‘Schiphol is geen gewoon bedrijf’

De Eerste Kamer wil van de gemeente Amsterdam weten waarom zij tegen de verkoop van staatsaandelen van Schiphol is. Wethouder Lodewijk Asscher komt met een nieuw voorstel.

‘Schiphol-wethouder’ Asscher. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Lodewijk Asscher PvdA Amsterdam Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060609

Een dag nadat PvdA’er Lodewijk Asscher was geïnstalleerd als loco-burgemeester van Amsterdam en wethouder Luchthaven hing Gerrit Zalm aan de telefoon. De VVD-minister van Financiën was bezorgd. In het programma-akkoord van het roodgroene college van B en W staat dat Amsterdam niet meewerkt aan de privatisering van Schiphol en zijn aandelen niet verkoopt. Het college van PvdA en GroenLinks frustreert de kabinetsplannen een minderheidsaandeel in de luchthaven Schiphol te verkopen, vindt Zalm. De opbrengst, geschat op één miljard euro, wil het kabinet inzetten voor betere mobiliteit.

Het Amsterdamse ‘nee’ leidt tot een vertraging van de behandeling van het wetsontwerp in de Eerste Kamer. De Tweede Kamer stemde een jaar geleden al in met de verkoop van aandelen, zolang de meerderheid in handen van de overheid blijft. Maar waarom zouden we de privatisering bespreken, als Amsterdam het plan kan vetoën, vragen de senatoren zich af. Ze nodigen daarom vandaag een delegatie van de gemeente uit om een toelichting te geven.

De luchthaven Schiphol is een zeer renderende onderneming (het nettoresultaat bedroeg vorig jaar ruim 190 miljoen euro), waarvan alle aandelen in handen zijn van de overheid. Het rijk bezit 75,8 procent, Amsterdam 21,8 procent en Rotterdam 2,4 procent. Het kabinet wil een deel van de aandelen naar de beurs brengen of onderhands verkopen. De concurrentie met andere luchthavens zal verscherpen en dat noopt tot extra investeringen die volgens het kabinet – en de directie van Schiphol – beter aan de markt kunnen worden overgelaten. De gemeente Amsterdam is tegen de privatisering en kan dit blokkeren met een veto. „De fundamentele zorg van Amsterdam is de centrale these van het kabinetsvoorstel dat Schiphol een gewoon bedrijf zou zijn”, zegt luchthavenwethouder Asscher voor zijn gesprek met de senatoren. „In onze ogen is Schiphol geen gewoon bedrijf.”

Waarom niet?

„Schiphol is met zijn hub- of overstapfunctie en uitgebreide netwerk van strategisch belang voor het vestigingsklimaat van de Randstad en de internationale concurrentiepositie van Nederland. Dankzij deze hubfunctie gebruikt Air France-KLM de luchthaven Schiphol als thuisbasis.

De beperkte groeimogelijkheid op Schiphol dwingt tot het maken van keuzes. De overheid kan zich als eigenaar veroorloven om bij de ontwikkeling van de luchthaven primair voor de lange termijn hubontwikkeling te kiezen. Bij het maken van strategische keuzes kunnen de aandelen van zo’n bedrijf – gezien ook het publieke belang – beter in handen zijn van de overheid dan van private beleggers. Wanneer overheidsaandelen worden verkocht, zou dat kunnen betekenen dat de luchthaven zich richt op het korte termijn financieel gewin, zoals de keuze voor investeringen in prijsvechters en chartermaatschappijen, vastgoed, winkels en in buitenlandse luchthavens. Dit alles zou ten koste kunnen gaan van Schiphol als mainport en daarmee het economische belang van Nederland.”

Het kabinet en de Schiphol-directie denken dat een geprivatiseerde onderneming een betere toegang heeft op de kapitaalmarkt.

„Dat argument is wat ons betreft niet steekhoudend. De toegang tot de kapitaalmarkt voor Schiphol als solide onderneming moet geen problemen opleveren. Ook het vermeende negatieve aureool dat om Schiphol als staatsbedrijf zou hangen, heeft ontwikkelingen in het buitenland niet in de weg gestaan. Zo heeft Schiphol in New York de terminal op JFK succesvol kunnen ontwikkelen.”

Het rijk wil aandelen afstoten en Amsterdam houdt dat tegen. Hoe wordt de impasse doorbroken?

„De minister heeft Amsterdam onlangs aangeboden om bij een beursgang als eerste zijn aandelen (21,8 procent) te mogen verkopen. Aangezien de Tweede Kamer heeft bedongen dat ten minste 51 procent in overheidshanden moet blijven, betekent dit dat het rijk dan maximaal 27,2 procent (49 procent min 21,8 procent) van zijn aandelen zou kunnen verkopen. Amsterdam stelt voor samen met het rijk te onderzoeken of zij ongeveer 29 procent van de aandelen van het rijk kan overnemen.”

Wat is het voordeel voor Amsterdam wanneer de gemeente bijna 51 procent (21,8 plus 29) van de aandelen in handen heeft?

„Amsterdam verstevigt als directe belanghebbende bij de hubfunctie de greep op de onderneming en wordt hierbij niet gehinderd door de zogenoemde dubbele petten problematiek. Immers wetgeving en handhaving vallen onder verantwoordelijkheid van het rijk. Het rijk kan zich conform zijn eerder geuite wens gedeeltelijk terugtrekken uit de onderneming en cashen.”

En hoe financiert Amsterdam dat?

„Budgettair neutraal. Minister Zalm wil bij de beursgang of onderhandse plaatsing een zogenaamd superdividend uitkeren aan de aandeelhouders. Het zou gaan om een uitkering van 1,2 miljard euro. Dit is feitelijk een achterstallige betaling van het dividend waar de huidige aandeelhouders recht op hebben, maar dat ze bewust – in het belang van Schiphol – aan het eigen vermogen hebben toegevoegd. Dat zou Amsterdam een paar honderd miljoen euro kunnen opleveren.”

Bij verkoop van 49 procent van de aandelen rekende Zalm op een opbrengst van één miljard euro; de verkoop van 29 procent moet dan zo’n 600 miljoen euro opleveren.

„Nee, het wordt minder. Bij een beursgang of onderhandse plaatsing wil minister Zalm de onderneming herkapitaliseren, een wijziging van de kapitaalstructuur van Schiphol. De verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen is bij Schiphol 70-30. Via herkapitalisatie trek je meer vreemd vermogen aan en wordt de waarde van je aandelen lager. De prijs wordt voor Amsterdam lager om de aandelen te verwerven.”

Het rijk krijgt dus beduidend minder dan waar ze op rekende.

„Dat is ongetwijfeld een bezwaar, maar een paar honderd miljoen euro is voor Zalm toch altijd beter dan niks. Ik vind dat we deze optie serieus moeten onderzoeken om de patstelling te doorbreken.”