Parlementariër doet politiewerk

Tweede-Kamerlid Hilbrand Nawijn doet onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra. „Het is heel zuiver wat ik doe.”

Leeuwarden, 30 mei. - Een parlementariër die onderzoek doet in een moordzaak? „Ik doe wel meer onconventionele dingen”, zegt onafhankelijk Tweede-Kamerlid en oud-advocaat Hilbrand Nawijn. Hij geeft toe dat zijn bemoeienis met het opsporingsonderzoek in de moordzaak Vaatstra „buitenparlementair’’ is. „Maar ik doe geen dingen buiten de wet om.’’

Nawijn wil de zaak „lostrekken”, samen met zijn assistent Bart Bakker en oud-rechercheur Hans Akerboom. Hij vraagt het publiek om geld over te maken op de stichting Fondsenwerving Nawijn.

De familie zit met veel onbeantwoorde vragen en frustraties, vertelt het Kamerlid. Hun dochter Marianne werd in de nacht van 30 april op 1 mei 1999 in een weiland bij Veenklooster verkracht en gewurgd. De 16-jarige scholiere uit Zwaagwesteinde was die nacht uit geweest in Kollum en reed op de fiets alleen terug. Het rechercheonderzoek leidde tot de aanhouding van verschillende verdachten, maar de dader werd nooit gevonden.

Volgens Nawijn weigert justitie goed onderzoek te doen. Hij schakelde oud-rechercheur Akerboom in, die met de familie Vaatstra en dertien Friese agenten sprak. De oud-rechercheur meende dat sporen op de polsen van het slachtoffer en fietsbandsporen nabij de plaats van het misdrijf niet goed zijn onderzocht. Nawijn: „We hebben alleen maar opgetekend. Veel rechercheurs zijn gefrustreerd. Ze vinden dat dingen niet goed zijn uitgerechercheerd.”

Nawijn is op grond van de bevindingen van Akerboom van mening dat voor het vastbinden van het meisje waarschijnlijk geen touwen, maar handboeien zijn gebruikt. „Die heeft toch niet iedereen? Alleen een politieagent, een stadswacht, beveiligingsbeambte of iemand die aan SM doet.”

Nawijn wil een grootschalig DNA-onderzoek onder 20.000 mannen die binnen een straal van vijftien kilometer van het misdrijf wonen of woonden. Ook wil hij dat alle politiemensen die bij het onderzoek betrokken waren, DNA afstaan. Het Kamerlid, dat inmiddels samenwerkt met misdaadverslaggever Peter R. de Vries, heeft vier „potentiële verdachten” op het oog, op basis van tipgevers en eigen onderzoek. „Van één weten we zeker dat hij bij de politie werkt. Dat is best schokkend. Van de ander zijn we dat aan het uitzoeken.”

Namen noemt hij niet. „Ze weten ook niet dat zij onze verdachten zijn. We willen eerst meer tips over hen natrekken.” Nawijn hoopt dat ze „onrustig” worden en „fouten gaan maken”. Gaat de parlementariër niet erg ver? Melden dat je namen van verdachten hebt, van wie er een politieagent is? Nawijn: „Dat doen we expres om meer tips binnen te krijgen.” Nawijn sluit niet uit dat van de vier al wel DNA is afgenomen. Hij wil uiteindelijk met één naam en onderliggend bewijs naar justitie. „Maar zover ben ik nog niet.”

Volgens woordvoerder Martine Verhaag van justitie in Leeuwarden moet Nawijn het OM informeren als hij wil weten of van een van de vier potentiële verdachten DNA is afgenomen. „Maar dan moet hij wel met sterk onderliggend bewijs komen. Dan kunnen we zeggen of we iemand kunnen uitsluiten of niet.” Nieuwe feiten moeten door de politie worden onderzocht, onderstreept ze. „Die heeft in dit land opsporingsbevoegdheid. We hebben een cold-caseteam dat de zaak nog behandelt en dat nieuwe tips kan natrekken.”

Overigens vindt het OM dat tot nog toe geen nieuwe feiten naar boven zijn gekomen uit Nawijns navorsingen. De sporen op de polsen en van de fietsband zijn voldoende onderzocht, aldus justitie. Eerder stonden 800 mannen vrijwillig DNA af. Het betrof hier vrienden en kennissen van Marianne Vaatstra, eerder veroordeelde zedendelinquenten en mensen die door anderen waren genoemd.

Nawijn en de vader van Marianne Vaatstra zijn morgen bij een protestmanifestatie bij het gerechtsgebouw in Leeuwarden.

    • Karin de Mik