Boodschapfilm die als ’n mokerslag aankomt

The Road to Guantánamo. Regie: Michael Winterbottom en Mat Whitecross. Met: Roz Ahmed, Farhad Harun, Arfan Usman, Shahid Iqbal, Ruhel Ahmed, Asif Iqbal, Shafiq Rasul. In: 7 bioscopen.

Eerst waren er vier, nu nog maar drie. Jongens uit het Engelse Tipton die naar Pakistan gingen omdat er eentje van hen zou trouwen en die via een omweg door Karachi, Kabul en Kandahar in het Amerikaanse strafkamp Guantánamo Bay terechtkwamen.

Daar werden ze met allerlei ‘bewijs’ geconfronteerd dat hen in verband bracht met Osama bin Laden en Mohammed Atta. Ze konden de beschuldiging ontkrachten doordat ze ten tijde van de veronderstelde feiten onder huisarrest van de Engelse politie waren geplaatst.

Regisseurs Michael Winterbottom en Mat Whitecross laten in hun docudrama The Road to Guántanamo bewust in het midden wat de jongens bezielde om aan de vooravond van de Amerikaanse aanval op Afghanistan de grens met dat land over te steken. „Humanitaire redenen”, zeggen ze zelf, in de film, en in de vele interviews die ze gaven sinds de première van de film op het Filmfestival Berlijn waar hij met een Zilveren Beer werd bekroond.

In een moskee in Karachi werden ze aangespoord om hun moslimbroeders ‘te helpen’, vertellen ze. Het klinkt naïef, en waarschijnlijk waren ze ook naïef. Naïef en vooral nieuwsgierig, een buskaartje kostte toch maar 2 pond, en dat alles dus op de verkeerde plaats en tijd. Ze gingen: Ruhel Ahmed, Asif Iqbal, Shafiq Rasul en Monir Ali. Van de laatste ontbreekt sinds de bombardementen begonnen elk spoor. Dat was in oktober 2001.

Uit een mix van nagespeelde scènes, archiefbeelden en interviews met de echte Ruhel, Asif en Shafiq monteerden Winterbottom en Whitecross (de initiatiefnemer van het project) een film die aankomt als een mokerslag. Dat is doordat de film (die om die reden ook wel is vergeleken met propaganda) het niet de ‘waarheid’ over deze jongens tracht te vinden, maar een morele boodschap verkondigt.

Daarover was Winterbottom in Berlijn duidelijk: „De film is een aanklacht tegen de manier waarop Amerika zijn krijgsgevangen behandelt.” De lange weg van vernedering naar vernedering en van klein kwaad tot steeds een beetje erger is in The Road to Guantánamo minutieus en soms bijna tergend gereconstrueerd. Hij neemt je mee in de containers waarin de Amerikanen hun gevangenen vervoeren. Hij neemt je mee in de isolatiecellen en de martelkelders. Hij neemt je mee naar het moment waarop je álles wel wilt bekennen om maar even rust te krijgen. En hij neemt je mee voorbij dat moment, als alles weer overnieuw begint. Het is een film die bij de toeschouwer woede oproept, machteloosheid en verdriet en met die al te menselijke gevoelens volkomen slaagt in zijn doelen: aandacht vragen voor de menselijke invalshoek van een oorlogsindustrie.

Met Winterbottoms vluchtelingendrama In this World (2002) heeft The Road to Guantánamo zijn groezelige en daardoor realistisch aandoende digitale video-stijl gemeen. Met films als 24 Hour Party People (ook 2002, over de muziekscene in Manchester), de sciencefictionfilm Code 46 (2003) en de expliciete sex ‘n’ drugs ‘n’ rock ‘n’ roll-film 9 Songs (2004) heeft hij zich bewezen als een van de snelste, meest veelzijdige en getalenteerde filmers van dit moment.

In Engeland was The Road toGuantánamo, net zoals het een paar weken geleden in Nederland uitgebrachte Bubble van Steven Soderbergh dat in Amerika was, ook een pilot-project voor een multimedia-release, dat wil zeggen tegelijkertijd op televisie, dvd, in bioscopen en via internet te bekijken. Dat betekent dat de film in Nederland in sommige import-videotheken al te huur is, waardoor het wel weer van distributiedurf getuigt om de film nu, in samenwerking met Amnesty International/Movies that Matter, ook nog in zeven bioscopen uit te brengen.