Liever mens dan varken?

Zijn mensen gelukkiger dan dieren? Is het beter om een ontevreden mens te zijn dan een tevreden varken? Volgens de 19e eeuwse filosoof John Stuart Mill is de ontevreden mens beter af, omdat hij zijn lot kan vergelijken met dat van het varken en aldus concludeert dat zijn lot een ‘hogere’ vorm van geluk is. Filosoof Klaas Rozemond ging bij twintig klassieke filosofen te rade om Mills ideeën te toetsen. Samen met tekenares Jet Nijkamp en dichter Co Woudsma publiceerde hij het boek Filosofie voor de zwijnen. Over het geluk van dier en mens.

Wie is er nou gelukkiger, de mens of het varken?

„Waarschijnlijk had John Stuart Mill niet helemaal gelijk. Dat 19de eeuwse varken, dat lekker in de modder rolde, had het talent om met heel weinig tevreden te zijn. Die gave is de moderne mens op de een of andere manier kwijtgeraakt. Ik ben altijd jaloers op mensen die zomaar gelukkig kunnen zijn om niks. Volgens Mill word je pas echt gelukkig door al je intellectuele vermogens te ontplooien. Dat idee past in een lange filosofische traditie, die terug gaat op Aristoteles en de Stoïcijnen. Een andere school van filosofen heeft daar echter grote twijfels over. Volgens de klassieke Sceptici en de Cynici – later gevolgd door filosofen als Montaigne en Schopenhauer – kun je nou eenmaal nooit weten hoe het is om een dier te zijn. Misschien is een vliegende vogel veel gelukkiger dan een mens ooit kan zijn.”

Wat kan de wetenschap weten over wat een dier bezielt?

„Dat is een groot probleem. Ik beperk me tot de filosofen. Volgens Mill weet ieder mens hoe het is om een tevreden varken te zijn, maar dat betwijfel ik. Soms zoek ik vrienden op die een hond hebben. Dan zitten we de hele avond moeilijke gesprekken te voeren over hoogte- en dieptepunten in ons leven en over alle ellende in de wereld. En intussen ligt die hond de hele avond zielstevreden aan je voeten te slapen. Zoiets relativeert je eigen bestaan.”

U benadert de kwestie vooral via literatuurstudie?

„Je kunt ook gedachtenexperimenten doen, in navolging van Descartes. In zijn beroemde boek Meditaties beschrijft Descartes hoe hij in zes dagen via Socratische meditatie tot absolute zekerheden komt over zijn eigen denken, waaruit hij vervolgens allerlei waarheden over de wereld kan afleiden: ‘ik denk, dus ik besta’. En vervolgens concludeert hij ook dat God moet bestaan. Zijn meditatieve stappen leiden tot de slotsom dat denken de essentie van het menselijk bestaan is.

„In Filosofie voor de zwijnen beschrijf ik zes meditatiestappen in tegengestelde richting. In zes weken kun je via wat ik dan ‘porcratische’ meditatie noem het denken afleren en het varken in jezelf weer naar boven halen. Je keert terug naar je ware behoeften en neemt afstand van alles wat overbodig is om als levend wezen te bestaan.”

En hoe bevalt dat?

„Ik heb nog steeds geen tijd gehad om het zelf eens te proberen.”

    • Marion de Boo