Ook voor Verdonk geldt de grondwet

Minister Verdonk had niet naar buiten mogen brengen dat de Kosovaarse scholier Taïda Pasic zou hebben gefraudeerd, aldus het CBP. Verdonk wijst de kritiek af.

Den Haag, 30 mei. - Het ministerie van Justitie was er in 2002 al voor gewaarschuwd dat het verstrekken van individuele details uit vluchtelingendossiers in strijd met de wet is. De Nationale Ombudsman oordeelde toen dat het verstrekken van dergelijke informatie in strijd is met het principe dat asielzoekers moeten kunnen rekenen dat door hen aan de overheid verstrekte informatie vertrouwelijk blijft.

Zelfs het bevestigen van reeds bekende informatie uit dergelijke dossiers is dan uit den boze, zo oordeelde de Ombudsman. Die noemde de handelswijze van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onder verantwoordelijkheid van de toenmalig staatssecretaris van Justitie Ella Kalsbeek (PvdA) „onbehoorlijk”.

Toch vroeg minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) vorig jaar maart de Tweede Kamer om toestemming om „in zeer uitzonderlijke omstandigheden” persoonsgegevens uit vreemdelingendossiers openbaar te maken. Toen lag er al een waarschuwing van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat alleen „een goede taakvervulling van de minister” dergelijk handelen door de minister rechtvaardigt.

Verdonk greep de publieke commotie rond de Kosovaarse scholiere Taïda Pasic afgelopen februari aan om haar eerder aangekondigde beleid in de praktijk te brengen. Taïda Pasic had gefraudeerd, misbruik gemaakt van Nederlandse regelgeving en haar paspoort vernietigd, meldde De Telegraaf op gezag van Verdonk.

In daarop volgend spoeddebat met de Tweede Kamer herhaalde Verdonk die beschuldigingen: „Ik heb openbaar gemaakt dat de familie bij vertrek een premie van 7.000 euro had ontvangen. De inreis op een Frans toeristenvisum (door Taïda Pasic, red.) heb ik toen gekwalificeerd als fraude.”

„Onzorgvuldig en onrechtmatig”, noemde het CBP gisteren na onderzoek de handelswijze van Verdonk. De publiciteit rond de scholiere had geen moment handhaving of uitvoering van het vreemdelingenbeleid in gevaar gebracht. Er was dus geen sprake van een uitzonderingsgrond. Verdonk kan zich volgens het CBP ook niet verschuilen achter steun van een Tweede-Kamermeerderheid. Want die biedt een minister geen ruimte om zich „aan wet en grondwet te onttrekken”.

Verdonk zal in de Tweede Kamer tekst en uitleg moeten geven over het oordeel van het CBP, al was het maar omdat zij gisteren in reactie erop liet weten dat er wel degelijk sprake was van een uitzonderingssituatie die haar handelswijze rechtvaardigde. Met name de oppositiepartijen hebben kritiek op haar handelwijze.

Voor de vraag of Verdonk in de toekomst opnieuw zo mag opereren, is het van belang of Taïda Pasic met het oordeel van het CBP naar de rechter stapt en schadevergoeding eist. De Wet bescherming persoonsgegevens biedt die mogelijkheid. Het zal voor Pasic moeilijk zijn om materiële schade te bewijzen. Ze is inmiddels in staat gesteld om haar VWO-diploma in eigen land te halen. Maar ze heeft ook de mogelijkheid om bij de rechter een vergoeding wegens immateriële schade te eisen, omdat ze door Verdonk publiekelijk te kijk is gezet als fraudeur. En dat had Verdonk, zegt het CBP, niet mogen doen.

    • Jos Verlaan