Onze geheimen zijn niet veilig

Justitie knabbelt aan het beroepsgeheim van de advocaat. Maar ook artsen – en hun patiënten – moeten zich zorgen maken.

Met de voeten op zijn bureau liet de Amsterdamse advocaat Nico Meijering via de televisie weten dat de politie hem maar moet komen ophalen. Aanleiding voor dit demonstratieve gebaar was dat de Amsterdamse rechtbank hem heeft opgeroepen als getuige in de zaak tegen zijn cliënt, een voormalig politieman die wordt verdacht van het verkopen van geheime informatie aan de onderwereld. Meijering weigert categorisch iets te zeggen vanwege zijn beroepsgeheim, een wettelijke plicht.

Iedere getuige is echter ook verplicht voor de rechter te verschijnen. Ook al hebben artsen, geestelijken en advocaten (en trouwens ook mogelijke verdachten zelf) een wettelijk recht zich van het geven van een antwoord zoals dat heet te verschonen. Dit verschoningsrecht blijft een uitzondering en moet telkens van vraag tot vraag worden afgewogen. Het hoeft bijvoorbeeld niet op te gaan voor dingen die dateren van vóórdat de vertrouwensrelatie met de cliënt tot stand kwam.

Het toneelstukje van Meijering moet niet de aandacht afleiden van het grote belang van deze zaak. Een behoorlijke rechtspleging staat of valt er mee dat iedere burger zich in strikt vertrouwen tot een raadsman kan wenden. Net zoals het medisch geheim een basisvoorwaarde is voor de gezondheidszorg. Minister Donner (Justitie) heeft het belang van het verschoningsrecht erkend. Toch vroeg hij een speciale adviescommissie over de advocatuur te bekijken of het zwijgrecht ook moet opgaan voor advocaten met vooral een adviespraktijk. De commissie concludeerde terecht dat er geen scheiding valt te maken tussen adviseren en procederen en vindt dat het verschoningsrecht intact moet blijven.

In de praktijk wordt er echter voortdurend aan geknabbeld. De telefoon van de advocaat mag in beginsel niet worden getapt, maar een recente wetswijziging maakt het mogelijk dat vertrouwelijke gesprekken met advocaten worden meegenomen in telefoontaps die bij een verdachte worden gezet. Nederland geldt internationaal als koploper in het tappen. De nieuwe wet wil wel de schade beperken door de verantwoordelijke officier van justitie te gelasten de „bijvangst” die onder een beroepsgeheim valt zo snel mogelijk te laten wissen. Daar wordt de hand mee gelicht, klaagt de Nederlandse Orde van Advocaten. „Het komt herhaaldelijk voor dat getapte gesprekken met geheimhouders niet worden vernietigd maar ‘gewoon’ in het dossier worden gevoegd”. Voor de rechtbank Den Haag was dat twee jaar geleden een reden om in een grote strafzaak over een gasexplosie het openbaar ministerie het recht op strafvervolging te ontzeggen. Maar in februari van dit jaar vond het gerechtshof Den Haag in hoger beroep deze sanctie te ver gaan omdat het een ernstige zaak betrof en de ten onrechte bewaarde tapverslagen daarin uiteindelijk geen belangrijke rol speelden.

Het vertrouwen dat beschermde gesprekken direct worden vernietigd, heeft echter een zelfstandige betekenis. Deze behoort de doorslag te geven, zoals de wet zegt. Ook Donner probeert de wettelijke waarborg te beperken. Hij houdt technische maatregelen om de beschermde bijvangst te blokkeren af, hoewel het College Bescherming Persoonsgegevens – de officiële privacywaakhond – daar met zoveel woorden om heeft gevraagd. De minister wil zelfs niet dat een niet bij het onderzoek betrokken officier de beschermde gesprekken uitzift in plaats van de ‘zaaksofficier’, die een eigen belang kan hebben bij de beschermde informatie. Waarom overigens niet een rechter?

In de Volkskrant vond een kantoorgenoot van Meijering het vreemd dat de advocatuur op de korrel wordt genomen en niet artsen. Helaas is dat laatste niet het geval. Ziekenhuizen krijgen steeds meer de politie aan de deur, signaleert de arts en juriste W.L.J.M. Duijst-Heesters in een recent Nijmeegs proefschrift. Ook telefoontjes met de dokter kunnen worden getapt – en bewaard. Eerder deze maand wees de Hoge Raad een bevel tot het openen van een medisch dossier af, maar waarschuwde veelbetekenend dat dit „niet absoluut” wordt beschermd.

De politie kan zonder rechterlijk bevel een behandelkamer binnenvallen omdat zo’n bevel alleen vereist zou zijn voor de verpleegafdeling. De gedachte alleen al! In plaats van daar krachtig stelling tegen te nemen sluiten ziekenhuizen convenanten met politie en justitie, compromissen waarop veel valt af te dingen zoals uit de dissertatie blijkt. De afspraken lopen lokaal uiteen, zodat een hulpzoekende maar moet afwachten wat zijn rechten zijn. Het zijn wél afspraken over het hoofd van de patiënt heen. Toch behoort het medisch geheim juist aan hém toe en niet het ziekenhuis. Dit heeft tegenwoordig te maken met agressief gedrag, wapens en drugs. Het risico is een ‘voor-wat-hoort-wat’-afspraak, zoals mevrouw Duijst het noemt: vertrouwelijke medische informatie in ruil voor politiebescherming. Dat is pas goed de bijl aan de wortel van de rechtsstaat.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

kuitenbrouwer@nrc.nl

    • Frank Kuitenbrouwer