Maker van films die uit hun voegen barsten

Imamura in 1997 Foto AFP (FILES) This file photo dated 19 May 1997 shows Japanese director Shohei Imamura answering questions at a press conference in Tokyo after winning the Golden Palm at the 50th Cannes film festival for his film "Unagi" (The Eel). Film director Shohei Imamura, the first Japanese to win the prestigious Palme d'Or at Cannes twice, died 30 May 2006 at age 79, media reports said. AFP PHOTO/FILES AFP

Shohei Imamura, een van de belangrijkste Japanse filmmakers, is gisteren op 79-jarige leeftijd overleden aan leverkanker. Imamura was internationaal vermaard en gelauwerd. Met De ballade van Narayama (1983) en Unagi (‘De paling’, 1997) won hij Gouden Palmen op het festival van Cannes. Zijn productie, die sinds zijn debuut in 1958 aanvankelijk op gemiddeld een film per jaar lag, werd beduidend lager sinds hij in 1975 een eigen filmschool in Yokohama oprichtte, de academie voor visuele kunsten.

Imamura was een van de wegbereiders van de nieuwe Japanse cinema die in de jaren vijftig en zestig ontstond, precies zoals in andere landen, met Nouvelle Vagues en Neue Welles. Het uitgangspunt was overal hetzelfde: wij willen geen films maken volgens regels die in de loop der decennia zijn geperfectioneerd en verstard. Imamura’s films barsten voortdurend uit hun voegen en alleen al in zijn keuze van onderwerp en locaties nam hij afstand van de in de grote Japanse studio’s geproduceerde cinema.

Shohei Imamura werd geboren in Tokio als zoon van een arts. Zijn broer liet hem na de oorlog kennismaken met het avant-garde theater. Tijdens zijn geschiedenisstudie begon hij zelf stukken te schrijven, waarin vrienden als Shoichi Ozawa en Takeshi Kato speelden, die later vaak zouden terugkeren in Imamura’s films.

Hij solliciteerde in 1952 bij filmstudio Toho, waar zijn idool, Akira Kurosawa werkte, maar daar was geen vacature. Zo kwam hij terecht bij de Shochiku-studio, waar regisseurs werkten als Keisuke Kinoshita en de toen buiten Japan nog vrijwel onbekende Yasujiro Ozu. Imamura begon er als vijfde assistent van Ozu en heeft zichzelf vooral in het begin van zijn eigen carrière publiekelijk afgezet tegen de meester van de subtiele film. De cinema van Ozu was tot in het uiterste doorgevoerde filmkunst: lange shots, van grote afstand genomen, weinig of geen camerabewegingen. Toen Imamura in 1958 bij een andere studio zelf kon gaan regisseren, duurde het niet lang of hij ontwikkelde zijn eigen, bruisende stijl en filmde liever komedies dan drama’s.

Zijn onderwerpen zocht hij aan de zelfkant, bij hoeren (The Insect Woman, 1963), gangsters, in havens en slechte wijken of in afgelegen dorpen. Als het maar weg was van de studio en de artificiële verhalen die daar werden verfilmd. De films van de nieuwe generatie, waartoe ook Nagisa Oshima en Seijun Suzuki behoorden, werden vaak door nieuwe productiemaatschappijen gemaakt.

Imamura maakte zowel speelfilms als documentaires en mengde de genres vrolijk als dat zo uitkwam. Voor de film Ningen johatsu (‘Een man verdwijnt’) nam hij het politiedossier van een vermissing als uitgangspunt. Hij koppelde een acteur aan de echte verloofde van de verdwenen man en liet hen samen onderzoek doen naar de vermiste. Gaande de film begint de verloofde steeds warmere belangstelling voor de acteur te koesteren en vergeet ze het doel van haar zoektocht meer en meer. Aan het eind van de film stapt Imamura als regisseur zelf in beeld en geeft de kijkers onderricht in feit en fictie. Het decor wordt afgebroken om te laten zien dat wat we zagen niet echt was.

Die fascinatie voor documentaire, zowel in stijl als onderwerp, heeft Imamura op generaties filmstudenten getracht over te brengen in zijn filmschool Nihon Eiga Gakko. „Kijk goed naar de mensen en probeer ze interessant te vinden.” Een oude rebel als Imamura zal er toch wel plezier in hebben gehad dat er ook studenten als Miike Takashi van zijn school kwamen, die met evenveel pret in totale fantasiewerelden duikt als Imamura ooit in de Japanse werkelijkheid.

De internationale waardering voor het werk van Imamura is altijd groot geweest, maar de bekroning ervan kwam vrij laat in zijn carrière, in de jaren tachtig. Toen maakte hij een reeks films die wereldwijd met succes vertoond werden: Eijanaika (1981), De ballade van Narayama (1983), Zegen (1987), Black Rain (1989). Vooral Narayama maakte veel indruk, het bijna mythische verhaal van een arm dorpje waar de oudste bewoners de berg op werden gebracht om daar te sterven zonder de samenleving nog verder te belasten.

In de laatste twee decennia maakte hij veel minder films. In 1997 won hij opnieuw de Gouden Palm met Unagi, het zinderende portret van een man die zijn leven weer probeert op te nemen nadat hij in de gevangenis heeft gezeten wegens moord op zijn overspelige vrouw. De laatste productie waaraan hij meewerkte, was een internationaal veelluik over de aanslagen van 11 september 2001. Hij staat op de credits met oude meesters als Ken Loach Claude Lelouch. Maar het moet Imamura genoegen hebben gedaan dat er ook jonge filmers met al even bruisende ideeën over film als hijzelf meededen, zoals Alejandro González Iñárittu en Samira Makhmalbaf.

    • Bas Blokker