‘Nederland bestaat bijna niet’

Reinier Salverda, hoogleraar Nederlands in Londen, wordt directeur van de Fryske Akademy in Leeuwarden. Hij kijkt terug op 17 jaar Nederlands onderwijzen.

Reinier Salverda (Foto Floris van Straaten)

Reinier Salverda, de vertrekkende hoogleraar Nederlands aan University College London, voert zijn bezoek eerst even langs de kast met de mummie van filosoof Jeremy Bentham (1748-1832), een van de grondleggers van de universiteit. Glimlachend wijst hij op de excentrieke geleerde, die opdracht had gegeven zijn overschot te conserveren. Van achter een glazen wand staart Bentham peinzend voor zich uit.

„Ik zal deze omgeving missen”, zegt Salverda, die zijn leerstoel sinds 1989 heeft bekleed. Vanaf 1 juni wordt hij directeur van de Fryske Akademy in Leeuwarden. Salverda (57) mag nakomeling zijn van een gelijknamige befaamde Friese dichter maar hij moet zelf zijn Fries nog wat bijspijkeren. Hij heeft nooit eerder in Friesland gewoond.

Wel heeft hij volop ervaring met talen die in een minderheidspositie verkeren, met name het Nederlands. Acht jaar lang gaf hij Nederlands aan de Universitas Indonesia in Jakarta en de laatste zeventien jaar aan UCL in Londen. „Al in Indonesië begon ik het belang van taaldiversiteit in de wereld te beseffen. Daar sprak iedereen drie of vier talen vloeiend. Dat zou ook zo moeten worden met Friese kinderen.”

Hoeveel belangstelling is er in het Verenigd Koninkrijk voor Nederland en het Nederlands?

„Die is min of meer hetzelfde gebleven. Je hebt hier, afgezien van een groepje specialisten die heel goed op de hoogte zijn, te maken met een beleefde onwetendheid. In de media bestaat Nederland bijna niet. Wel is er nog steeds belangstelling voor de Gouden Eeuw. Wij hebben daar ook een speciaal masters-programma voor de studenten voor, waarbij ze 17de-eeuws Nederlands leren lezen.”

Hoeveel studenten zijn er op UCL, dat per slot van rekening als enige Britse universiteit een afzonderlijke vakgroep Nederlands heeft?

„We hebben hier gemiddeld zo’n negen tot tien eerstejaars studenten, in totaal zo’n dertig, omdat er gaandeweg altijd studenten afvallen. We selecteren aan de poort via gesprekken. Dat mag hier in Engeland. Ongeveer de helft van de belangstellenden die zich aanmelden wijzen we af, omdat we denken dat ze niet geschikt voor de studie zijn. De studenten hebben vier jaar voor hun studie inclusief een stage van een jaar in Nederland of Vlaanderen.

„Daarna zijn ze echt klaar voor de wereld. Je merkt dat ze dan vol zelfvertrouwen zijn. De een werkt voor een vertaalbureau in de Londense City, een ander weer voor een verzekeringsconcern uit Edinburgh.”

Wat voor achtergrond hebben de studenten?

„Het zijn allang niet meer allemaal blanke Engelsen. We hebben inmiddels ook studenten van Somalische, Zweedse, Spaanse, Poolse, Iraanse en Australische afkomst. Het gaat vaak om jongeren die met hun ouders een tijd in Nederland hebben gezeten, bijvoorbeeld als asielzoeker maar ook omdat hun vader bij Philips werkte. Ze vinden het dan leuk iets met dat Nederlands te doen. In Leicester heb je een groep van 500 kinderen van Somalische migranten, die enige tijd in Nederland verbleven. Een Somalisch meisje dat bij ons studeerde, woont en werkt nu in Nederland. Aan zulke migranten hoef je het belang van taal niet uit te leggen.

„De studenten stellen ook veel meer vragen dan in Nederland. Ze zijn vaak heel vasthoudend. Dat heeft ook te maken met de meer ontwikkelde debatcultuur hier. Vaak moest ik erkennen dat m’n antwoord niet echt bevredigend was en dan werd je zelf gedwongen nog eens opnieuw over een kwestie na te denken.”

Is het beeld van Nederland eigenlijk veranderd sinds de moorden op Fortuyn en Van Gogh?

„Nederland had de reputatie op een redelijke manier te zoeken naar oplossingen voor problemen met drugs, seks, euthanasie. Dat had voor jonge mensen hier iets aantrekkelijks. Na de moord op Fortuyn is er wat dat betreft een omslag geweest. Studenten vragen: wat is er aan de hand in Nederland? Na de moord op Van Gogh heb ik ons programma omgegooid en hebben we de rest van dat semester intensief via de Nederlandse media gevolgd wat er allemaal in Nederland gebeurde. Het leidde tot boeiende discussies over migratie. Ik had een studente uit Bangladesh, die vervolgens een stageplaats in Amsterdam verkoos. Daar voelde ze zich veiliger. omdat ze had gelezen dat daar na de moord op Van Gogh geen moskeeën waren aangevallen.”

    • Floris van Straaten