transatlantische vluchten schrappen: zij krijgen geen toestemming het Amerikaanse luchtruim binnen te vliegen.

Onder druk van de strengere Amerikaanse wet kwam de EU vier jaar geleden in actie. Het vooruitzicht van een onoverzichtelijke kluwen van bilaterale overeenkomsten waarin Europese luchtvaartmaatschappijen het op een akkoordje zouden gooien met de Amerikaanse douane, voedde de bezorgdheid.

Brussel vroeg zich met name af of wel recht zou worden gedaan aan de Europese afspraken over de bescherming van persoonsgegevens. En of er niet gemakkelijk concurrentievervalsing zou ontstaan door de VS de kans te bieden alleen in zee gaan met luchtvaartmaatschappijen die het met de privacy minder nauw nemen?

Kortom, er was de EU-landen veel aan gelegen dat voor alle betrokken maatschappijen dezelfde verplichtingen zouden gelden. Uiteindelijk werd daarover in mei 2004 overeenstemming bereikt met de Amerikaanse autoriteiten.

Maar het Europees Parlement ging dit akkoord veel te ver. Het vocht de juridische grondslag (eerlijke werking interne markt) aan en betwijfelde of de Europese privacyregels wel onvoldoende in acht waren genomen.

In zijn arrest van gisteren stelde het hof het parlement op het eerste punt ondubbelzinnig in het gelijk: overdracht van passagiersgegevens in het kader van de bestrijding van terrorisme valt niet onder de interne-marktregels. Omdat deze juridische basis al niet deugt, hoefde het hof geen inhoudelijk oordeel meer te vellen over de privacybescherming.

Hoe nu verder? De zaak op zijn beloop laten is geen optie, beklemtoonde Europees Commissiaris Franco Frattini (Justitie) gisteren. Dat zou leiden tot een onaanvaardbare jungle in het transatlantische luchtverkeer met voorspel-bare winnaars in de VS en verliezers in Europa.

Voor de korte termijn zet Frattine zijn kaarten op „een ander juridisch jasje”. Dat zou een afspraak tussen alle EU-regeringen kunnen zijn om de luchtvaartmaatschappijen toestemming te geven de door de VS verlangde data over te dragen „in het belang van de strijd tegen terrorisme”, die ook een verklaarde Europese prioriteit is.

Over deze „nooduitgang” wil Frattini de EU-ministers van Justitie morgen in Luxemburg consulteren. Als zij er ook wat in zien, zou reparatie van het juridische lek voor de fatale datum van 30 september kunnen lukken.

Fraai is anders, omdat het Europees Parlement bij deze intergouvernementele oplossing formeel buitenspel staat. Terwijl daar juist de inhoudelijke kritiek op het akkoord vandaan komt. „De kernvraag is of royale uitwisseling van passagiersdata helpt tegen terrorisme. Europa mag niet soepeltjes zijn zorgvuldige privacyregels overboord gooien zonder dat nut en noodzaak daarvan zijn aangetoond”, zegt D66-europarlementariër Sophie in ’t Veld.

Voor de wat langere termijn ziet commissaris Frattini de uitspraak van het Europees hof als een steun in de rug voor versterking van de Europese samenwerking bij politie en justitie. Bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit zou dan ‘EU-status’ moeten krijgen met bijbehorende bevoegdheden op Europees niveau, inclusief medebeslissingsrecht voor het europarlement.

Zo’n operatie – ‘passerelle’ in het jargon – zou volgens Frattini nog voor het eind van het jaar geregeld kunnen worden. Voorwaarde is dan wel dat alle EU-landen daar unaniem mee instemmen. Van de burgers hoeven zij dat niet te laten, meent Frattini, want uit peilingen blijkt volgens hem steevast dat zij veiligheid bij uitstek een taak voor Europa vinden.

    • Joop Meijnen